• blad nr 10
  • 3-6-2017
  • auteur D. van 't Erve 
  • Redactioneel

 

Toptalent ontsnapt aan verveling op apart vwo

Het vwo in vijf jaar afronden of meedraaien op de universiteit? Het kan op de ruim dertig scholen die een versneld of verrijkt vwo-programma aanbieden. Ze willen slimme leerlingen motiveren.

“Er hoeft maar een klein schepje in”, zegt Max tegen Rick die wat koolstof bij de rode wijn in het reageerbuisje wil doen. “Ik kan het schepje anders niet kleiner maken hoor”, reageert hij gevat. Ze proberen van rode wijn witte te maken, een opdracht voor het vak Science op het Stellingerwerf College in Oosterwolde. Dit vak is speciaal samengesteld voor de vwo+klas, waarin leerlingen extra vakken en verdieping krijgen.
Steeds meer scholen bieden onderwijs op maat voor leerlingen die méér in hun mars hebben. Zo kunnen leerlingen in vakken waarin ze uitblinken examen doen op een hoger niveau, het vwo in vijf jaar afronden of extra projecten en masterclasses op de universiteit volgen. Het kabinet kwam in 2015 met extra geld voor dit soort maatregelen, gebundeld in het Plan van Aanpak Toptalenten, nadat bleek dat een kwart van alle leerlingen en ruim de helft van de uitblinkers zich vaak verveelt op school en onderpresteert.

Nieuwsgierig
Het Stellingwerf College begon in 2007 al met vwo+ en is nu een van de achttien scholen die zowel verrijkt als versneld vwo mogen aanbieden. “Wij zagen dat we de vwo-leerlingen die echt meer aankunnen, te kort deden”, verklaart Taco Hofland, afdelingsleider vwo. “Het reguliere programma is voor hen niet uitdagend genoeg, en dat werkt demotiverend.”
De plusklas telt jaarlijks rond de 25 leerlingen. Het advies van de basisschool is voor de toelating leidend. Daarnaast worden de leercapaciteit, intelligentie en motivatie van de leerling getest en volgt een gesprek met de ouders en de leerling. “Alleen maar heel slim zijn, is niet genoeg”, legt Hofland uit. “Leerlingen moeten dit vooral ook graag willen. Ze moeten dus zowel nieuwsgierig als leergierig zijn.”
Leerlingen in de plusklas volgen een eigen leerroute vanaf het eerste leerjaar. Ze doorlopen het reguliere programma in minder uur en kunnen daardoor kiezen voor extra vakken zoals filosofie of drama. De vakken natuurkunde, biologie en scheikunde worden in samenhang aangeboden in het vak Science. Biologiedocent Lidie Hulst schreef samen met andere docenten de lesmethode hiervoor. “Deze leerlingen kunnen niet alleen sneller door de stof, ze leren ook anders. Onderzoekend leren staat centraal. Het is heel inspirerend om met hen te werken omdat ze veel inhoudelijke vragen stellen, dat houdt je scherp.” “Als docent moet je zo veelzijdig mogelijk zijn”, vult geschiedenisdocent Wouter Kok aan. "Deze leerlingen maken zulke vrije associaties, daar moet je wel in mee willen en kunnen gaan. Ik vind het super. Ik ben zelf ook iemand die elke zijweg inslaat die mogelijk is. Alles heeft met elkaar verband en op deze manier kun je de stof in een groter geheel plaatsen.”

