• blad nr 6
  • 1-4-2017
  • auteur M. van Nieuwstadt 
  • Redactioneel

Eindexamen Nederlands gaat op de schop 

‘Kicken dat er naar ons wordt geluisterd’

Docenten komen niet makkelijk op één lijn in discussies over de veranderingen in onderwijsinhoud. Leraren Nederlands hebben toch een eerste stap gezet. “Het is een prachtig vak. Het is zonde om het op deze manier te beknotten.”

Het eindexamen Nederlands leek een jaar geleden klaar voor de brandstapel. Scholierencomité Laks verzamelde 22 duizend klachten. Te lang, te moeilijk en te saai, oordeelden de leerlingen en docenten vielen hen bij. ‘Het eindexamen Nederlands is een ramp’, schreef docent Nederlands Kees Beekmans in een opiniestuk in het Onderwijsblad.
Beekmans gaf toe dat hij de ‘verwarrende haarkloverij’ over de structuur van teksten en de functie van alinea’s zelf niet kon volgen en gaf aan dat hij zich tegenover leerlingen schaamde voor het examen. Collega’s waren het met hem eens.
Dat het anders moet is duidelijk, kritiek op het eindexamen Nederlands is er immers al jarenlang. Gaat er nu ook werkelijk iets veranderen? Leraren Nederlands Christine Brackmann (Huygens Lyceum, Eindhoven) en Arnoud Kuijpers (Candea College, Duiven) denken van wel. Eerder dit jaar zaten zij namens belangengroep Nederlands Nu! rond de tafel met de Stichting Leerplanontwikkeling, het Cito, het College voor Toetsen en Examens en Levende Talen, de beroepsvereniging van docenten in moderne talen. “We merkten dat mensen bereid zijn docenten de ruimte geven”, zegt Brackmann. “Er wordt naar ons geluisterd”, zegt Kuijpers. “Dat is kicken.”
Leerlingen en docenten zijn klaar met het eindexamenvak in zijn huidige vorm, maar hoe moet het dan wel? Die vraag bespraken 140 docenten Nederlands afgelopen zomer al op een conferentie over de toekomst van het vak. Conclusie: het grootste probleem zit in de zware weging van leesvaardigheid in het eindexamen. “Leesvaardigheid bepaalt het slagingscijfer van leerlingen voor 50 procent”, zegt Kuijpers. “Dat is op zichzelf al veel. Om goed te scoren in de eindexamens zijn scholen en docenten bovendien geneigd leesvaardigheid ook aandacht te geven in de overige 50 procent van het lesgeven, de zogenoemde vrije ruimte.”
Het leidt tot teaching to the test, zegt Christine Brackmann, tevens bestuurslid van Levende Talen: “Docenten hebben het gevoel dat de leesvaardigheid die scholieren nu wordt bijgebracht niet de leesvaardigheid is waar ze echt wat aan hebben.”
Volgens de docenten van Nederlands Nu! moet de weging van het onderwerp leesvaardigheid in het eindexamen terug naar 25 procent. Zo komt er ruimte, voor schrijfvaardigheid bijvoorbeeld.

Pimpen
Begin vorig jaar al publiceerden neerlandici samen met docenten het manifest ‘Nederlands op school’. Docenten en wetenschappers werken in zogenoemde meesterschapsteams samen aan nieuw lesmateriaal en ontwikkelen ideeën voor een uitdagender curriculum. “Wij zitten voor een groot deel op één lijn met de leraren van Nederlands Nu!”, zegt taalwetenschapper Peter-Arno Coppen van de Radboud Universiteit. “We delen het besef dat er iets moet gebeuren, de behoefte het vak op te pimpen. Dat is al heel wat. En ook wij pleiten voor een grotere rol van schrijven bij het centraal schriftelijk examen.”
Het manifest Nederlands op school is volgens Coppen gebaseerd op enkele grote ‘veldraadplegingen’, ook onder docenten. Op zoek naar ‘echt draagvlak’ willen de initiatiefnemers van Nederland Nu! docenten ook vragen naar hun kijk op veranderingen in het vak. Is dat opnieuw nodig? Coppen denkt van wel. “Het draagvlak moet duidelijk zijn. Toen wij ons manifest publiceerden, merkten we dat veel leerkrachten dachten dat ze er niet bij betrokken waren.”
Dat leerlingen leesvaardigheid saai vinden, begrijpt ook Coppen. “Functies van alinea’s noemen, verbanden opsommen, het zijn trucjes, die docenten leerlingen bij moeten brengen. Op zichzelf is het prima als leerlingen de betekenis en bedoeling van een tekst moeten achterhalen, maar het is te beperkt, te arm.”
Coppen wijst erop dat bovendien de betrouwbaarheid van het examen leesvaardigheid ter discussie staat. Hij noemt een literatuuronderzoek waarin het Cito zelf schrijft dat taalvaardigheid weliswaar een belangrijke voorwaarde is voor studiesucces: ‘Toch is het zeer de vraag of het idee van taalvaardigheid dat men daarbij heeft, samenvalt met wat het centraal examen Nederlands meet.’

