• blad nr 15
  • 1-11-2017
  • auteur A. Kersten 
  • Redactioneel

 

Ondersteuners verdienen beter

De conciërge, de onderwijsassistent, de roostermaker of de ict-medewerker: ze zijn de onmisbare schakels in de school. Maar een deel van het onderwijsondersteunend personeel mist waardering, scholingsmogelijkheden en carrièreperspectief.

Voor de klas staan is heus niet de leukste baan op school. Vinden veel onderwijsondersteunende medewerkers. Want ja, conciërges, onderwijsassistenten, roostermakers, ict-hulpverleners, financieel medewerkers en personeelsfunctionarissen, ze houden van hun werk.
Om half acht ’s ochtends klokt Esther Gigengack (50) in. Ze werkt in een team van drie roostermakers op regionale scholengemeenschap Broklede in Breukelen en dat bevalt haar prima. Affiniteit met computerprogramma’s, analytisch inzicht, afwisseling tussen snelle klusjes en grote projecten, het komt in deze baan allemaal samen. “Roosters maken is puzzelen en daar hou ik van.”
Rosalinde Stins (29) is onderwijsassistent bij de Fontein, een kleine basisschool in Lelystad. Ze is voor achten binnen en draait mee met het team. “Als een leerling vastloopt in zijn gedrag, ga ik er bij zitten. Ik kan me puur op de kinderen richten, en dat vind ik het leukste om te doen. Ik hoef geen plannen te schrijven of vergaderingen bij te wonen. Ik zie hoe hard leraren moeten werken en de verantwoordelijkheid die ze dragen.”

Aandacht
Goed dat er aandacht voor ons is, zeggen alle oop’ers die benaderd worden voor dit artikel. Ook de ondersteuners die toch niet willen meewerken. Dat is natuurlijk een beetje dubbel. Want een deel van de oop’ers blijft liever op de achtergrond, uit de schijnwerpers. De aard van het beestje misschien, of de aard van het werk. Ondersteunende medewerkers zijn onmisbare schakels in de organisatie. Onzichtbare schakels soms. Niet de onderwijsassistent, of de conciërge. Wel veel andere functies in de ondersteunende staf. “Dus jij bent Ricardo van de servicedesk”, krijgt Ricardo Bunschoten (44) op een nieuwjaarsreceptie bij Roc Mondriaan wel eens te horen. Als eerstelijns hulpverlener bij ict-problemen en facilitaire vragen hebben veel roc-collega’s hem wel eens gesproken of gemaild. Maar meestal blijft hij een stem aan de telefoon of een naam onder een mailtje.
“Ik zeg wel eens gekscherend: Je hoort pas iets als het misgaat”, aldus roostermaker Gigengack. “Maar zo werkt het wel een beetje. Eigenlijk moet je ervan genieten dat het rustig is en dat niemand binnenloopt, het is je beloning.”
De rol van ondersteunend personeel is alleen maar belangrijker geworden. Binnen en buiten de klas. Geen school kan zonder soepel werkend ict-netwerk, en bij een vergeten wachtwoord is elke medewerker of leerling onthand. In de directe ondersteuning van docenten zijn onderwijs- en technische assistenten niet weg te denken. Al is er door bezuinigingen vaak veel meer behoefte aan extra handen in de klas dan het budget toelaat. Met de nieuwe investeringen die het kabinet Rutte-III aangekondigd heeft, lijkt daar in elk geval voor het basisonderwijs verandering in te kunnen komen.
“De afgelopen jaren is er vooral bezuinigd op het oop”, aldus AOb-sectorbestuurder primair onderwijs Anton Bodegraven. “Door het lerarentekort en de hoge werkdruk bij docenten is het beroep op de aanwezige ondersteuners toegenomen.”
Ondersteuners zien dat er steeds meer taken op hun bordje belanden. Uit onderzoek van Voion in het voortgezet onderwijs bleek vorig jaar dat drie kwart van de ondersteuners een toename ervaart van het aantal taken, de complexiteit en verantwoordelijkheid. Bij de assistent-functies in het funderend onderwijs en de instructeurs in het mbo zie je een vergelijkbare trend. Even een klas overnemen, het is zo gebeurd. Onderwijsassistent Stins heeft de afgelopen jaren wel eens een zieke docent een dagje vervangen. “Ik werk op een dorpsschooltje. De kinderen kennen me allemaal.” En conciërge Marijke Lok (zie ook pagina …….) gaat wel eens voor de klas als een juf in de file staat.
Aan de ene kant ervaren ondersteuners een toename van het takenpakket, tegelijkertijd zorgen ze daar soms zelf voor. “Ik maak wel eens statistieken voor docenten of een rooster voor de mondelinge examens. Dat zie ik als een service. Zulke klusjes trek ik naar me toe omdat ik ze leuk vind”, vertelt roosteraar Gigengack.

