- blad nr 5
- 18-3-2017
- auteur . Overige
- Juridisch advies
Schadevergoeding na onterecht ontslag
Tekst Geert Wind, juridische dienst
Docent Evert Jansen deed zijn werk niet goed genoeg, vond zijn werkgever in het bijzonder onderwijs. Hij kreeg ontslag op grond van disfunctioneren. Jansen was het niet eens met zijn ontslag en vocht dit met hulp van de juridische dienst aan bij de Commissie van Beroep.
Het ontslagrecht voor het bijzonder onderwijs is aangepast sinds per 1 juli 2015 de Wet werk en zekerheid geldt. Werkgevers in het bijzonder onderwijs hebben sindsdien de verplichting om een ontslagvergunning aan te vragen bij het UWV of ontslagaanvraag in te dienen bij de kantonrechter. De zaak van Jansen speelde echter voor 1 juli 2015. Tot dat moment kon een werkgever zijn werknemers ontslaan zonder een toetsing vooraf door UWV of kantonrechter. Deze werknemers konden het ontslag achteraf aanvechten bij de Commissie van Beroep, zoals docent Jansen deed. De Commissie van Beroep vond dat Jansen niet voldoende kans had gekregen om zijn functioneren te verbeteren en verklaarde het beroep gegrond.
Echter, de werkgever van Jansen achtte zich niet gebonden aan de uitspraak van de Commissie van Beroep. Wat nu? Een uitspraak van de Commissie van Beroep heeft niet de status van een rechterlijke uitspraak. Met andere woorden: je moet je tot de rechter wenden om de werkgever te dwingen om de uitspraak van de Commissie van Beroep na te komen of een vervangende schadevergoeding te verkrijgen. De kantonrechter was in de zaak van docent Jansen van oordeel dat de werkgever zich op grond van oude jurisprudentie niet aan de uitspraak van de Commissie van Beroep hoefde te houden. Alle vorderingen van Jansen werden afgewezen, inclusief een schadevergoeding.
De juridische dienst was het met Jansen eens dat de kantonrechter de zaak niet goed had beoordeeld. Daarom is Jansen met bijstand van de juridische dienst naar het Gerechtshof gegaan, dat arbeidszaken in hoger beroep doet. Het Gerechtshof was het met ons eens dat zowel de werkgever als de kantonrechter over het hoofd hadden gezien dat de cao voortgezet onderwijs min of meer een verplichting voor de werkgever bevatte om de uitspraak van de Commissie van Beroep na te komen. Omdat de werkgever deze verplichting niet was nagekomen, pleegde hij wanprestatie tegen docent Jansen. Al met al was het Gerechtshof net als de Commissie van Beroep van oordeel dat de werkgever te snel was overgegaan tot ontslag. Het Gerechtshof draaide zijn ontslag niet terug omdat Jansen inmiddels de aow-leeftijd bereikt had, maar vond een schadevergoeding van 15 duizend euro redelijk, want een cao is ook een deal die nagekomen moet worden.
Deze rubriek is gebaseerd op ervaringen uit de praktijk van AOb-juristen