• blad nr 10
  • 3-6-2017
  • auteur . Overige 
  • Opinie

 

Laagste salarisschaal moet verdwijnen

De AOb wil dat de laagste salarisschaal in het basisonderwijs wordt afgeschaft. Is dat terecht? Nee, schrijft leerkracht Rob Brouwer, die eerst werkte op een basisschool en nu in de onderbouw van het voortgezet onderwijs. Jawel, schrijft Dorien König, basisschoolleerkracht en voorzitter van De Groene Golf.

Oneens
Rob Brouwer. Met salarisschaal LA beginnen is niet per definitie foute boel.

In vergelijking met collega’s in het voortgezet onderwijs voelen basisschooldocenten zich financieel ondergewaardeerd. Dat is oneerlijk. Volgens het platform PO in actie is het werkniveau in beide sectoren namelijk identiek. De tijd is rijp voor actie. Maar is deze actie wel terecht?
Een vergelijking tussen groep 8 en klas 1 ligt het meest voor de hand. Daar krijgt de schoolcarrière van (pre)pubers zijn beslag. De organisatie is anders, maar het werk overlapt elkaar.
De onderwijzer(es) van groep 8 regisseert het leer- en leefklimaat in een vast lokaal. In die microkosmos van bijna schoolverlatende kinderen met veeleisende ouders is het flink aanpoten. Per leerling moet het leerniveau valide en verklaarbaar zijn. Het ritueel van kamp en musical maakt het er niet makkelijker op. In elk team zijn er maar een paar die dat willen. Professionals die de school in alle hectiek taakbewust en rolvast gratis meerwerk leveren. Zij krijgen schouderklopjes, maar worden niet als doorsnee tweedegraadsdocent uitbetaald. Is dat terecht?
Onderbouwdocenten die lesgeven aan klas 1 verzetten dagelijks bergen werk. In hun dubbelrol als mentor hebben ze vaak niet meer dan één mentorles per week om orde op zaken te stellen. In voortdurend overleg met teamleden moeten allerlei deadlines worden gehaald. Met het rapport als tussenstop leert de mentor leerlingen het verhaal achter cijfers te duiden. In samenspraak met ouders. Periodiek wordt er zo continu informatie gedeeld. Dat uitwisselingsverkeer betreft honderden leerlingen.
Is die werkbelasting hetzelfde als die van een leerkracht in groep 8? Wie verdient wat?
Een verdienstelijke basisschooldocent groeit maximaal van salarisschaal LA naar LB, een docent in de onderbouw van LB naar LC. Voor een kei van een leerkracht in groep 8 is LC onbereikbaar, zoals een kanjer in klas 1 van LD mag blijven dromen.
Om in de basisvorming effectief te zijn, passen docenten zich voortdurend aan. Dat is nodig, helemaal in probleemklassen. Deze ratrace is ook voor de sterken slopend. Waar een prominente docent in het primair onderwijs (po) als generalist de school smoel geeft, doet een docent in het voortgezet onderwijs (vo) dat vakinhoudelijk ook nog als specialist. In de onderbouw zijn docenten misschien minder gespecialiseerd, maar zij zijn pedagogisch-didactisch weer tot meer in staat.
Toch piesen leraren in de onderbouw naast de geldpot. En waarom? Omdat het zo werkt?
Dynamische docenten omarmen verandering, maar de systematiek van hun waardering is conservatief. Met als gevolg dat het po zich nu afzet tegen het vo. Handig? Natuurlijk niet. Met de agenda van PO in actie wordt de eerste fase van het secundair onderwijs min of meer gegijzeld. Krijgen we VO in actie als reactie?
Bij onderwijs hoort salarisverschil. De onderwijsopvattingen en scholieren verschillen. Noem het erkende ongelijkheid. De bindende factor tussen po en vo is niet zo zeer het werkniveau, maar de werkdruk. Maar die is onbetaalbaar.
Hoe het beter kan? Met salarisschaal LA of LB beginnen is niet per definitie foute boel. Er veel te lang zonder zeggenschap in opgesloten worden wel. Werknemers moeten stappen maken als ze goed presteren of zich bijscholen. Sta toe dat po-docenten met grotere stappen salarisschaal LB in beeld krijgen en vo-docenten LC. Met LC of LD eindigen moet bovendien geen hoge uitzondering, maar meer regel worden.
LA als startschaal zomaar afschaffen is niet de weg, de wijze van belonen moet veranderen. Meer geld voor bewezen diensten, zonder ontmoedigend protocol.

