• blad nr 10
  • 3-6-2017
  • auteur K. Hagen 
  • Redactioneel

 

Aanzien leraarsberoep flink gedaald

Het aanzien van het lerarenberoep is de afgelopen tien jaar flink gedaald. Dat concluderen onderzoekers van het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) in een rapport dat vorige maand is gepubliceerd.

Vooral het aanzien van eerstegraads leraren die lesgeven in de bovenbouw van middelbare scholen maakte op de maatschappelijke ladder een val: van plaats 22 in 2006 naar plaats 43 in 2016. Het imago van basisschoolleraren is veel minder goed dan dat van hun collega’s in het voortgezet onderwijs.
In een lijst van 138 beroepen staat het beroep chirurg bovenaan, gevolgd door dat van rechter en burgemeester. De eerstegraads docent die lesgeeft in de bovenbouw van havo/atheneum of gymnasium staat op plaats 43; het hoogst van de leraarsberoepen. Op plaats 50 staan de tweedegraads leraren. Minder aanzien hebben mbo-docenten met plek 59 en ‘beduidend lager’ staat de basisschoolleraar op plaats 69. Gymleraren staan het laagst op 89.

Neerwaartse trend
Vergeleken met tien jaar terug zien de onderzoekers ‘een neerwaartse trend’ in het imago. De status van eerstegraads leraren daalde met 21 plekken, maar ook basisschooldocenten zijn op de ladder gedaald, van positie 42 in 2006 naar 69 in 2016. Bij de tweedegraadsdocenten ging het om een daling van plek 34 naar 50 ‘Een leraar in de bovenbouw van havo/vwo werd in de jaren tachtig vergeleken met een kolonel in het leger, tegenwoordig met een sergeant’, schrijven de onderzoekers. Wat opvalt is dat basisschoolleraren zich qua aanzien laten vergelijken met secretaresses en boekhouders, beroepen waar geen hbo-vooropleiding voor nodig is.

Loon
Het salaris is volgens het ROA een mogelijke oorzaak van de statusdaling. Van de hele beroepsgroep daalde het loon de afgelopen jaren aanzienlijk. ‘Waar het onderwijs in de jaren ’60 en ’70, vergeleken met andere sectoren in het publieke domein, relatief hoge lonen kende, zijn de beloningsverschillen steeds kleiner geworden.’ Vooral voor pabo-afgestudeerden is het salarisbeeld ongunstig. Zij verdienen minder dan hun collega’s die beginnen in het voortgezet onderwijs en hun uurloon is sinds 2008 lager dan dat van andere hbo’ers.
Feminisering en vergrijzing van de onderwijssector spelen ook mee bij het aanzien. Net als de minder exclusieve positie van leraren als hoogopgeleid beroep. Om het tij te keren adviseren de ROA-onderzoekers om lange tijd te investeren in het verbeteren van de arbeidsvoorwaarden, lerarenopleidingen, goede professionalisering en imagocampagnes. ‘Dit is een zaak van lange adem’, aldus het rapport.

Studiekiezers
AOb-voorzitter Liesbeth Verheggen wijst erop dat jongeren die overwegen te kiezen voor het onderwijs, in studiekiezers zien dat andere beroepen beter betalen en een lagere werkdruk hebben. “Tel daarbij op dat er in het recente verleden zelfs door politici best denigrerend over leraren is gesproken en je belandt op zo’n plek.”

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.