Grote bekers
Vanaf het vierde jaar volgen leerlingen het reguliere programma van hun profielkeuze. Daarnaast kunnen ze kiezen uit een scala aan verdiepende activiteiten en aanvullende opdrachten. Vijfdejaars Gijs Wesselo (16) doet bijvoorbeeld het profiel Economie & Maatschappij en volgt extra vakken als filosofie en de versterkte talen Engels, Duits en Frans. Hij zit ook bij de Lagerhuis-debatclub, die al verschillende grote bekers in de wacht heeft gesleept. “Ik ben blij dat ik de mogelijkheid krijg deze extra's te doen”, vertelt hij. “Het helpt mij de talen echt goed te leren spreken. En door te debatteren leer ik beter te verwoorden wat ik denk. Dat is handig als je een snelle denker bent zoals ik.” De overgang van plusklas naar reguliere klas vond hij niet zo groot. “Natuurlijk denk je wel eens dat de les wel wat vlotter mag, maar tot nu toe verveel ik me niet.”
Vanaf dit jaar biedt de school ook de mogelijkheid om te versnellen. Een commissie bepaalt wie hiervoor in aanmerking komt. Hofland: “Het is een individueel traject dat voor maar een enkeling zal gelden. Diegene heeft al een duidelijk doel voor ogen en krijgt een persoonlijke begeleider die bekijkt waar hij of zij kan versnellen.”

Pilot
In totaal gaan 33 middelbare scholen vanaf volgend schooljaar versneld of verrijkt vwo aanbieden. Zij mogen van het ministerie hiervoor ingrijpend schuiven met de lesstof uit de onder- en bovenbouw. Tot 2020 kunnen scholen zich nog voor de pilot aanmelden, mits zij aan een aantal voorwaarden voldoen. Zo moet de kwaliteit van de school in orde zijn, moet het traject naast het reguliere programma bestaan en moeten leerlingen eenvoudig kunnen terugstromen als ze het niet redden. In 2027 wil het ministerie de nieuwe trajecten evalueren.
Het Ludger College in Doetinchem mag ook het verkorte vwo-traject aanbieden. De school is al enkele jaren een begaafdheidsprofielschool (zie ook kader) waarbij meer- of hoogbegaafde leerlingen in reguliere onderwijstijd projecten mogen doen waar hun interesse liggen. “Hoogbegaafde leerlingen denken en werken anders, dus daar willen we met ons onderwijs op aansluiten”, vertelt afdelingsleider Nicole van Andel. Daarnaast willen en kunnen sommige leerlingen sneller, en het is fijn dat dat nu ook in de onderbouw wettelijk mogelijk is.”
De school nam een jaar de tijd om het vijfjarige traject vorm te geven. Leerlingen slaan niet zomaar een klas over, maar krijgen vanaf de tweede klas een traject op maat. Het staat voor alle vwo-leerlingen open, maar ook hier zal het aantal deelnemers beperkt zijn. “Het gaat om leerlingen die niet geïnteresseerd zijn in het hoogbegaafdheidsprogramma of voor wie dat niet voldoende is. Er ligt nu een draaiboek met stappen die nodig zijn om een leerling een versneld programma aan te kunnen bieden. We gaan bovendien gerichter naar de behoefte van leerlingen kijken. Nu weten we vaak niet of leerlingen zich voldoende voelen uitgedaagd omdat ze veelal zonder problemen de opleiding doorlopen.”