Leerkracht Rob Brouwer heeft bij de bij de Almeerse Scholen Groep 16 jaar ervaring in het primair onderwijs en 17 jaar in het voortgezet onderwijs.
Eens
Dorien König. Het zijn twee verschillende beroepen, maar het ene zou niet hoger in aanzien moeten staan dan het andere.

Sinds een aantal jaar ben ik leraar in het basisonderwijs, met veel plezier. Mijn beloning vind ik in een trots, blij of dankbaar gezicht van een kind, want uit mijn arbeidsvoorwaarden spreekt weinig waardering.
Dit is zorgelijk, want we kampen met een groeiend lerarentekort in het basisonderwijs. Teveel startende leraren zijn de afgelopen jaren vertrokken. Ook ik vraag me soms af waarom ik tegen een matig salaris een beroep uitoefen in de sector met de meeste burn-outs. Tel daar slechte loopbaanperspectieven en magere begeleiding bij op en je hebt het ideale recept om per direct te stoppen als leraar.
Er moet een reddingsmissie komen om leraren te koesteren. Als actieve jonge docent van de AOb stond ik rond de verkiezingen bij politieke partijen op de stoep, met een overzicht van noodzakelijke verbeteringen. Die deden daar weinig mee.
Ik ben dan ook erg blij met de spanning die nu ontstaat door Facebookgroep PO in actie. Eindelijk worden de handen in elkaar geslagen voor een beter salaris en lagere werkdruk. Die groep mikt op een salaris dat vergelijkbaar is met dat van een collega uit de onderbouw van het voortgezet onderwijs. Daarbij geldt het logische argument dat je met hetzelfde opleidingsniveau hetzelfde zou moeten verdienen.
Het zijn absoluut twee verschillende beroepen, maar het ene zou niet hoger in aanzien moeten staan dan het andere. Specialist in het voortgezet onderwijs of generalist in het primair onderwijs: het is allebei complex. Een docent in het basisonderwijs dient in alle vakgebieden resultaten te boeken, een docent in het voortgezet onderwijs houdt voortgang voor een vak bij van veel meer leerlingen: in beide gevallen is het een stevige klus.
Het is gewoon vreemd dat wij minder verdienen in het basisonderwijs. Wij zijn vaak gewild in het vo om onze sterke pedagogische vaardigheden. Want ja: wij kunnen wel met die probleemklassen omgaan, want we doen niet anders dan omgaan met verschillen in het basisonderwijs. Het IQ in een gemiddelde basisschoolklas varieert van net boven 70 tot ruim 140. Dat moeten wij sinds de komst van passend onderwijs grotendeels in de eigen klas zien te managen. Staatssecretaris Sander Dekker van Onderwijs mag beweren dat klassen met pubers op de middelbare school lastiger zijn dan groepen in het basisonderwijs, maar bij mij gaat het er echt niet in. Het enorme verschil tussen leerlingen maakt het basisonderwijs dusdanig ingewikkeld dat gelijk loon met het vo wel het minste is wat we mogen vragen.
Maar hoe dan? Ik besef dat het een enorme onderneming wordt om het po-salaris te repareren. Ik volg de onderhandelingen in Den Haag op de voet en kijk uit naar dat regeerakkoord waarin miljarden worden vrijgemaakt voor alle sectoren in het onderwijs. De laagste salarisschaal L moet afgeschaft worden in het PO, maar ook doorstroom naar de hogere schalen LC of LD moet mogelijk zijn. De beweging ‘VO in actie’ kan worden voorkomen door doorstroom in het vo gemakkelijker te maken. Vmbo-docenten moeten ook een LD salaris kunnen krijgen± er is een lange weg te gaan.
Met een doekje voor het bloeden redt Den Haag het onderwijs niet. Er moet een serieus gebaar komen. Kom dat niet, dan volgt er meer. Want ik verdien meer!

Dorien König is leerkracht op De Klimroos in Utrecht en voorzitter van de jongerenafdeling van de AOb.

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.