- blad nr 4
- 1-4-2018
- auteur . Overige
- Opinie
Stop de 2032-stemmingmakerij
Tijdens de verhuizing van mijn ouders kwam het rapport van mijn opa boven water, uit schooljaar 1932/1933. Hij was toen veertien jaar. Een prachtig boekje, dat zeer goed intact was gebleven. Het documentje bestond uit vier kwartalen en elke bladzijde bevatte in horizontale richting de vakken met daaronder een opsomming van de behaalde cijfers over die periode. Deze cijfers waren sierlijk met vulpen genoteerd, net als de aanduiding van de kwartalen. Rechtsonder stond op elke bladzijde met sierlijke krul de handtekening van mijn overgrootvader, eveneens geschreven met vulpen. Aan het eind van het vierde kwartaal stond er slechts ‘bevorderd’, en een stempel met de naam van het schoolhoofd. Niet meer en niet minder.
We leven inmiddels in 2018 en worden in het onderwijs al reeds enkele jaren doodgegooid met het feit dat we de leerlingen moeten gaan voorbereiden op een wereld zoals die er in 2032 uit zal zien. Buiten het feit dat dit grotendeels glazen-bol-kijken is, werd hier toch alvast een technologisch en hip klinkende naam aan toegedicht, in de vorm van 21st century skills. Het doet me denken aan de lachwekkende aannames uit de vorige eeuw, waarin regelmatig werd verondersteld dat er in het jaar 2000 vliegende auto’s zouden bestaan, bestuurd door aliënachtige wezens, gehuld in kleding die nauw verwant is aan zilverfolie. Dat we tegenwoordig nog steeds in vrij normale auto’s over wegen rijden en onze kleding geregeld lijkt terug te grijpen naar eerdere tijden, geeft aan dat we de (verre) toekomst minder urgent lijken te vinden dan de beleidsmakers ons willen laten geloven.
Het is dan ook stemmingmakerij om op een dergelijke geforceerde manier naar het onderwijs van 2032 te kijken. Er zijn momenteel immers genoeg zaken die vragen om urgentie. Neem het dreigende lerarentekort, de werkdruk of het reorganiseren van het passend onderwijs. Die problemen spelen nu en die verdienen nu aandacht. Wanneer we dit met z’n allen negeren, wordt het steeds moeilijker om te kijken naar de onderwijstoekomst van 2032. Want, zijn er dan überhaupt nog wel mensen die kiezen voor het leraarschap? Zal men door de werkdruk nog in staat zijn om verder vooruit te kijken dan morgen of overmorgen? En zijn er dan wel meer mogelijkheden/middelen om het onderwijs echt passend te maken voor ieder kind? Geforceerd te ver vooruit willen kijken, is struisvogelpolitiek waar momenteel niemand bij gebaat is. Onze leerlingen worden morgen ook gezien door leraren die ze helpen met leren, groeien, de juiste richting kiezen en ze laten verwonderen door de actualiteit met de middelen die we nu hebben. Dat was in 1932 zo, dat is nu zo en dat zal in 2032 ook het geval zijn.
Pascal Cuijpers is docent beeldende vorming, faalangstreductietrainer en publicist