• blad nr 10
  • 3-6-2017
  • auteur T. van Haperen 
  • Column

 

Carrièreperspectief

Ik had een onderzoek in het ziekenhuis. De details bespaar ik je. Laten we het houden op: fijn is anders. Verder, aardige mensen, goed in hun werk, professioneel. Maar terwijl ik op zo’n tafel lig, moet ik denken aan beginnende leraren, op de opleiding. Bij goed presteren in de klas vraag ik altijd: ga niet weg, doe waar je in aanleg zo ontzettend goed in bent, dat maakt gelukkig, geef les. Een enkeling zegt ja, maar de meerderheid is met iets anders bezig en vertrekt. Ik heb de minister ooit horen zeggen dat van de honderd academisch geschoolde leraren na vijf jaar er nog slechts 28 voor de klas staan. Tegen mij zeggen de vertrekkers: ik wil niet mijn hele leven hetzelfde doen.
Op die tafel schiet door mijn hoofd: leugenaars, het is iets anders. Want even eerlijk, de arts die mij helpt, doet onsmakelijk werk met bloednerveuze patiënten. En als ik na een half uur me in een hokje weer sta aan te kleden, hoor ik hem door het kartonnen wandje op geruststellende toon tegen mijn opvolger vertellen wat hij net tegen mij zei. Deze meneer doet altijd hetzelfde. Zijn hele leven. En zo ken ik meer voorbeelden. Mijn broer is notaris. Hij doet wat hij doet, elke dag weer en klaagt nooit over gebrekkige doorstroommogelijkheden. Onlangs zag ik singer songwriter Bob Dylan optreden. In Antwerpen. De man is 76. Stapt elk jaar honderd keer op een podium. Maakt tussendoor een plaat. Doet dit bijna zestig jaar. En is niet van plan te stoppen. Gelukkig maar.
Maar schoolleiders en bestuurders geloven de leugen van het gebrekkig carrièreperspectief. Zij binden jonge leraren met begeleiding op ontwikkeling. Niet handig, want een goede leraar kun je niet maken, die dient zich aan. En dat accent op ontwikkeling is een vergissing. De beste voetballer van Nederland ooit, de inmiddels overleden Johan Cruyff, vertrok in de jaren zeventig bij Ajax. De reden? Niet het geld. Maar door het succes van twee gewonnen Europa Cups liepen zijn medespelers naast hun schoenen. De verdedigers wilden ineens ook doelpunten maken. Het dagelijks gesprek ging over ontwikkeling en niet over het werk goed doen. Volgens Cruyff is het werk goed doen van allemaal. De ontwikkeling van de spelers zelf. Op scholen is dat niet anders. Het getetter over ontwikkeling en groei nadert oneindig, terwijl het gezamenlijke, het werk goed doen, verdomd weinig aandacht krijgt. Want lesgeven kan iedereen. Niet dus. En wat doet het type Johan Cruyff dan? Die heeft daar geen zin in en vertrekt. Een diffuse en ongedisciplineerde schoolorganisatie, het defaitisme van falende collega’s, daar willen sterke starters niet bijhoren.
Cruyff predikte een paar jaar terug de revolutie. Hij trapte piskijkers, goeroes, charlatans en betweters buiten. Voetballers de baas. De praktijkkennis heerst. Precies dat is wat de Nederlandse school nodig heeft. Een revolutie, waarna wij misschien ook weer eens wat winnen. En reken maar, leraren willen dan lesgeven. Een leven lang ontwikkeling in hetzelfde. Net als artsen, notarissen en muzikanten.
{streamers}

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.