• blad nr 10
  • 3-6-2017
  • auteur R. Voorwinden 
  • Redactioneel

 

School neemt afscheid van werkboekjes

Papieren werkboekjes van lesmethoden hebben hun langste tijd gehad. De digitale varianten van Snappet, Gynzy en de educatieve uitgevers bieden zoveel voordelen dat steeds meer scholen de boekjes de deur uit doen. “Vroeger maakten we twintig sommen per les. Nu zeventig.”

“Zo, en nu aan de slag!” De klassikale instructie is voorbij en de leerlingen van Ruben Pollé, leerkracht van groep 7 van basisschool de Kas in Gouda, moeten nu zelf aan het werk. Maar in plaats van de traditionele papieren werkboekjes pakken ze hun tablets.
De leerlingen beginnen aan de opgaven. Op zijn dashboard, een overzicht op zijn computerscherm, ziet Pollé precies of iedereen de lesstof heeft begrepen. De ene leerling gaat als een speer door de opgaven heen: er verschijnen aan de lopende band groene blokjes op het dashboard van Pollé. De andere leerling maakt eerst wat fouten en verbetert die dan aangegeven door rood-groene blokjes. En één leerling blijft steken bij twee opgaven: allebei rood, dus fout en daarna niets. Pollé gaat er meteen even naast zitten. “Wat is er aan de hand?” Welkom in het tijdperk zonder werkboekjes.

Onderwijsmuseum
Leerkracht Pollé is niet de enige die de papieren werkboekjes de deur uit heeft gedaan. Op zo’n 2500 scholen in heel Nederland werken al een of meerdere groepen met Snappet: een systeem waarbij de leerlingen de lesstof verwerken op een tablet. Sinds het begin van dit schooljaar biedt concurrent Gynzy een systeem aan dat de papieren werkboekjes rijp maakt voor het onderwijsmuseum. En ook de grote uitgeverijen zijn er mee bezig.
Het grote voordeel van de digitale verwerking van de lesstof is dat leerlingen directe feedback krijgen. Ze zien op hun tablet meteen of ze een opgave goed of fout hebben gemaakt. En niet pas de volgende dag, nadat de leerkracht eerst thuis dertig werkboekjes heeft nagekeken.
Het tweede grote voordeel is dat je als leerkracht direct, real time, ziet of de leerlingen de stof snappen. “Met Snappet zit je er veel korter op”, zegt leerkracht Pollé van de Kas. “Je kunt meteen ingrijpen als een leerling vast dreigt te lopen.”
En dat maakt maatwerk mogelijk, vinden Karen Bouwmann en Astrid Bosman, leerkrachten van de Dr. Ariënsschool voor speciaal basisonderwijs in Enschede, die ervaring opdoen met Gynzy. “Je hebt niet steeds meer dezelfde leerlingen aan je tafel voor de verlengde instructie. Je bepaalt gewoon per les, aan de hand van de informatie op je scherm, wie er extra instructie nodig heeft.”
Snappet sluit al aan op meeste gangbare lesmethoden in het basisonderwijs. Gynzy benadert het andersom: “De scholen mogen zeggen met welke methode zij werken, dan zorgen wij voor een koppeling met de leerdoelen uit die methode”, zegt Ralf Schimmel, technology dean bij Gynzy.
Waarbij opgemerkt moet worden dat Snappet en Gynzy niet de papieren werkboekjes van de uitgeverijen kopiëren: ze sluiten alleen aan op de lesdoelen. Hoewel bij Snappet de relatie met het werkboekje nogal nauw is. Als er in het werkboek bijvoorbeeld sommen staan over een bakker die broden verkoopt, dan staan er bij Snappet dezelfde soort sommen over een groenteboer die kroppen sla verkoopt. Of andersom.
De grote uitgeverijen vinden dit een aantasting van hun auteursrecht en hebben eind vorig jaar een rechtszaak aangespannen tegen Snappet om hun intellectuele eigendom, de werkboekjes, te beschermen. Die zaak hebben de uitgevers in eerste instantie verloren, maar er loopt een hoger beroep (zie kader).