Extra ondersteuning
De resultaten van de Toptalenten-aanpak zijn volgens het ministerie van Onderwijs tot nu toe positief. Scholen zorgen voor meer differentiatie in de klas, voor stimulerend aanbod naast het curriculum of trekken deskundigen aan die leerlingen meer uitdaging bieden. Door de aanpak is de verveling onder slimme leerlingen volgens het ministerie in twee jaar tijd meer dan gehalveerd: van 56 procent naar 24 procent.
Kritiek vanuit het veld is er ook. Zo zou de aandacht voor toptalenten ten koste gaan van die voor andere leerlingen. Volgens Sander Dekker profiteren echter alle leerlingen van de manier waarop scholen hun aanbod afstemmen, omdat de verveling onder alle leerlingen is gedaald, namelijk van 24 naar 14 procent. Uit onderzoek blijkt dat de aandacht voor toptalenten wordt gedragen door de hele school. Leraren zeggen echter wel behoefte te hebben aan extra ondersteuning, scholing en tijd.
“Op het Ludger College zetten we in op talentontwikkeling van alle leerlingen, van mavo tot en met vwo”, vertelt Van Andel. “Dus de aandacht gaat niet alleen naar toptalenten. Voor docenten is er geen sprake van extra belasting. De meer- en hoogbegaafde leerlingen worden begeleid door coaches, waar docenten eventueel ook een beroep op kunnen doen. Het versnelde traject dat een leerling gaat volgen, wordt in overleg met de secties samengesteld. Dus de docent hoeft niet zelf te bepalen welke stof een leerling kan overslaan.”
Ook Hofland van het Stellingwerf College ziet niet dat de aandacht voor toptalenten ten koste gaat van die voor andere leerlingen. “Leerlingen blijven in de vwo+klas tot en met het derde jaar. Als eerder blijkt dat ze het niet redden, kunnen ze in die klas het reguliere programma volgen. Daar hebben we bewust voor gekozen, omdat anders de verhouding docent/leerling wel in het geding kan komen.”
Een ander kritiekpunt is dat het maar de vraag is of een zestienjarige sociaal emotioneel gezien klaar is voor een universitaire opleiding. “De meeste leerlingen niet, en die moeten het dan ook niet gaan doen”, reageert Hofland. “Maar er zijn ook leerlingen die zich vreselijk vervelen, aan minder dan een half woord genoeg hebben en precies weten wat ze willen. Waarom zou je ze tegenhouden?”
“Hoe hoog is de temperatuur?”, vraagt technisch onderwijsassistent Germar Maris aan de tweedejaars vwo+. “Bijna 100”, roept Wietse en terwijl hij naar het distilleerglas met rode wijn wijst: “Zie dat bruisen dan! Nog even en dan kunnen we aan de cognac, haha.”

Hoogbegaafde blijft vaak onder zijn niveau

Ongeveer 3 procent van alle leerlingen is hoogbegaafd, en op het vwo ligt dat percentage naar schatting zelfs rond de 20 procent. Steeds meer scholen bieden als begaafdheidsprofielschool expliciet passend onderwijs aan deze groep.

Sinds 2004 stimuleert het ministerie scholen om te komen tot een goed aanbod voor hoogbegaafde leerlingen. Daarin kun je niet vroeg genoeg beginnen, vertelt Dick van Hennik, voorzitter van de vereniging Begaafdheidsprofielscholen (BPS), waarbij bijna 44 vo-scholen en 22 basisscholen zijn aangesloten. “Hoogbegaafde leerlingen zijn niet gewend te leren, het komt ze allemaal aanwaaien. Als het op de middelbare school opeens niet meer vanzelf gaat, kunnen ze vastlopen. Het is dus heel goed dat ze op de basisschool al leren dat foutjes maken een feest is, omdat je daarvan leert.”
De pilot met versneld of verrijkt vwo juicht hij toe. “Verreweg de meeste hoogbegaafden presteren onder in ons schoolsysteem, dus hoe meer aandacht hoe beter. Kijk goed naar wat een kind nodig heeft en vraag het hen vooral ook zelf. Binnen de begaafdheidsprofielscholen is flexibiliteit een kernbegrip. Deze leerlingen kunnen heel goed zelf bepalen of ze een klas willen overslaan, welke les ze nodig hebben of dat ze liever een eigen project gaan doen. Geef ze dus de ruimte om een eigen programma te volgen als ze laten zien dat ze de reguliere stof beheersen”
Zwaar investeren is niet nodig, maar de leerkracht moet wel snappen hoe hoogbegaafden leren. Wijs één begeleider aan en geef docenten die dat willen extra tijd om met deze leerlingen te werken, adviseert Van Hennik. “Het onderwijs wordt er alleen maar leuker van. Want hoe heerlijk is het om in gesprek te gaan met een leerling die de meest interessante vragen stelt over jouw vakgebied?”

www.begaafdheidsprofielscholen.nl

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.