Carrière
Veel functiebeschrijvingen zijn verouderd, stelt Ton Tummers, lid van het oop-groepsbestuur bij de AOb en zelf roostermaker van beroep. Hij spreekt geregeld ondersteuners uit verschillende sectoren en geledingen tijdens oop-bijeenkomsten. In die verhalen keren steeds dezelfde klachten terug. Een ervan is het gebrek aan carrièremogelijkheden voor ondersteuners binnen de schoolorganisatie. Voion-onderzoek en een AOb-enquête uit 2012, onderstrepen dat signaal.
Stafmedewerkers die het einde van hun salarisschaal hebben bereikt, zijn niet zelden uitgegroeid. Een vervolgfunctie bestaat simpelweg niet, of wordt bezet door een collega die ook niet verder kan of wil.
Ook voor oop’ers in de klas zijn de carrièremogelijkheden beperkt. Tussen onderwijsassistent en basisschoolleraar gaapt een behoorlijk gat in functiezwaarte en beloning. Er is een tussenfunctie, die van leerkrachtondersteuner, maar die bestaat vaak alleen op papier. De enige logische stap vooruit is een opleiding volgen tot docent. En dat ambiëren lang niet alle (technische) onderwijsassistenten, zeker nu ze de enorme werkdruk onder leraren van dichtbij ervaren.
Een ander geluid dat Tummers hoort van ondersteuners, is dat ze waardering missen. “Ondersteunend personeel staat vaak op het tweede plan, zo wordt dat gevoeld”, vertelt Tummers. “Als je een paar dagen ziek bent geweest, blijft het werk gewoon liggen. Ook bij langdurige ziekte is er heel wat water door de Rijn gestroomd voordat er vervanging geregeld wordt.”
“Ondersteuners verdienen beter”, zegt AOb-sectorbestuurder voortgezet onderwijs Herman Molleman. “Ze zijn soms een beetje een ondergeschoven kindje. We doen ze soms tekort en dat is niet terecht.” De AOb wil daarom de taakbeschrijvingen en functiewaarderingen van ondersteunende functies tegen het licht houden bij de onderhandelingen voor de nieuwe cao’s in het primair, voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs. “We zetten in op een herwaardering voor het oop”, benadrukt AOb-dagelijks bestuurder voor het mbo Tamar van Gelder.
Daarnaast wil de AOb meer mogelijkheden creëren voor ondersteuners om door te groeien binnen de organisatie. Door bestaande functies beter op elkaar te laten aansluiten. En meer aandacht voor scholing, een individueel opleidingsbudget en het carrièreperspectief van de medewerkers. “Daar ligt een belangrijke taak voor werkgevers en leidinggevenden”, zegt Van Gelder. “Maak tijd voor je instructeur, roostermaker of financieel medewerker en vraag om te beginnen gewoon eens: Hoe zie je jezelf over vijf jaar? Dat gebeurt nog veel te weinig.”

{kader}
‘Er wordt meer van oop’ers gevraagd’

