- blad nr 5
- 18-3-2017
- auteur J. Poortvliet
- Redactioneel
Flexibel zijn breekt je op
‘Die vaste baan werd nooit waargemaakt’
Tekst Joëlle Poortvliet Beeld Rob Niemantsverdriet
De meeste ouders weten niet eens dat het dienstverband van Annelies van Keulen (35) anders is. “Dan zei een moeder: Oh, we dachten dat jij gewoon een vaste baan had.” Collega’s zijn uiteraard wel op de hoogte en duimen met haar mee voor een vast contract. Ook de directeur van basisschool de Sterrekijker lobbyt bij het bestuur H3O, want over het functioneren van Annelies niks dan lof. Maar zij krijgt jaar in jaar uit nul op het rekest, vertelt de voormalig flexwerker. “Die vaste baan werd me wel beloofd, maar nooit waargemaakt. Een paar weken voor de zomer was het telkens weer: helaas, toch niet.” Tegen die tijd hebben andere scholen hun formatie al rond. “Dan kon ik ook geen andere baan meer zoeken.”
Een goeie invalkracht stelt zich flexibel op. Zo ook Annelies wanneer ze in 2011 start met haar eerste tijdelijke contract op de Dordtse school. “Ik kan van groep 1 tot en met 8 en deed dat ook, geen probleem.” Het geregeld veranderen van werkdagen ziet ze als part of the deal. “Dan ging ik het thuis weer regelen, het kinderdagverblijf voor de kinderen omwisselen bijvoorbeeld. Je doet dat, omdat je wilt blijven. Omdat je hoopt dat je eindelijk een keer vastigheid krijgt.”
In 2014 moet Annelies drie maanden stoppen met tijdelijke klussen voor haar toenmalige bestuur. Alleen zo kan de organisatie voorkomen dat ze een vast contract moeten geven. Annelies krijgt wel zwart-op-wit de toezegging dat ze per november weer mag starten, met een vervanging in groep 3. Eenmaal zover staat ze nog geen vier weken voor de groep of het noodlot slaat toe. Een kindje uit haar klas overlijdt onverwachts. Iedereen op school is van slag.
Omdat Annelies na de kerstvakantie haar baan gaat delen met een ‘nieuwe’ juf, voelt ze zich extra verantwoordelijk. Haar duo-collega tot dat moment is ook invaller. En op 1 januari zit haar officiële vervangingsperiode er op. “Het was echt een verlies-verliessituatie. De juf met een vast dienstverband kwam terug van zwangerschapsverlof, terwijl juist met de andere inval-juf een hechte band was ontstaan in die moeilijke periode. Voor de kinderen was het verdwijnen van een vertrouwd gezicht een verandering te veel. Alsof we gewoon inwisselbare poppetjes zijn. Ik vond dat heel moeilijk.”
Nachtmerries
Annelies doet er een schepje bovenop, maar krijgt al snel in 2015 klachten. Oorsuizen, slapeloze nachten en nachtmerries. “Ik probeerde het te negeren, wilde juist niet ziek worden.” Maar als ze flauwvalt op school moet ze stoppen. De bedrijfsarts constateert een burn-out, niet alleen door de tragische gebeurtenis in haar klas. “Elk schooljaar weer die stress van blijven of niet blijven, het flexibel zijn, altijd een tandje erbij. Het was te veel.”
In het voorjaar van 2015 meldt ze zich grotendeels hersteld weer bij haar werkgever. Die weet inmiddels dat de continue onzekerheid bijdraagt aan Annelies gezondheidsproblemen. Een collega gaat bovendien met pensioen. In combinatie met de 5,5 jaar goed functioneren, laait de hoop weer op. Tot ze het nieuwe aanbod te horen krijgt: invallen voor twee maanden. Een enorme domper. “Daar was ik zo boos en verdrietig over. Ik voelde me een speelbal. Ik wist inmiddels dat ik al te vaak over m’n grenzen was gegaan. Terwijl ik naar huis fietste dacht ik: Dit is zo’n grens. Ik laat me hier niet meer voor lenen.”
Ze neemt de klus niet zonder meer aan en vraagt opheldering aan het bestuur. Wanneer deze uitblijft besluit ze een rechtszaak aan te spannen. Omdat ze zoveel invaljuffen kent in vergelijkbare situaties. En omdat op deze manier omgaan met flexwerkers niet in het belang is van het onderwijs, meent Annelies. “Al die wisselingen brengen veel onrust mee voor de kinderen. De klas waar ik destijds uitviel, heeft daar nog steeds last van. En neem zo’n periode verplicht eruit. Ik wil helemaal niet drie maanden ww krijgen, waar de hele samenleving voor betaalt. Ik wil voor die klas staan. Dat is mijn passie.”
Ongeldig
Eind maart 2016 geeft de rechter haar gelijk: Annelies had recht op een vast contract. Onder meer omdat het bestuur destijds aangaf dat ze haar, na de periode van drie maanden stoppen, weer nodig zouden hebben. Maar volgens de nieuwe Wet werk en zekerheid (wwz) had ze de zaak eerder moeten aanspannen, aldus de rechtbank. En dat maakt haar uitspraak ongeldig. “Mijn advocaat was daar erg verbaasd over. Hij adviseerde me door te zetten, omdat het gewoon niet klopt.” De 26 invalcontracten van Annelies vonden plaats voor 1 juli 2016 (de ingangsdatum van de wwz voor het onderwijs) en vallen daarmee onder de oude regels, aldus haar raadsman. Uitspraak in het hoger beroep wordt in april dit jaar verwacht.
{noot}
Stichting H3O wil niet op de casus reageren. Personele zaken delen we niet met externe partijen, aldus het college van bestuur.
{kader}
Tijdelijke contracten: één op de tien
Het aantal medewerkers met een tijdelijk contract is toegenomen, zo blijkt uit cijfers van Duo. In 2013 had 7,5 procent van het personeel in het primair onderwijs geen vast contract, in 2015 was dat gestegen naar 10 procent. Onder starters ligt het aandeel tijdelijke contracten een stuk hoger.