• blad nr 5
  • 1-5-2018
  • auteur R. Wisman 
  • Redactioneel

 

In een vervelende klas red je het niet alleen

Je hebt geen grip op de groep, van lesgeven komt niets terecht en je nachtrust lijdt eronder. Dat zijn de zure ingrediënten van een ‘vervelende klas’. Zelfs ervaren docenten kunnen erop stuk lopen.

Tekst Rineke Wisman

Juf Jasmijn niet haar echte naam was na zeventien jaar op dezelfde school toe aan een nieuwe uitdaging. Een carrièreswitch die bijna leidde tot een burn-out. “De klas, een groep 7/8, stond bekend als moeilijk”, vertelt ze. Dat kwam vooral door twee leerlingen: Paul, een jongen met adhd en ‘autistische trekken’ en Pleun, een bazig meisje met ‘divagedrag’. Zij trokken de aandacht naar zich toe en namen de andere kinderen mee.
“Met een nieuwe juf voor de klas gedroeg Paul zich nog zenuwachtiger dan normaal”, vertelt de 52-jarige juf. “Terwijl ik de rekenles uitlegde, zong hij steeds luid dezelfde regel van een liedje door de klas: ‘En…. je onderbroek is vuil.’ Alle kinderen moesten lachen. Achteraf is het grappig, maar op dat moment zat ik ermee: wat te doen? Wat kan ik nog meer verwachten?” Ondertussen zorgde ook Pleun voor drama. Ze rende de klas uit, als ze een uitleg niet begreep en trok de deur hard achter zich dicht. Ook manipuleerde ze andere meisjes door te dreigen hun geheimen te verklappen. ‘Geef hem een duw, anders vertel ik dat je verliefd bent op X.’ De meisjes waren bang voor haar.”

:Opgefokt
Het frustreerde juf Jasmijn ‘verschrikkelijk’ dat ze niet aan lesgeven toekwam. “Ik begon aan mezelf te twijfelen. Voor het eerst van mijn leven werd ik ’s nachts opgefokt wakker met de gedachte aan werk. Voor mijn gevoel stevende ik af op een burn-out.”
Samen met de ouders, haar directeur en de leerkracht die de groep jaren daarvoor had, zocht Jasmijn naar individuele oplossingen voor Paul en Pleun. Met de klas volgde ze een programma voor fysieke, mentale en sociale vaardigheden: Rots & Water. De interventies zorgden er na enige tijd voor dat er weer rust kwam. In haar leven en in de klas. “Gelukkig maar dat ik nooit dacht: ‘ik moet dit in mijn eentje oplossen’. Vanaf het begin was ik open in het team over de moeilijkheden die ik ervoer. Ik heb steun nodig, zei ik en die kreeg ik.”
Meester Denis Broeksma (30) ging bijna er bijna aan onderdoor in een groep 8 waar hij twee maanden na de zomer als een naïeve beginner inviel. Subgroepjes in de klas verstoorden om beurten de orde. “Als ik het ene groepje stil had, begon er weer een ander clubje te praten. Ik was alleen maar brandjes aan het blussen.” Onderling reageerden de kinderen fel op elkaar met lichamelijk geweld duwen, schoppen, slaan en agressief taalgebruik. ‘Houd je bek’, ‘Rot op!’, ‘Wat lul je nou?’ “Mijn voorganger was een autoritaire meester. Ik bleef veel langer dan ze gewend waren rustig en vriendelijk.”

:Doodmoe
“Aan het eind van de dag was ik doodmoe en dacht ik er vaak aan te stoppen”, vertelt meester Denis. “Toch ging ik er de volgende ochtend weer voor. Ik wilde de kinderen bereiken, en ze niet uit de weg gaan. Achteraf ben ik blij dat ik heb doorgezet; ik ben er een betere leerkracht door geworden.”
Dat je samen met de klas regels opstelt, zodat het niet alleen de klas van de meester is, maar ‘van ons’ is iets dat Broeksma nu direct oppakt. Ook stapt hij sneller naar collega’s toe als hij zich met een situatie geen raad weet. “Ik moet het alleen kunnen, dacht ik in het begin. Maar zo is het niet: de school is verantwoordelijk en iedereen is bereid te helpen. Als ik eerder hulp had gevraagd, had me dat veel meer rust gegeven.”

:Groepsvorming
“De vervelende klas bestaat niet”, stelt leerkracht en gedragsspecialist Anton Horeweg, met 34 jaar ervaring en een voorkeur voor lastige leerlingen. “Als je denkt: ‘Wat een vervelende klas!’, dan komt het niet goed. Want dan zeg je: wat er gebeurt, heeft niets met mij te maken.” Hoe hij kijkt naar zo’n klas? “Over het algemeen geldt dat de kinderen niet gericht zijn op leren, maar op elkaar. Daarom doen ze niet wat je zegt. En dat is vervelend.”
Wie een vervelende klas wil voorkomen, zet in op groepsvorming, adviseert hij. Niet alleen in de eerste weken, maar ook daarna. “Want een groep is in beweging. Altijd.”
Horeweg laat de kinderen kennismaken met hem (inclusief een foto van zijn vrouw, een filmpje van zijn skate-hobby en hoe hij met de metro naar school komt) en laat de kinderen op dezelfde manier met elkaar kennismaken. “Waarom? Heel simpel: als je iemand niet kent, vind je hem of haar ook niet leuk. Elkaars aardige kanten zien, ervaren dat je dezelfde dingen leuk vindt, dat schept een band die er later voor zorgt dat je elkaar wilt steunen.”
Ook praat hij met kinderen over hoe ze willen zijn. “Alle kinderen willen deel uitmaken van een leuke klas. Bij iedere verstoring daarvan is het van belang dat je stopt met de les en erover gaat praten. Hoe kwam het? Had iemand kunnen helpen? Het is belangrijk dat ze leren dat ze als groep verantwoording dragen voor elkaar. Bij ruzie zeggen de wegkijkers vaak verongelijkt ‘maar ik deed niets’ Ik zeg dan: ‘Ik wil dat je de volgende keer wel wat doet’ Degene die boos is, kan niet meer nadenken, dus moeten wij dat voor hem doen.”


