- blad nr 4
- 1-4-2018
- auteur M. van Nieuwstadt
- Commentaar
Linke Soep
Markink moest lessen indelen in fasen, maar hij vond het zelf juist leuk en belangrijk om in de klas in te spelen op pubergedrag en puberproblemen. Jezelf zijn? Linke soep, zo maakten lerarenopleiders hem duidelijk. Zo vond meester Sip er niet veel meer aan. Hij is gestopt met het vak Nederlands.
Nog altijd vertellen betweters en buitenstaanders leerkrachten hoe ze les moeten geven. Sommige wetenschappers schrijven voor dat een goede les een vast model moet volgen, dat van de directe instructie. Prachtig zo’n goede uitleg, maar als kennis moet beklijven, is het evengoed belangrijk dat leerlingen met de leerstof zelf aan de gang gaan.
Onderwijsspecialisten die menen te weten dat het één beter is dan het ander, onafhankelijk van de lesstof die aan bod komt, helpen het onderwijs niet vooruit. Ook in het rekenen zijn verschillende benaderingen belangrijk, legt hersenwetenschapper Harold Bekkering uit in een interview. ‘Oefenen en herhalen is essentieel, maar uiteindelijk moet je het snappen’, aldus Bekkering. ‘Om een bepaald rekenniveau te bereiken, zijn beide benaderingen nodig.’
Wat blijkt dan wel klip-en-klaar uit de wetenschappelijke literatuur? Dat de rol van de leerkracht cruciaal is in het leerproces. Hij moet zijn eigen afwegingen kunnen maken, schrijft Rineke Wisman op pagina xx.
Leerkrachten moeten een methode kunnen kiezen die bij hen past. Maar dat mag niet altijd. Afhaker Sip Markink vindt dat beginnende docenten voortaan de ruimte moeten krijgen om zichzelf te zijn en om te onderzoeken wat voor hen werkt. Bij standaardoplossingen van experts is argwaan op zijn plaats.
Michiel van Nieuwstadt, eindredacteur