Er valt nog een wereld te winnen bij het personeelsbeleid voor onderwijsondersteuners, zegt hrm-adviseur René van Drunen, die functies waardeert voor schoolbesturen in het voortgezet onderwijs. “Het personeelsbeleid ligt voor oop’ers nog een eindje achter bij dat voor leraren. Onder het mom van ‘we spreken elkaar toch elke dag bij het werkoverleg’ wordt er nog amper tijd gemaakt voor een gesprek over carrièrewensen en een toekomstplan. Het oop omvat een grote verscheidenheid aan functies. Een directie of leidinggevende heeft ook lang niet altijd zicht op wat elke ondersteuner precies doet.”
Toch ziet hij wel vooruitgang. “Vier jaar terug omschreef ik ondersteuners als een vergeten groep, maar dat zie ik nu iets anders. Sommige scholen denken wel na over het creëren van een loopbaanperspectief binnen de organisatie.” Bijvoorbeeld door bestaande functies zo te beschrijven dat er een functietrap met oplopende salarisschalen ontstaat. “Het werk van oop’er verandert. Er wordt qua complexiteit en verantwoordelijkheid meer van ze gevraagd.”
Bij administratieve functies komt dat deels doordat eenvoudig werk, zoals het inboeken van facturen, steeds meer geautomatiseerd gebeurt. En assistent-functies in de klas schuiven steeds meer richting pedagogisch-didactische taken. Iedereen kent de verhalen van een onderwijsassistent die een zieke leraar vervangt. “Ik merk dat leidinggevenden dat niet altijd beseffen, daarom waarschuw ik er steeds voor: assistenten horen te werken onder de verantwoordelijkheid van een leraar.”
Een van de vaker gehoorde grieven van ondersteuners is dat ze zich soms behoorlijk onderbetaald voelen. “Ik hoor wel eens: ik doe zo veel voor de school! Bij functiewaardering beschrijven we de stoel van een oop’er, niet de werkbelasting van degene die op die stoel zit. Als er structureel meer door een werkgever gevraagd wordt, kijk dan samen eens goed naar de functiebeschrijving. Bedenk daarbij dat fuwa-taal iets heel anders is dan spreektaal. Letterlijk elk woord wordt gewogen.”

Marijke Lok (47)
Conciërge sbo het Speelwerk in Zwolle
* Werkt drie dagen van acht tot half twee
* Salarisschaal 4 cao-po, € 765 bruto per maand
* Opleiding tot activiteitenbegeleider en cursussen

Taken: “Ik ben een manusje-van-alles. De vaatwasser uitruimen, banden plakken, skelters repareren, pleisters plakken als een kind is gevallen, zorgen dat het kopieerapparaat werkt, in de mast klimmen als de vlag vastzit. Maar ook kinderen opvangen als het even niet meer gaat in de klas en ze vol zitten in hun hoofd. Ik ben op deze school begonnen als onderwijsassistent, dat ben ik ook nog steeds: drie uur per week help ik kinderen die moeite hebben met rekenen. Ik neem ook individuele toetsen af.”
Leuk werk want: “Het contact met de kinderen, elke dag is anders.”
Taken buiten functie: “Ik heb niet echt een functieomschrijving volgens mij, ik vul mijn werkzaamheden zelf in. Soms belt een juf dat ze in de file staat en neem ik de klas even over. Niemand dwingt me, dat pak ik zelf op. Het grote onderhoud laat ik over aan een andere conciërge. Meestal probeer ik toch eerst of ik het zelf kan. Ik vind het wel leuk als er iets te boren valt.”
Werkdruk: “Die is prima. Bij zo’n parttime baan blijven er altijd dingen liggen tot de volgende dag. Dat vind ik soms wel lastig en dan blijf ik wat langer. Maar ik zie bij leraren de werkdruk veel hoger liggen.”
Salaris: “Ik werk niet voor het geld, ik doe het vooral omdat ik het ontzettend leuk werk vind. Ik zou ook niet meer uren willen werken.”
Doorgroeien: “Die ambitie heb ik niet. Laat mij maar dit werk blijven doen.”
Waardering: “Ik voel me erg gewaardeerd.”


Ryoko Appelboom (47)
Technisch onderwijsassistent Utrechts Stedelijk Gymnasium
* Werkt 34 uur per week in een team van drie toa’s
* Salarisschaal 7 cao-vo, € 2446 bruto per maand
* Docentenopleiding in Japan voor bovenbouw biologie