Nepnieuws
“Nederlands is een prachtig vak”, zegt Kuijpers. “Het is zonde om het op deze manier te beknotten.” Christine Brackmann mist in haar vak de aandacht voor de kracht van taal. “En die is juist zo actueel in deze tijd van nepnieuws en framing. Elke schrijver gebruikt beelden of gekleurd taalgebruik en roept daarmee associaties op. Leerlingen daar bewust van maken is ook een onderdeel van leesvaardigheid.”
Gebruikt De Telegraaf in een kop het woord asielplaag, dan bediscussieert Brackmann in haar klas de verantwoordelijkheid van de media. Kuijpers besprak met zijn leerlingen onlangs nog de woordkeuze in een essay van Bas Heijne. De NRC-columnist schrijft over ‘opgejutte kiezers’ en een premier die ‘opnieuw zijn leegte laat zien’. “In kleine zinnetjes zie je dat schrijvers politieke kleur bekennen”, zegt Kuijpers. “Het is gaaf om leerlingen dat te laten doorzien.”
Kennis van retorische principes is daarvoor belangrijk. Ontbreekt het daar nu aan in het vak Nederlands? Coppen is voorzichtig: “Er zijn vast leraren die mooie lessen geven op dit gebied, maar in het algemeen denk ik: Ja, het krijgt lang niet genoeg aandacht.”
De initiatiefnemers van Nederlands Nu! willen leerlingen kritisch leren lezen, maar erkennen dat niet makkelijk onder woorden valt te brengen wat kritisch lezen precies is. Een leerling die zich bewust is van de retorische trucs in een tekst leest kritisch, maar er is meer voor nodig. Leerlingen moeten iets weten van de context van een tekst. Examinatoren die de nadruk leggen op de analyse van tekststructuren of de functie van alinea’s gaan voorbij aan het feit dat kennis van die context cruciaal is voor tekstbegrip.
Kuijpers noemt als voorbeeld een les waarin leerlingen kijken naar een filmpje met kritiek op het optreden van de politie. Daarna leest hij samen met hen een tekst over het negatieve beeld van politiemensen dat vaak wordt geschetst. De context van het filmpje helpt leerlingen in het beoordelen van de tekst.
Met teksten over de maatschappij, geschiedenis of andere onderwerpen komen docenten Nederlands aan de rand van hun vakgebied. “Grenzen? Ik zie nooit grenzen in mijn vakgebied”, zegt Kuijpers.
Coppen vindt dat het vakgebied niet krampachtig aan grenzen hoeft vast te houden. “Nederlands is lang een dienstbaar vak geweest ten opzichte van andere vakken”, zegt hij.
Kuijpers heeft een praktisch idee voor een examen waarin leesvaardigheid wordt getoetst, maar ook het kritisch denken en het onderbouwen van een mening. “Je kunt scholieren van tevoren thuis een aantal teksten laten lezen. Met behulp van die context kunnen ze dan op het examen een tekst over dat onderwerp kritisch beschouwen.”
Het verzamelen van documenten kan in de toekomst ook een uitgangspunt zijn voor het examineren van schrijfvaardigheid, als dat onderwerp inderdaad weer een plaats krijgt in het centraal eindexamen. “Het is maar een voorbeeld hoor”, benadrukt Kuijpers. “We hebben absoluut nog niet bepaald dat het die kant op moet.”
‘Nederlands op school’-initiatiefnemer Coppen meent dat in schrijfopdrachten de ontwikkeling van bewuste geletterdheid moet worden getoetst. Dat wil zeggen dat leerlingen moeten onderbouwen waarom ze een tekst op een bepaalde manier geschreven hebben. Coppen noemt een voorbeeld: “Misschien begint een leerling de tekst met een grap ook een retorisch principe of hij gebruikt bewust een drieslag, een kernachtige opsomming van de drie belangrijke zaken in een betoog.”
Schrijfvaardigheid is uit het eindexamen verdwenen, omdat het lastig is en arbeidsintensief om over teksten een waardeoordeel te geven op een schaal van 1 tot 10. Het opstel is al sinds 1998 geen onderdeel meer van eindexamens en de initiatiefnemers willen zeker niet terug naar die situatie. Ook de ‘geleide samenvatting’ waarin leerlingen een tekst moeten samenvatten aan de hand van vaste aandachtspunten is niet voor niets afgeschaft. “Ook dat was te veel een trucje”, oordeelt Kuijpers.
Brackmann verwacht niet dat het in de nabije toekomst lukt schrijfvaardigheid veel ‘harder’ te toetsen dan nu gebeurt in de schoolexamens. “En we willen zeker niet terug naar een tweede correctie, waarin docenten met elkaar in discussie moeten over de kwaliteit van een tekst. Misschien kan het Cito de kwaliteit van examens aan de hand van steekproeven borgen. Maar de overheid zal ook moeten vertrouwen op de expertise van docenten.”

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.