- blad nr 6
- 1-4-2017
- auteur R. Wisman
- Flashback
‘Laat de magie tot je komen, zei hij’
“Weet je wat het is met veel docenten? Die willen jou vertellen hoe de wereld in elkaar zit. Wat ik waardeerde aan Rudolf Geel was dat hij liet blijken dat hij het ook niet allemaal wist.
Bij zijn vak taalbeheersing leerden we de wetenschappelijke theorie achter toepassingen van de taal. Hij ging in op de vraag hoe je teksten effectief moest maken. Hij presenteerde daarbij niet één waarheid, maar liet constant verschillende perspectieven zien. Dat zette me aan het denken. Wat vind ik? Bij het vak ‘journalistiek schrijven’ dat hij ook onderwees, liet hij aan ons over waarover we schreven. Onderwerpkeuze vond hij een belangrijk onderdeel van het schrijfproces.
Ook analyseerden we beroemde speeches van wereldleiders op basis van modellen uit de klassieke retoriek: pathos, ethos en logos. De openingszin moest pakkend zijn, de opbouw logisch, de inhoud moest beroeren. Aan het eind van een theoretisch perfecte speech kon Geel doodleuk zeggen: ‘Heel mooi dat we dit nu weten, maar eigenlijk ontstaan de allerbeste speeches op het moment zelf. Vanuit het hart van de spreker en de interactie met de zaal. Uiteindelijk is dat magie: die kan je niet analyseren.’
Ik begon vrij laat aan de studie en was een vreemde eend in de bijt. Mijn doel was mijn algemene ontwikkeling te vergroten, omdat ik officieel alleen een mavodiploma had. Bij iedere d/t moest ik nadenken. Ik kom uit een eenvoudig tuindersgezin zonder boeken. Als het kalf verdronken is, dempt men de…? ‘Sloot’, zei mijn moeder dan. Met het lezen van literatuur ging de wereld voor me open. Vanaf mijn twaalfde had ik alleen maar rondjes op de ijsbaan gereden.
Geel had oog voor mijn achtergrond die afweek van het gemiddelde. Hij was licht, humorvol, betrokken en keek naar je als een mens die hij moest begeleiden. Niet als een student die hij moest laten afstuderen. Dat gebeurde als een logisch gevolg van zijn begeleiding.
Wat ik van Rudolf Geel leerde, gebruik ik nog wekelijks. Als ict-ondernemer schrijf ik columns voor de radio en ik spreek deze in: letterlijk een speech die ik dan creëer. De dagen voorafgaand aan de deadline lees ik alles over het onderwerp. Ik oriënteer me breed, installeer me op een vaste avond op de bank en laat dan het thema en de magie tot me komen. Dan verras ik mezelf met mijn eigen woorden.”
{kader}
Rudolf Geel (76) gaf taalbeheersing:
“Ik herkende de goedlachse Ben meteen als schaatskampioen. Een schat van een jongen die keurig afstudeerde bij mij. Ik liet studenten heel veel schrijven, daarna moesten ze elkaars werk lezen en becommentariëren. Ik schreef hen niet precies voor hoe het moest. Om te leren schrijven, moet je zoveel mogelijk uitproberen. Het moet uit jezelf komen. Dat sloeg aan bij een leerlingen als Ben. In een interview destijds noemde hij mij zelfs zijn goeroe.”