• blad nr 8
  • 22-4-2000
  • auteur R. Voorwinden 
  • Redactioneel

AOb wil discussie over toekomst hoger onderwijs 

We moeten het hbo niet laten degraderen

Bij de harmonisering van het Europese hoger onderwijs dreigt het gevaar dat het Nederlandse hbo degradeert. Om dat te voorkomen wil Gerard Sipkema, hoofdbestuurder van de AOb, een brede discussie over de toekomst van het Nederlandse hoger onderwijs. Verder moeten ook de arbeidsvoorwaarden in het hoger onderwijs internationaal met elkaar in de pas gaan lopen.

De discussie over de harmonisering van het Europese hoger onderwijs bevat een gevaar voor het Nederlandse hbo. Namelijk dat minister Hermans de studieduur in deze onderwijssoort van vier naar drie jaar terugschroeft. Dat vreest althans Gerard Sipkema, hoofdbestuurder van de AOb. ³Het bekorten van de hbo-opleidingen heeft, als ook de bekostiging wordt teruggebracht, enorme financiële consequenties voor hogescholen en hun personeel. Daarom willen wij als AOb eerst een brede discussie over de toekomst van het Nederlandse hoger onderwijs. We moeten het hbo niet laten degraderen.²
Sipkema, in het dagelijks leven docent aan de Christelijke hogeschool Ede, reist enkele keren per jaar naar Brussel. Daar behartigt hij de belangen van het personeel van het Nederlandse hbo in de Europese vakorganisatie Etuce. En Sipkema is niet onverdeeld gelukkig met de internationale ontwikkelingen. Want de zogenoemde Sorbonne- en Bolognaverklaringen over de toekomst van het Europese hoger onderwijs zijn voornamelijk vanuit de visie van de universiteiten geschreven.
De Sorbonneverklaring werd twee jaar geleden opgesteld door de onderwijsministers van Frankrijk, Duitsland, Italië en Engeland. Als in Europa vrij verkeer van personen en goederen is, zo bedachten deze ministers, en er straks in heel Europa met dezelfde muntsoort betaald kan worden, dan moet ook het hoger onderwijs worden geharmoniseerd. Want Europa is niet alleen het Europa van de banken en de economie, het is ook het Europa van de kennis. Als al het hoger onderwijs overal volgens hetzelfde principe is opgezet, wordt het voor studenten makkelijker om elders in Europa een opleiding of studieonderdelen te volgen. En dan wordt eindelijk ook eens duidelijk wat alle verschillende diploma¹s eigenlijk waard zijn.
In de Sorbonneverklaring werd opgenomen dat het Europese hoger onderwijs georganiseerd zou worden volgens een systeem met twee cyclussen: undergraduate en graduate. In de Bolognaverklaring, die vorig jaar werd ondertekend door 29 Europese ministers van onderwijs, wordt dat raamwerk nog wat verder opgetuigd. De undergraduate-studie zou minimaal drie jaar moeten duren en de graduate-studie zou leiden tot de mastertitel.

Een jaar korter
Dat klinkt allemaal duidelijk, maar voordat het hele Europese hoger onderwijs volgens dit systeem is georganiseerd zal er nog veel moeten gebeuren. Want de onderwijsprogramma¹s lopen behoorlijk uiteen. Zo heeft Nederland een vierjarig hbo en vierjarige universiteiten. Hoewel sommige hbo-kunstopleidingen weer langer duren, net als de technische studies aan de universiteiten.
Veel andere landen kennen echter nagenoeg geen hbo. Een breed ontwikkeld hoger beroepsonderwijs is een voornamelijk Noord-Europese aangelegenheid van België, Nederland, Duitsland en tot voor kort Engeland. Want in Engeland mogen de hogescholen, de polytechnics, zich tegenwoordig Œuniversiteit¹ noemen.
De rest van Europa, zoals Portugal, Frankrijk, Spanje en Italië, heeft eigenlijk geen hbo², zegt Sipkema. ³Al lijkt dat soms wel zo. Want bij de Franse hautes études professionnelles denk je al snel aan hbo. Maar die scholen zijn veel hoger dan de universiteit.²
Als het stelsel van undergraduate- en graduate-opleidingen in Nederland zou worden ingevoerd, heeft dat behoorlijke consequenties. Want undergraduate-opleidingen zouden in drie jaar tijd recht geven op het bachelordiploma, terwijl de huidige hbo¹ers er een jaar langer over doen om dat diploma te bereiken. ³Dus bestaat de kans dat minister Hermans zegt: Het hbo kan wel een jaartje korter², vreest Sipkema.
Een minder zwart scenario is dat de vierjarige hbo-opleidingen worden gesplitst in een driejarige bachelor- en een eenjarige masteropleiding. Maar dat is volgens Sipkema weer een brug te ver. ³Iemand die van de havo komt, kun je niet in vier jaar tot master opleiden. Dat lukt nooit.² De universiteiten spelen dat wel klaar bij hun studenten, maar die werken dan ook met vwo¹ers.
Volgens Sipkema zou er een brede discussie moeten plaatsvinden over de internationale plaats van het Nederlandse hoger onderwijs. En over de titulatuur. ³Het zou het mooiste zijn als de hbo-afgestudeerden zich straks professional bachelor en professional master zouden mogen noemen.² Maar die termen kent toch niemand in Europa? ³Het gaat om afgestudeerden, om professionals, die direct inzetbaar zijn in bedrijven en instellingen. Dat is snel uit te leggen in het buitenland.²
Ook de academische wereld moet reorganisaties doorvoeren om internationaal in de pas te gaan lopen. Want zij leiden de studenten in één keer op tot master, terwijl de studies volgens de internationale overeenkomsten eerst het tussenniveau van bachelor zouden moeten hebben. Diverse universiteiten zijn daar al mee bezig. Ze splitsen hun opleidingen in een generalistische bachelorfase van drie jaar, die gevolgd wordt door een specialistische master.
Wat minister Hermans van dit alles vindt is nog niet bekend. De bewindsman komt in juli met een standpunt en zwijgt vooralsnog in alle talen. Hij wacht op een advies van de Onderwijsraad over dit onderwerp, dat pas in juni wordt verwacht.

