- blad nr 6
- 1-4-2017
- auteur J. van Aken
- Redactioneel
Onderwijsvrijheid staat na honderd jaar ter discussie
Eerst een korte geschiedenisles. Katholieke en christelijke scholen hebben er lang voor gestreden om net als het openbaar onderwijs overheidsfinanciering te ontvangen. Honderd jaar geleden is deze schoolstrijd beslecht: artikel 23, dat de vrijheid van onderwijs garandeert, kwam in de grondwet. En zo kreeg ook het bijzonder onderwijs vanaf 1917 recht op overheidsbekostiging.
“Honderd jaar vrijheid van onderwijs heeft Nederland een uniek onderwijssysteem opgeleverd”, vindt Edward Moolenburgh, directeur van VBS, waar 230 voornamelijk algemeen bijzondere besturen lid van zijn. “Een systeem waarbij ouders ervoor kunnen kiezen hun kind te laten onderwijzen op een manier die past bij hun waarden. Onderwijsvrijheid is een recht van ouders.”
Naast keuzevrijheid noemt Wim Kuiper gelijkheid als verworvenheid van artikel 23. Kuiper is voorzitter van Verus, de vereniging voor katholiek en christelijk onderwijs. “In landen waar de overheid bijzonder onderwijs niet financiert, zie je dat de elite eigen scholen opricht, met klassenonderwijs en ongelijke kansen vandien. Die dure privéscholen hebben wij niet dankzij de onderwijsvrijheid.”
Segregatie
Hans Teegelbeckers, directeur van VOS/ABB (vereniging van openbare en algemeen toegankelijke scholen) denkt daar heel anders over. “Ik denk dat artikel 23 segregerend werkt, dat is nogal een uitspraak besef ik. Je ziet dat scholen op basis van religie gemeden worden door mensen van een bepaalde afkomst. Tegelijkertijd kiezen Nederlandse ouders en bijvoorbeeld hogeropgeleide Turks- en Marokkaans-Nederlandse ouders een school buiten de wijk zodra de buurtschool 30 ŕ 40 procent niet-westerse kinderen heeft.” Kuiper ontkent niet dat er segregatie voor komt. “Segregatie ontstaat doordat mensen in verschillende wijken wonen en scholen de kleur van wijken aannemen. Wil je dat niet dan moet de overheid scholen toewijzen of je moet busjes laten rijden.”
Ook ziet Teegelbeckers elitescholen ontstaan op basis van sociale klasse. “Hier en daar zie je in een wijk dat de ene school een lage en een andere een hoge ouderbijdrage vraagt. Die bijdrage is vrijwillig, maar hoe voelt het als je dat niet kunt betalen? Daardoor zit de sociaal lagere klasse op de school met de laagste ouderbijdrage en dat levert segregatie op, al staat dit los van bijzonder of openbaar.”
Verus ziet vooral dat in het algemeen bijzonder onderwijs bepaalde scholen een elitaire inslag hebben. “Bijvoorbeeld bij vrije scholen zie je dat bepaalde ouders door het concept aangetrokken worden. Om te voorkomen dat elitaire scholen ontstaan zou je een grens voor de ouderbijdrage kunnen opwerpen”, vindt Kuiper. “Ouders kiezen vrijwel altijd voor VBS-scholen vanwege extra’s als filosofie, cultuureducatie of burgerschapsvorming”, reageert Moolenburgh. “Deze extra’s, bekostigd uit de vrijwillige ouderbijdrage, komen onder druk te staan wanneer er een wettelijk maximum wordt gesteld. De vrijwillige ouderbijdrage komt niet alleen de diversiteit in het onderwijs ten goede, maar vooral ook de leerlingen.”
Acceptatieplicht
Bijzondere scholen kunnen ouders en leerlingen uitsluiten als zij de grondslag van een school niet onderschrijven. Dit betreft een klein aantal joodse, christelijke en islamitische scholen. Een aantal politieke partijen, waaronder D66, GroenLinks, VVD, SP en PvdA, wil een acceptatieplicht. VOS/ABB is daar ook voor. “Een school die leerlingen vanwege de grondslag weigert, handelt in strijd met artikel 1, het verbod op discriminatie. Ook vinden wij dat je de bekostiging zou moeten stoppen als een school een homoseksuele leraar weigert”, zegt Teegelbeckers.
Kuiper vindt de acceptatieplicht juist in strijd met de onderwijsvrijheid. “Het is onderdeel van de onderwijsvrijheid dat scholen mogen zeggen of een leerling of leraar bij de school past. Het zou anders zijn als alle scholen een beperkte toelating zouden kennen en kinderen nergens recht op onderwijs hebben, maar de meeste bijzondere scholen laten alle leerlingen toe.”