:Verwijderingsprotocol
“Leerlingen die schade berokkenen, moeten dit kunnen herstellen”, zegt Herald Hofmeijer, lerarenopleider bij de Hogeschool van Amsterdam. Het straffen en belonen, dat hij vaak op bassischolen tegenkomt, werkt volgens hem averechts. Hofmeijer ontdekte onlangs op een grootstedelijke basisschool een ‘verwijderingsprotocol’ dat beschrijft wanneer leerlingen ‘die maar niet snappen dat hun gedrag ontoelaatbaar is’, geschorst kunnen worden. Het schokte hem. “Gedrag mag als lastig bestempeld worden, maar hiermee schrijf je leerlingen af.”
Volgens Hofmeijer moeten docenten die een probleem hebben met een leerling bij zichzelf te rade gaan en zich afvragen: ‘wat heeft deze leerling nodig?’. Een verwijderingsprotocol is een schijnoplossing: “Je komt er alleen uit wanneer je accepteert dat je zelf ook begeleiding nodig hebt. Als dat lukt, zit je in een organisatie waar iedereen leert, ook de leraren.”

:Groepsdynamiek
Zo’n omgeving is de vrije school in Emmen, vindt Sippie Schat, die daar al 33 jaar werkt, thans als kleuterjuf. In het verleden begeleidde ze twee lichtingen kinderen van de eerste tot de laatste klas. Je zult dan maar een vervelende klas hebben. Maar zo’n klas bestaat niet, vindt Schat. “Het valt of staat met wie er voor staat”, lacht ze. “Natuurlijk speelt er wel eens iets. Vooral vanaf de vierde klas. Rond hun tiende komen karaktereigenschappen sterker naar voren en kunnen kinderen anderen meetrekken in hun gedrag. Dan is het zaak op te letten, met collega’s en ouders te praten en jezelf af te vragen: past mijn manier van lesgeven nog bij de manier waarop de klas zich heeft ontwikkeld.”
Hoewel kleuters nog gezeglijk zijn, ontstaat ook in deze groepen soms een spannende dynamiek. Schat maakte mee dat drie kinderen in een groep van 28 de rust in de kring wekelijks verstoorden door niet mee te doen, de kring uit te lopen en te schreeuwen.
Ze pakte het meteen aan. Ze sprak met de ouders en collega’s, zocht voor de drie kinderen aparte oplossingen en is de proactieve klassenassistent dankbaar. “De klas is een spiegel. Dus als een klas vervelend is, zegt het ook iets over jou. Met hun gedrag vragen kinderen in- of expliciet: ‘Geef mij duidelijkheid en grenzen en soms ook wat speling, want we zijn aan het puberen. Als je die signalen niet opvangt, loopt het uit de rails.”
Pasklare oplossingen zijn er niet bij ‘lastige klassen’, besluit Hofmeijer. Het is immers geen storing op een cv-ketel waarbij je de storingscode opzoekt en de oplossing in het begeleidende boekje vindt. “Iedere groep is anders, iedere docent is anders. Je moet continue reflecteren op jezelf en je professionele attitude. Soms vragen studenten: Herald, wat moet ik doen? Dan zeg ik: de enige die daarop antwoord kan geven, ben jij zelf.”

De echte naam van juf Jasmijn is bij de redactie bekend.

@Hoe houd je een lastige klas in toom?
1. Neem even afstand
Doe een stapje terug en laat het idee dat je een les af moet maken even los.

2. Doorbreek de routine
Als je werkwijze niet aansluit bij de behoefte van de klas, is het tijd voor iets anders.

3. Vraag advies
Blijf niet in je eentje ploeteren. In gesprek met collega’s over een kind kom je tot plannen en ideeën.

4. Stel regels op met je klas
Drie tot vijf klassenregels volstaan, maar zorg ervoor dat kinderen zich eraan houden.

5. Blijf rustig
Probeer niet over je klas heen te schreeuwen. Zij zijn met meer.

6. Bespeel de zwijgende meerderheid
Investeer in een sociaal emotioneel vaardigheidsprogramma dat kinderen leert hun verantwoordelijkheid te nemen.

7. Zet in op groepsvorming
Individuen vormen een groep wanneer er gezamenlijke doelen zijn. Onderlinge competitie is daarin een storende factor.

8. Zit er kort op
Even oogcontact kan voldoende zijn. Kinderen hebben soms niet door dat ze de zaak verstoren.

9. Laat ze niet alleen in de pauze
Tijdens het speelkwartier vinden ruzies, sorry-momenten en plagerijen plaats.

10. Luister
Probeer te ontdekken wat kinderen denken en voelen en durf je kwetsbaar op te stellen. Vraag: ‘Heb ik iets verkeerd gezegd waar jij last van hebt?’

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.