• blad nr 16
  • 1-12-2017
  • auteur J. Poortvliet 
  • Redactioneel

Leerlingenaantallen voortgezet onderwijs gaan snel dalen 

De grote krimp komt eraan

Het voortgezet onderwijs is aan de beurt. De terugloop in leerlingaantallen is in de komende jaren fors. Het Onderwijsblad duikt in de cijfers. “Dit gaat gevolgen hebben voor het stelsel.”

Verdeeld over heel Nederland zijn de krimpcijfers nog enigszins te overzien. In de komende vijf jaar zal het leerlingaantal in het voortgezet onderwijs (vo) met bijna 6 procent teruglopen. Over tien jaar is dat iets meer dan 10 procent. Maar dat zijn gemiddelden. De klappers vallen in dunbevolkte regio’s en op het vmbo.
Havo en vwo worden in eerste instantie nauwelijks geraakt door de leerlingdaling. De komende drie jaar is er zelfs nog een kleine toename van het aantal leerlingen in de bovenbouw van het vwo: bijna 2 procent. Pas over vijf jaar begint de krimp een licht effect te sorteren in de bovenbouw van het vwo (minus 1 procent) en van de havo (minus 4 procent).

Krimp op havo en vwo begint later
*** over 3 jr over 5 jr over 10 jr
Havo4/5 -1% -4% -6%
Vwo4/5/6 2% -1% -5%

Terugloop
In het vmbo duiken de aantallen wel al sneller en beduidend harder naar beneden. Op dit moment volgen nog zo’n 215 duizend leerlingen onderwijs op de bovenbouw van een vmbo-school. In 2020 zijn dat er waarschijnlijk nog 192 duizend: een terugloop van 11 procent binnen drie jaar. De twee laagste niveaus van het vmbo worden het hardst getroffen. Volgens de jongste prognoses neemt het aantal leerlingen in klas 3 en 4 van de vmbo kaderberoepsgerichte en basisberoepsgerichte leerweg (KL en BL) de komende drie jaar al met 18 procent af, oplopend naar 23 procent binnen vijf jaar. Ook dit zijn gemiddelden over heel Nederland.

Krimp slaat in vmbo al snel toe
*** Over 3 jr Over 5 jr Over 10 jr
vmbo KL -15% -20% -25%
vmbo BL -24% -28% -31%
KL + BL -18% -23% -28%

*** bron: Referentieramingen OCW (2017), inclusief het volwassenonderwijs (vavo) en het groene voortgezet onderwijs.

Clazien Rodenburg, rayonbestuurder voortgezet onderwijs in de provincies Utrecht, Noord-Holland en Flevoland, verbaast het niet dat vmbo-scholen het hardst getroffen worden: “In het Gooi bijvoorbeeld doen goedgebekte ouders er alles aan om te voorkomen dat hun kinderen op het vmbo terecht komen, laat staan op de laagste twee niveaus.”

Slimmer
De ‘vlucht naar boven’ is ook bekend bij het ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap (OCW). Al jaren schuift de totale populatie vo-leerlingen langzaam op richting havo en vwo. “Natuurlijk bestaat de kans dat we daadwerkelijk slimmer worden met z’n allen,” zegt Christianne Mattijsen, directeur voortgezet onderwijs bij OCW. Maar ook zij constateert dat ouders vandaag de dag liever voor theoretisch gericht onderwijs kiezen. En dus niet voor schooltypes die praktijkgericht onderwijs bieden. “Het is al jaren moeilijk om leerlingen te porren voor bijvoorbeeld technisch onderwijs,” aldus Mattijsen. “En dat is jammer omdat dit type onderwijs, leren door te doen, juist past bij veel leerlingen.” Bovendien leggen vmbo-kader en -basis het fundament voor mooie en belangrijke loopbanen, denkt Mattijsen. “Bedrijven zitten om deze vakmensen te springen.”
OCW heeft vier ambtenaren vrijgemaakt om scholen te bezoeken en te praten over de krimp en de mogelijke oplossingen. Al benadrukt Mattijsen dat scholen ‘vanuit hun autonomie’ zelf moeten bepalen hoe zij met de leerlingdaling omgaan. Het ministerie stimuleert een zoveel mogelijk dekkend onderwijsaanbod in Nederland. Mattijsen: “Dit gaat gevolgen hebben voor het stelsel. We kunnen straks niet verkopen aan ouders in het noorden van Groningen dat er voor hun kinderen geen lyceum meer in de buurt is.”

