• blad nr 15
  • 1-11-2017
  • auteur J. van Aken 
  • Redactioneel

 

Het nieuwe invallen

De cao voor het primair onderwijs bevat twee nieuwe tijdelijke contracten voor invallers: het min-maxcontract en het bindingscontract. Het min-maxcontract lijkt een blijvertje, het bindingscontract wordt geëvalueerd.

Jarenlang werkten invallers veelal met losse, tijdelijke contracten. Tot de Wet werk en zekerheid (wwz) het aantal contracten voor het bijzonder onderwijs beperkte tot zes in drie jaar tijd. Daarom staan er in de cao-po twee nieuwe contracten: het bindingscontract en het min-maxcontract. “Deze contractvormen zijn er gekomen om werkgevers meer flexibiliteit te geven bij de inzet van invallers. Werkgevers gebruiken deze contracten bijvoorbeeld ook om invallersproblematiek bij een griepgolf het hoofd te bieden”, vertelt Anton Bodegraven, AOb-sectorbestuurder primair onderwijs.
Een min-maxcontract is een tijdelijk dienstverband van minimaal acht uur per week, dat voor vervanging maximaal tweeënhalf keer uitgebreid mag worden. “Voor die verhouding is gekozen zodat je twee contracten kunt afsluiten met een kleine min”, verklaart Bodegraven. Het bindingscontract is een tijdelijk contract van minimaal één uur per week dat bij ‘onvoorzien en onplanbaar’ verzuim tijdelijk uit te breiden is. Bodegraven merkt dat bindingscontracten mondjesmaat worden gebruikt. “Werkgevers vinden de constructie onduidelijk en zijn bang dat er verplichtingen uit voortkomen. Weinig werknemers zijn in een bindingscontract geïnteresseerd omdat ze een tijdelijk of vast dienstverband kunnen krijgen.”
Stichting Fluenta in Nieuwegein heeft één leerkracht met een bindingscontract. “Het betreft een invaller die uitsluitend op één school wil invallen en dat al langer met veel plezier doet. Om te voorkomen dat ze snel aan het maximum van zes contracten zit (en recht zou hebben op een vast dienstverband), hebben we voor een bindingscontract gekozen”, legt personeelsfunctionaris Jannita Witten uit. Fluenta wil vanwege het tekort aan vervangers in de toekomst meer bindingscontracten gebruiken, mits het contract opnieuw in de cao-po wordt opgenomen.

Minimaal acht uur
Min-maxcontracten zijn meer afgesloten volgens Bodegraven. “Het zijn veelal invallers die niet fulltime willen werken. Het voordeel is dat een werknemer niet meer afhankelijk is van losse contracten en in ieder geval minimaal acht uur salaris ontvangt, ook al valt hij niet in.”
Het bestuur SKPO in Eindhoven heeft een invalpool van 45 fte, waaronder invallers met een vast contract, jaarcontract én zes mensen met een min-maxcontract en zes met een bindingscontract. “We kiezen hiervoor om flexibiliteit te creëren, zodat we bij onverwachte piekmomenten medewerkers wat meer kunnen inzetten”, legt personeelsadviseur Elles van de Vorst uit.
De bindingscontracten zijn voor invallers die graag zelf flexibel willen werken. “We zetten ze in voor onplanbare vervangingen. Zo is er een gepensioneerde leerkracht die in geval van nood invalt op zijn oude school. En een aantal ouders met een lesbevoegdheid heeft een bindingscontract. Mensen hoeven geen gehoor te geven aan een oproep, maar onze ervaring is dat ze aan de meeste verzoeken gehoor geven.”
Van de Vorst vindt het bindingscontract vergelijkbaar met losse contracten. Het min-maxcontract vindt ze wel een aanvulling. “De arbeidsmarkt is sinds de wwz volledig op zijn kop komen te staan en straks hebben de sollicitanten het door de tekorten voor het zeggen. Aan een flexibele schil voor piekmomenten is dan moeilijk te komen.” Ze pleit daarom voor meer ruimte voor flexibiliteit. “Zorg dat min-maxcontracten ook voor vaste dienstverbanden af te sluiten zijn. En maak een uitzondering waarbij je voor een bepaald percentage invallers toch onbeperkt flexibele contracten kunt afsluiten.”
De AOb denkt dat de contractvormen een aanvulling zijn op vaste en tijdelijke contracten. Bodegraven: “We zien het als een geheel van mogelijkheden voor vervanging en een oplossing voor de invallersproblematiek door de wwz. Ik denk dat we min-maxcontracten in de volgende cao willen behouden. Over bindingscontracten gaan we het hebben aan de onderhandelingstafel, dat zal ook afhangen van de ervaringen van werkgevers.”