Erg massaal
Om het nog ingewikkelder te maken woedt er in Nederland tegelijkertijd een discussie over de grens tussen hbo en wo. De voorganger van Hermans, Ritzen, hield die grens scherp in stand, maar van Hermans hoeft dat niet. Sommige hogescholen en universiteiten zijn al druk bezig naar elkaar toe te groeien. Zo bieden de Hogeschool van Amsterdam en de Universiteit van Amsterdam gezamenlijk onderwijs aan, en hebben de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen en de Universiteit Nijmegen hun lerarenopleidingen gebundeld.
Sipkema zet kanttekeningen bij die samenwerking. Want waartoe leidt dat alles: tot verscherpte concurrentie of juist tot fusies? In dat laatste geval zouden de instellingen wel erg massaal worden. ³Sommige hogescholen zijn nu al zo groot dat het moeilijk werkbaar is. Met de universiteiten erbij wordt het alleen nog maar gekker. Ik zou eerst eens een duidelijke discussie willen over de vraag of die schaalvergroting van hbo en universiteit werkbare instituten oplevert.²
Volgend jaar wordt in Praag de volgende stap gezet naar Europese integratie van het hoger onderwijs. Sipkema voorziet problemen, en niet alleen voor Nederland. ³Ik heb in Brussel gesproken met iemand van de universitaire vakbond in Tsjechië. Hij vertelde me dat de ministers van onderwijs van Midden- en Oost-Europese landen helemaal niet beseffen wat zij getekend hebben. Want waar halen die landen het geld vandaan om het hoger onderwijs opnieuw in te richten? Ze missen de financiën en de knowhow om een bachelor- of masterstructuur in te voeren. De universiteiten daar zijn ook nog niet gewend aan de flexibiliteit die wij hier in West-Europa hebben.²
En over geld gesproken, een ombouw van het Nederlandse hoger onderwijs - als die er komt - wordt een gigantische operatie. Sipkema: ³Dat gaat een hoop tijd en geld kosten en leidt de aandacht af van het primaire proces. Terwijl de werkdruk al extreem hoog is. Dat kan dus niet zonder extra geld, de rek is eruit.²
En als er een Europese eenheid van hoger onderwijs komt, moeten ook de arbeidsvoorwaarden op elkaar worden afgestemd. ³Anders vergroot je de braindrain², voorspelt Sipkema. ³Dan trekt het personeel uit sommige landen weg naar universiteiten of hogescholen in andere landen die meer betalen.² De Europese bonden zijn daarom al bezig om de salarissen en arbeidsvoorwaarden in een database tegenover elkaar te zetten.
Als het onderscheid tussen hbo en wo binnen Nederland vervaagt, zal dat volgens Sipkema ook gevolgen hebben voor de arbeidsvoorwaarden. Op de universiteiten zijn de salarisschalen 10 en 11 al gemeengoed. In het hbo zitten nog behoorlijk wat mensen in schaal 12, maar dat worden er steeds minder. ³Schaal 12 is nu al een soort arbeidsmarkttoeslag. En je hebt kans dat de schalen 10 en 11 ook in het hbo de norm gaan worden. Dan komt een docent alleen nog maar in de hogere schalen als dat markttechnisch nodig is. Een docent accountancy aan een heao kan makkelijk schaal 14 vragen, en dat krijgt hij ook.²

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.