Nakijken
Snappet en Gynzy zijn in eerste instantie bedoeld voor de hogere groepen. Leerlingen moeten immers kunnen lezen en schrijven voordat ze op de tablets gaan werken. Gynzy is er voor groep 4 en 5, vanaf de zomervakantie komen daar de hogere groepen bij.
Snappet is er al voor alle klassen vanaf groep 4. “Onze meerwaarde ligt echt in de hogere groepen”, zegt Martijn Allessie, oprichter van Snappet. “Maar er zijn al scholen die ook vragen om Snappet voor groep 3. Daar kijken we naar, al kan ik niets beloven.”
Leerkrachten die de digitale werkboekjes inzetten in de groep, beginnen vaak eenvoudig. Alle leerlingen maken dan dezelfde opgaven. Maar Snappet en Gynzy kennen ook een extra stand, waarbij het niveau van de opgaven automatisch wordt aangepast aan de prestaties van de leerling. De leerlingen kunnen dan bijvoorbeeld eerst een kwartier klassikaal werken aan dezelfde opgaven, zodat de leerkracht ziet of iedereen de instructie heeft begrepen. Daarna kunnen de leerlingen losgaan op hun eigen niveau.
“De opgaven van Snappet passen zich goed aan op het niveau van het kind”, zegt Pollé van de Kas in Gouda. “De sterke leerlingen uit groep 7 doen al opgaven uit groep 8, de zwakke nog opgaven uit groep 6. Automatisch.”
Dat werkt ook zo bij Gynzy, zeggen Bouwmann en Bosman van de Dr. Ariënsschool in Enschede. “Het is echt een supermiddel om de leerling op maat te bedienen. Om ze in eigen tempo en op eigen niveau te laten werken.”
En dat laatste lukt dus niet bij sommige traditionele lesmethoden van de grote uitgevers. Bosman: “Een leerling in groep 5 kan vaak niet even in de lesstof van groep 4 werken. Daar zijn de uitgevers erg stug in. Als ze niet uitkijken, gaan ze het verliezen van Snappet en Gynzy.”
En Snappet en Gynzy kennen ook nog een derde optie, waarbij de leerkracht de lesmethode helemaal kan loslaten. De leerkracht geeft dan gewoon zijn eigen instructies, waarna de leerlingen de lesdoelen van die stof verwerken op hun device.
“Ik zie dat sommige scholen voorzichtig toe gaan naar onderwijs op het niveau van de lesdoelen”, zegt Schimmel van Gynzy. “Je kunt bijvoorbeeld een heel eigen instructie geven bij een doel als ‘Getalsbegrip tellen tot en met 20’ en de leerlingen die stof dan digitaal laten verwerken. Maar eigen instructies vergen veel van leerkrachten.”
Leerkracht Pollé uit Gouda houdt voorlopig gewoon de lesmethode aan. In Enschede zijn Bouwmann en Bosman daar al vanaf aan het stappen. Waarom? Misschien omdat ze dat al gewend zijn in hun speciaal onderwijs. “Onze kinderen leren elk op een andere manier. Daarom maken wij van oudsher al graag onze eigen instructie en volgen we niet slaafs de methode.”
Dat maken van die eigen instructies kost natuurlijk wel tijd, maar die komt vrij doordat er niet steeds papieren werkboekjes hoeven te worden nagekeken. Dat laatste merken ook Pollé en zijn collega’s. Pollé is Snappet-coach voor de andere zestien basisscholen van zijn bestuur, Stichting Klasse: “Snappet neemt me een heleboel werk uit handen. Ik hoef geen werkboekjes meer na te kijken, waardoor ik meer tijd heb om mijn lessen van de volgende dag voor te bereiden.”
Bij die voorbereiding kan Pollé nu ook gegevens uit zijn dashboard gebruiken. “Ik kan bijvoorbeeld in één oogopslag zien hoeveel leerlingen de spelling met ‘ij’ of ‘ei’ al onder de knie hebben. Zijn dat er zoveel dat ik nog een klassikale instructie moet geven? Of roep ik een paar leerlingen bij me en kan de rest iets nuttigers gaan doen? Ik ben echt heel enthousiast over al die mogelijkheden.”
Ook de leerlingen zijn enthousiast. Pollé: “Als ze ergens slecht in scoren, willen ze die opgaven nog eens oefenen. Dat hoor ik ze bij een papieren werkboekje echt niet zeggen.” In Gynzy kunnen de leerlingen beloningspunten halen en daarin zijn ze volgens Bouwmann behoorlijk fanatiek. “Zelfs als ze ziek zijn, loggen ze in vanuit huis: ze willen opgaven maken om sterren te halen.”