Taken: “Alles wat te maken heeft met de voorbereiding en uitvoering van practica. Zoals inventariseren wat we nodig hebben, inkopen doen, fruitvliegjes kweken, testen of een proef werkt, de practicum-opstelling op tijd in orde maken, leerlingen helpen, opruimen na afloop.”
Leuk werk want: “De reactie van leerlingen als er iets gebeurt bij een proefje! ‘Wow, zie je dat?’ Leren doe je niet alleen uit boeken, maar ook door je zintuigen te gebruiken. Een schapenoog ontleden vinden sommige leerlingen in het begin heel vies, maar het is voor iedereen een bijzondere ervaring.”
Taken buiten functie: “Het komt regelmatig voor dat ik leerlingen begeleid die tijdens een tussenuur iets moeten inhalen, een praktische opdracht maken of aan een profielwerkstuk werken. Ik sta nooit alleen voor een hele klas. Op sommige scholen wordt dat wel van toa’s gevraagd, hoor ik. Docenten hier zijn zich heel goed bewust van het feit dat we niet alleen voor de klas mogen staan.”
Werkdruk: “Dat verschilt. Na een hele drukke dag ben ik kapot, maar dan weet ik ook dat het daarna weer wat rustiger wordt. Buiten schooltijd hebben wij als toa’s geen taken. Ik hoef niet in de vakantie nog toetsen na te kijken.”
Salaris: “Tevreden mee.”
Doorgroeien: “Als ik zou willen doorgroeien, dan zou ik leraar moeten worden. Dat wil ik niet, ik vind mijn Nederlands niet goed genoeg. Als leraar draag je ook veel meer verantwoordelijkheid.”
Waardering: “Ik voel me niet op een tweede plan staan. Docenten zeggen tegen de leerlingen: Als de toa nee zegt, dan is het nee, ook voor mij.”


Ron Stevens (53)
Hoofd financiële administratie Roc Leeuwenborgh in Maastricht
* Werkt fulltime, waarvan één dag voor de ondernemingsraad
* Salarisschaal 11 cao-mbo, € 4553 bruto per maand
* Opleiding voor qualified controller, Hofam

Taken: “Ik ben ervoor verantwoordelijk dat we als organisatie in control zijn. Ik stuur een team van tien medewerkers aan en zorg ervoor dat we de deadlines halen met de maandafsluitingen. Drie keer per jaar maken we uitgebreidere rapportages voor het college van bestuur en de raad van toezicht. We maken ook overzichten waarmee teamleiders en budgetverantwoordelijken kunnen zien of de uitgaven in de pas lopen met de begroting.”
Leuk werk want: “Het coachen van de mensen spreekt me aan. Ik werk ook liever met cijfers dan met letters. En ik ben erg geïnteresseerd in ontwikkelingen op het gebied van automatisering.”
Taken buiten functie: “Ik neem wel eens de rol van projectleider op me, bijvoorbeeld als er vanuit Den Haag een nieuwe regeling komt. Zodra anderen merken welke kwaliteiten je hebt, weten ze je snel te vinden. Ook voor vragen die niet direct bij je functie horen.”
Werkdruk: “Door keuzes te maken en af en toe nee te verkopen is de werkdruk te hanteren. Als je maar voor jezelf gevoel hebt dat je een piek later weer kunt compenseren.”
Salaris: “Ik klaag niet, dat vooropgesteld. Ik was hiervoor groepscontroller in het bedrijfsleven. Als je daar goed presteert, is in wezen the sky the limit. Een aantal teamleider-functies bij het roc zitten in schaal 12. Ik denk dat mijn functie qua taakbelasting en verantwoordelijkheden daarvoor niet onderdoet.”
Doorstromen: “De mogelijkheden zijn beperkt. Ik leg verantwoording af aan de directeur financiën. Dat is eigenlijk de enige mogelijkheid in de directe lijn, maar die functie ambieer ik niet meteen.”
Waardering: “Ik ervaar voldoende waardering. Als ik door het gebouw loop waar driehonderd collega’s werken, dan ken ik er een hele hoop.”


{grafiekjes}
Aandeel ondersteunend personeel
Basisonderwijs: 14%
Speciaal onderwijs: 41%
Voortgezet onderwijs: 25%
Middelbaar beroepsonderwijs: 39%
Bron: Databank Stamos, cijfers over 2016

Voorbeeldfuncties
Medewerker zeven jaar in dienst, leeftijd 35 jaar
Bruto maandsalaris (fulltime, exclusief toelages, vakantiegeld en eindejaarsuitkering)
Onderwijsassistent po: € 2017
Conciërge mbo: € 2191
Toa vo: € 2331
Instructeur mbo: € 2769
Leerkracht po, schaal-LA: € 2776
Roostermaker vo: € 2830
Leerkracht po, schaal-LB: € 2947
Docent vo, schaal-LB: € 3128
Docent mbo, schaal-LB: € 3171
Bron: AOb Salarischeck, www.onderwijssalaris.nl
Bedragen zijn een indicatie, er kunnen geen rechten aan worden ontleend

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.