Samenwerken
Wat zich momenteel voordoet op Zeeuws-Vlaanderen gedwongen fusie om te voorkomen dat onderwijs op te grote afstand komt is een voorproefje van wat met name de dunner bevolkte regio’s te wachten staat. In Zuid-Limburg zijn alle vmbo-scholen van twee verschillende schoolbesturen vorig jaar samen het Techniek College Parkstad gestart. Bovenbouwleerlingen met een technisch profiel volgen op dit college in Heerlen de laatste twee jaar vmbo. Zo houden scholen hun technische profielen overeind en blijft deze keuzemogelijkheid voor leerlingen bestaan. Ook in Maastricht en de Westelijke Mijnstreek wordt gewerkt aan dit soort techniekcolleges.
Samenwerken in de regio is de enige optie, stelt Marja de Bree. Zij is rayonbestuurder vo voor de AOb in Groningen, Friesland en Drenthe. “In Friesland overleggen de schoolbesturen over uitruilscenario’s voor afdelingen en locaties. De concurrentieslag om de leerling is hier minder dan ooit.” In het verleden zag De Bree wel eens 200.000 euro voorbij komen op de begroting voor reclameactiviteiten van een scholengemeenschap, maar dat tijdperk lijkt voorbij. Iedereen vist uit dezelfde vijver. “Er komt geen leerling bij als je elkaar beconcurreert. Oké, jouw marktaandeel gaat een tijdje omhoog. Maar op termijn is concurrentie een grote kostenpost. Voor eenzelfde bedrag kun je drie leraren behouden.”

Omscholen
De leerlingdaling en het voorziene lerarentekort gaan elkaar helaas niet opheffen. Daarvoor gaan er de komende tien jaar onvoldoende vo-docenten met pensioen. Bovendien zit het lerarentekort in specifieke vakken, denk aan natuurkunde, scheikunde, wiskunde en Duits. Bij scholengemeenschap Achterhoek VO zagen ze wel kans om zowel aan de tekortvakken als aan de werkgelegenheid te werken. In 2016 wilden al een paar leraren die een ander vak gaven starten met de opleiding tweedegraads docent wiskunde. Maar ze liepen vast op de instroomeisen en op het hoge niveau. “Het vraagt nogal wat, naast je baan en je gezin,” aldus projectleider en schooldirecteur Roos Willemsen.
Samen met de Hogeschool Arnhem Nijmegen (HAN) startte Achterhoek VO een klasje, elke vrijdagmiddag in de regio. De docenten mochten een jaar lang proefdraaien: werken aan de instroomeisen voor wiskunde en kijken of ze het vak onder de knie konden krijgen en leuk vonden. Dat eerste jaar mochten ze ook stoppen zonder financiële consequenties. Zestien van hen deden dat. Daartegenover staan negen docenten die de opleiding naar alle waarschijnlijkheid gaan afronden. Krimp in de achterhoek was niet direct de aanleiding voor het project, vertelt Willemsen. “Eerder de tekortvakken.” Maar: “Onze medewerkers zijn natuurlijk ook niet gek. Zij weten dat ze met een wiskundegraad ook in de toekomst breder inzetbaar zijn.”

{Kaartje van Nederland: eventueel één volle pagina}
Leerlingendaling treft dunbevolkte regio’s het zwaarst

provincies komende vijf jaar komende tien jaar
Drenthe -10% -19%
Flevoland -9% -16%
Friesland -9% -17%
Gelderland -9% -15%
Groningen -7% -14%
Limburg -11% -16%
Noord-Brabant -8% -13%
Noord-Holland -3% -7%
Overijssel -8% -16%
Utrecht -3% -7%
Zeeland -9% -13%
Zuid-Holland -1% -3%

Rood: leerlingendaling boven 15 procent.
Oranje = 5-15 procent. Grijs 0-5 procent. Op basis van DUO leerlingprognose 2011-2036.


Zwaarst getroffen gemeenten*:

Best in Noord-Brabant -> -20 procent
Den Burg op Texel –> -18 procent
Duiven in Gelderland -> -18 procent
Doetinchem in Gelderland -> - 18 procent
Asten in Noord-Brabant -> -17 procent

Scholen groeien in jonge woonwijken:

Voorburg in Zuid-Holland -> +12 procent
Vleuten in Utrecht -> +11 procent
Maarssen in Utrecht -> +10 procent
Bleiswijk in Zuid-Holland -> +9 procent
Spijkenisse in Zuid-Holland -> +9 procent

*Leerlingendaling in de vijf jaar vanaf 2017 op basis van de DUO-tool leerlingprognose 2011-2036. In deze ranglijst zijn alleen plaatsen met scholen met meer dan 500 leerlingen opgenomen. De percentages zijn gemiddelden van de scholen in de betreffende plaats, tenzij er maar één vo-school is gevestigd.



{Kader}
Zoek je eigen school op
Voor de cijfers in dit verhaal is onder andere gebruik gemaakt van de DUO-tool leerlingprognose 2011-2036, te vinden via -> duo.nl/open_onderwijsdata/databestanden -> voortgezet onderwijs -> leerlingen -> 11. Prognose aantal leerlingen in het voortgezet onderwijs. In dit Excel-bestand kun je je eigen school opzoeken en zien hoe snel die gaat krimpen.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.