Emancipatie
De openbare Burgemeester Harmsma School in Gorredijk is een voorbeeld van een school die gelijke kansen wil bieden aan leerlingen met verschillende achtergronden. “De school is bijna vijftig jaar geleden opgericht om deze destijds arme regio te emanciperen en ieder kind gelijke kansen op ontwikkeling te bieden”, vertelt Esther Brouwer, onderwijskundige bij de Burgemeester Harmsma School. “Ook nu zijn wij een school voor alle basisschoolverlaters ongeacht hun afkomst, religie of onderwijsniveau. Leerlingen willen we zoveel mogelijk met verschillen leren omgaan.”
Dat doet de school door kinderen van vmbo-basis tot en met havo-niveau de eerste twee jaar samen in een klas te plaatsen. Ook het derde leerjaar zitten de gemengd-theoretische leerweg en havo bij elkaar. “We denken leerlingen zo de beste kansen op groei te bieden. Groei vindt vooral plaats op sociaal-emotioneel gebied doordat kinderen leren omgaan met verschillen tussen mensen. Dat kom je later in de maatschappij ook tegen. Daarnaast zien we meer leerlingen dan gemiddeld doorstromen naar een hoger onderwijsniveau dan het advies van de basisschool.”
Brouwer vindt dat de overheid garant moet staan voor het Nederlandse onderwijs. “Dat moeten openbare scholen zijn waar iedereen welkom is, iedereen zich kan ontwikkelen tot een burger die zich redt in de maatschappij en waar kinderen leren omgaan met verschillen. Het bijzonder onderwijs kan dan afgeschaft worden.”
Afschaffen
Ook VOS/ABB pleit voor het afschaffen van artikel 23 en alle denominaties. “Wij zijn voor het afschaffen van openbaar en bijzonder onderwijs. De meeste bijzondere scholen nemen alle leerlingen aan, haal de letters RK en PC dan van de gevel.” In het discussiestuk ‘School!Gids’ uit 2014 pleit de vereniging ervoor dat alle kinderen samen naar school gaan. “Zonder deze voorvoegsels wordt de school een plaats in de wijk waar alle kinderen van verschillende achtergronden elkaar ontmoeten en breed gevormd worden door aandacht voor verschillen in afkomst, levensbeschouwing, seksuele identiteit en waardenpatroon. Dat kan binnen een diversiteit aan pedagogisch-didactische concepten.”
Verus wil artikel 23 in zijn huidige vorm handhaven. “Sommige ouders hebben behoefte aan openbaar onderwijs waar niet een bepaalde levensbeschouwing leidend is. De meerderheid kiest echter voor bijzonder onderwijs. Het afschaffen van levensbeschouwelijk onderwijs mag je daarom nooit aan de samenleving opleggen. Daarmee zou de keuzevrijheid voor ouders verdwijnen.”
Ook VBS is voor behoud van openbaar en bijzonder onderwijs. “Het bestel dat we hebben, met de gelijkschakeling van openbaar en bijzonder onderwijs, is juist zo bijzonder in de wereld”, vindt Moolenburgh. “Artikel 23 garandeert dat ouders kunnen kiezen voor een passende school en desgewenst een school oprichten vanuit hun waarden. Dit zorgt voor betrokkenheid en het behoud van eigenheid en diversiteit in het onderwijs.”
Dynamiek
Het demissionaire kabinet kiest voor een tussenweg: het aanpassen van artikel 23. Het wetsvoorstel ‘Meer ruimte voor nieuwe scholen’ moet het eenvoudiger maken een school te stichten. Nu kan dat alleen op basis van een denominatie, maar als de wet er komt ook op grond van een onderwijsconcept of pedagogisch uitgangspunt. Over dit wetsvoorstel zijn Verus en VOS/ABB het wel eens: niet doen. Teegelbeckers: “Ik ben bang dat het segregerend zal werken omdat het voor ouders makkelijker wordt om een school op te richten. Bovendien is het kwalijk voor het platteland, waar scholen met dalende leerlingaantallen kampen. Kijk bij nieuwe initiatieven of er een bestaande school is waar het idee goed bij past.”
Kuiper: “We weten uit onderzoek dat ouders over het algemeen ontzettend tevreden zijn over de keuzemogelijkheden, dus je gaat een zeer beperkt aantal problemen oplossen. Het suggereert ook dat de huidige scholen niet vernieuwen, maar juist door de concurrentie als gevolg van artikel 23 is er veel dynamiek op scholen. Daarnaast wil je niet dat commerciële bedrijven scholen oprichten. Het wetsvoorstel is onvoldoende doordacht en hoeft wat Verus betreft niet door te gaan.”
VBS is wel voorstander van het wetsvoorstel. Moolenburgh: “Het is goed dat er na honderd jaar onderhoud aan de wet gepleegd wordt. Het is voor VBS een heel belangrijke principiële wijziging dat je ook op basis van een pedagogische visie een school kunt stichten. Dat geeft dynamiek en houdt iedereen scherp.”
Wim Kuiper en Esther Brouwer zijn twee van de sprekers bij de AOb- en CNVO-bijeenkomst over honderd jaar bijzonder onderwijs op donderdag 6 april van 14.30 uur tot 17.00 in Utrecht, zie www.aobevents.nl.