{portret 1}
‘Het is prettig een stabieler inkomen te hebben’

Catharina Giesberts (52) heeft een min-maxcontract bij onderwijsgroep Punt Speciaal in Malden:
“Ik heb veel invalwerk met tijdelijke contracten gedaan. Dat was prima toen mijn kinderen klein waren, dan kon ik zelf kiezen wanneer ik wilde werken. Nu mijn kinderen groot zijn is het heerlijk om op vaste dagen in dezelfde groepen te werken.
Vorig schooljaar viel ik met een min-maxcontract in voor een leerkracht die met zwangerschapsverlof was. En ik ben niet meer weggegaan bij vso-school de Cambier in Tiel, voor kinderen met verstandelijke beperking. Dit schooljaar vervang ik een zieke collega en een collega met zwangerschapsverlof.
Alle flex’ers hebben bij Punt Speciaal een min-maxcontract. Ik heb een min van twee dagen en een max van vijf dagen. Eigenlijk vind ik vier dagen werken wel genoeg. Officieel kun je niet weigeren, maar van mijn bestuur mag ik af en toe aangeven dat ik niet beschikbaar ben. Het voordeel boven losse contracten is dat ik de min doorbetaald krijg tijdens vakanties en periodes dat er geen werk is. Voorheen verdiende ik dan niks, nu weet ik elke maand wat er minimaal binnenkomt. Het is prettig een stabieler inkomen te hebben.
De Cambier is een heel fijne school. De vervangingen zijn in principe tot kerst en februari. Daarna komt er wellicht weer wat anders. In de toekomst hoop ik meer vastigheid te krijgen. Idealiter zou ik mijn eigen groep en een vaste baan hebben, maar op mijn leeftijd kom je er lastiger tussen.”

{portret 2}
‘Jammer dat invallen wordt gezien als noodoplossing’

Kirsten van den Berg (35) heeft een bindingscontract bij schoolbestuur SKPO in Eindhoven:
“Leerkrachten op scholen waar ik inval, vinden het vaak spijtig dat ik na zes jaar nog geen vast contract heb. Het is jammer dat invallen wordt gezien als noodoplossing, alsof het geen mooi vak is. Terwijl ik er bewust voor kies om in te vallen. Ik werk daarnaast als freelance illustrator en wil flexibel blijven voor opdrachten.
Tot de wwz werkte ik met losse tijdelijke contracten. Daarna kon ik kiezen tussen een min-max en een bindingscontract. Met een min-maxcontract van acht uur kan je werkgever je verplichten twintig uur te werken en dat wil ik niet. Daarom heb ik een bindingscontract van één uur per week. Zo kan ik per dag aangeven of ik beschikbaar ben. Het ene uur per week gebruik ik voor zelfontwikkeling. Dan lees ik methodes en de onderwijsvisie door of ik verdiep me in de software voor het digibord.
Een bindingscontract heeft ook nadelen: ik ging een keer door mijn rug, kon twee weken niet werken en dus had ik geen inkomsten. Ook sta ik onderaan het lijstje: eerst bellen ze de invallers in vaste dienst, dan de min-max’ers en daarna pas mij.
Op dit moment bevalt invallen met een bindingscontract prima. Als illustrator vind ik het leuk om kinderen tijdens tekenen of handvaardigheid een andere les te geven dan ze gewend zijn. Het werk is afwisselend en ik ervaar minder werkdruk, want ik hoef me alleen bezig te houden met de leerlingen en de lessen.”

{portret 3}
‘Je leert een heleboel van invallen’

Maaike Maresch (39) werkte vorig schooljaar met een min-maxcontract en is nu twee dagen in vaste dienst bij het bestuur SKBG in Warnsveld:
“Na tweeënhalf jaar thuis te zijn geweest bij mijn kleine kinderen, kreeg ik in januari een min-maxcontract bij de invalpool van SKBG. De min was één dag en de max twee dagen. Het bestuur koos hiervoor omdat het niet wist niet hoeveel vraag er naar invallers zou zijn. Ik vond het prima. Ik wilde graag twee dagen werken en heb in de praktijk elke week twee dagen gewerkt.
Een min-maxcontract is absoluut een verbetering ten opzichte van losse tijdelijke contracten. Het enige nadeel is dat ik niet altijd op tijd betaald kreeg, dat is het risico van invallen. En in de vakanties kreeg ik alleen de min van één dag doorbetaald, maar met een los contract had ik dan niks verdiend.
Voor mij werkte het min-maxcontract als opstapje naar een vaste baan. Want per 1 augustus kreeg ik tot mijn verrassing een vaste benoeming in de invalpool. Nu krijg ik iedere maand hetzelfde salaris en in de vakanties krijg ik twee dagen doorbetaald, die zekerheid is prettig.
Invallen bevalt me goed. Je leert een heleboel doordat je op veel verschillende scholen komt en meepikt wat er goed gaat. Op termijn wil ik graag een vaste school of groep hebben, maar ik heb nu niet voor ogen of dat volgend jaar of over vijf jaar is.”

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.