Oefenen
De grote vraag is uiteraard of de leerlingen nu ook betere resultaten halen. Een eerste onderzoek, dat zo’n twee jaar geleden werd uitgevoerd in opdracht van Kennisnet, was voorzichtig positief. “Zelf heb ik geen onderzoek gedaan”, zegt leerkracht Pollé. “Maar ik merk dat de resultaten hier schoolbreed stijgen.”
Al was het alleen maar doordat de leerlingen nu veel meer oefenen. Pollé: “Als een leerling vroeger in één les twintig sommen maakte, was het veel. Maar op de tablets werken kinderen veel sneller: mijn beste leerling heeft vandaag zeventig sommen gemaakt. En hoe meer je oefent, hoe meer er beklijft.”
“Onze leerlingen zijn in de eerste drie maanden van dit jaar op de tempotoets rekenen het snelst gestegen van de hele school”, zeggen Bouwmann en Bosman. “En ook scores op de Cito-toetsen zijn veelbelovend.”
Het grote nadeel van beide systemen is eigenlijk de prijs, vinden de leerkrachten. Die varieert tussen de dertig en tachtig euro per leerling, wat onder andere afhankelijk is van de vraag of de leerlingen ook een tablet in bruikleen krijgen. Scholen die Snappet of Gynzy gebruiken, besparen wel weer op de aanschaf van de papieren werkboekjes.
Bouwmann en Bosman zouden Gynzy ook graag afnemen per vak. “Je moet meteen alle vakken betalen, terwijl onze papieren spellingmethode nog prima bevalt. We zouden Gynzy graag alleen gebruiken voor de rekenopgaven, maar dat kan niet.”
“Gynzy is een totaalpakket”, werpt Schimmel van Gynzy tegen. “Bovendien moet je als school natuurlijk apparaten aanschaffen. Als je die voor slechts één vak inzet, wordt het een uitdaging om uit de kosten te komen.”

{kader}
Uitgevers in hoger beroep tegen Snappet

De grote educatieve uitgevers zien met lede ogen aan dat Snappet digitale lesboekjes op de markt brengt die aansluiten op hun lesmethoden. Dat doen de uitgevers liever zelf. Ze verloren hun eerste rechtszaak tegen Snappet, maar zijn in hoger beroep gegaan.

“Wij zien een gestage groei in de aanschaf en het gebruik van digitaal lesmateriaal”, zegt Stepan de Valk, directeur van de GEU, de brancheorganisatie van educatieve uitgevers. “Die groei is een brede tendens. Snappet en Gynzy passen daar in, maar veel educatieve uitgevers hebben op dit moment ook eigen digitale varianten van hun papieren werkboeken.”
Het digitaal verwerken van de lesstof heeft diverse voordelen, zegt De Valk. “Leerlingen krijgen bijvoorbeeld direct feedback, de opgaven kunnen zich automatisch aanpassen aan het niveau van een leerling. Verder krijgt de leerkracht direct zicht op de vorderingen van de leerlingen. De digitale varianten van de lesboekjes bieden ook nieuwe mogelijkheden voor het aanbieden van formatieve toetsen: toetsen die niet gericht zijn op meten, maar die onderdeel zijn van het leerproces.”
De educatieve uitgevers vullen hun eigen lesmethoden echter wel graag aan met hun eigen digitale werkboekjes. En niet met die van Snappet. Want Snappet kopieert hun werkboekjes weliswaar niet, maar volgt wel akelig dicht de leerlijn. Als er in het papieren werkboekje van een educatieve uitgever bijvoorbeeld moet worden berekend hoeveel broeken een kledingwinkel verkoopt, dan geeft Snappet dezelfde soort opgaven over bijvoorbeeld een fietsenmaker die fietsen verkoopt.
De GEU spande hierover vorig jaar een rechtszaak aan tegen Snappet, maar verloor die. De rechtbank oordeelde dat een leerlijn voortkomt uit didactische inzichten: een leerlijn is geen creatieve intellectuele schepping en valt daarom niet onder het auteursrecht.
Tegen die uitspraak is de GEU in hoger beroep gegaan. “Bekijk het als de verfilming van een boek”, zegt De Valk. “Daarvoor moet je officieel toestemming hebben, want de lijn van het boek komt terug in de film. Het gaat niet om de dialogen, die zijn in het boek en in de film toch vaak anders. Het gaat om de lijn. En dat is volgens ons ook het geval bij de leerlijnen.”
Er is nog geen datum vastgesteld voor de zitting van het hoger beroep. “Wij denken dat wij de rechter gaan overtuigen van ons gelijk”, zegt De Valk. “Wij willen dat er helderheid komt over de spelregels. Over wat mag en wat niet mag. In het belang van alle marktpartijen en auteurs en in het bijzonder van de bij ons aangesloten uitgeverijen.”

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.