• blad nr 6
  • 1-4-2017
  • auteur T. van Haperen 
  • Column

 

Betsy rules

Toen Donald Trump president van Verenigde Staten werd, moest hij op zoek naar een minister van onderwijs. Dat werd Betsy DeVoss. DeVoss is miljardair en bestuurt niet voor geld of status. Idealisme is haar drijfveer. Zij wil ander en beter onderwijs. Wat zijn haar opvattingen?
DeVoss heeft een Nederlandse achtergrond, is gereformeerd en denkt vanuit de kaders van Abraham Kuyper (1837-1920). Deze Anti Revolutionaire ideoloog richtte de Vrije Universiteit op, droeg bij aan de vorming van de gereformeerde kerken en was van 1901 tot 1905 minister-president van Nederland. Kuyper is van de soevereiniteit in eigen kring, streed voor vrijheid van onderwijs, wat uiteindelijk resulteerde in het grondwetsartikel 23, dat dit jaar precies een eeuw bestaat. In de jaren negentig kreeg de vrijheid van onderwijs ook een financiële invulling. De lumpsum maakte van de schoolbestuurder een maatschappelijk ondernemer. En dat is precies wat DeVoss wil. Onderwijsondernemers mogen zich in de VS met publiek geld van elkaar onderscheiden. De keuze is aan ouders en leerlingen.
Amerikaanse vakbonden, journalisten en politici reageren geschokt. DeVoss heeft geen verstand van lesgeven, opvoeden of leidinggeven aan scholen. Bovendien ligt haar hart niet bij het publiek onderwijs. Doe het niet, deze ridder van het eigen ideologisch gelijk, luidt het door de media razend advies. Partijgenoten proberen de benoeming van DeVoss in de senaat te blokkeren. Pas na een beslissende stem van vicepresident Mike Pence kan zij haar ambt aanvaarden.
En dan het bizarre. De opvattingen van DeVoss zijn hier staande praktijk. Maar terwijl in de VS een knetterend debat ontstaat, praten politici in Nederland enkel over een miljard meer, een miljard minder. Het gesprek gaat nooit over inrichting. Terwijl daar regelmatig wat misgaat. Zo is de allocatie inefficiënt. Er is geld, zelfs tijdens de kredietcrisis, maar leraren ervaren geen welvaart, want de politiek vrijgemaakte bedragen bereiken hun en hun klas niet. Dan de vroege schoolkeuze. Dat is toch de producent van kansenongelijkheid. Bij de entreetoets in groep zeven begint de onomkeerbare scheiding tussen vmbo en havo/vwo. Ook het leren kan beter. Nederlandse kinderen zijn goed in het maken van toetsen, maar de omgang met kennis is mager. En dat falen geeft te denken, want door globalisering staat de jeugd in een concurrentieverhouding met leeftijdgenoten in de rest van de wereld. Op school leren ze daarom ook grotendeels hetzelfde. En hoe dat gaat, effectief lesgeven, weten we ook. Erudiete en degelijk opgeleide leraren brengen vervolgens succes binnen handbereik.
Betsy DeVoss wordt veracht in de VS, maar rules in Nederland. Met een stelsel gericht op verschillen en eigen richting. Maar in werkelijkheid doen scholen grotendeels hetzelfde. En dan ligt nationale aansturing voor de hand. En ja, dat heet staatspedagogiek. Maar geen politicus in Nederland die zich daarmee profileert. De status quo is heilig. Vreemd, want het stelselfalen is evident. Daarom, beste politici, zou het bij de volgende parlementsverkiezingen over inrichting kunnen gaan? Juist in het onderwijs, met 34 miljard toch een aardige post op de Rijksbegroting, valt veel te kiezen. Geef burgers die mogelijkheid.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.