• blad nr 5
  • 18-3-2017
  • auteur W. de Lange, de 
  • Column

 

Kennis doet er toe

Ik geloof heilig in leesstrategieën, zegt een collega in wie ik heilig geloof. Ze heeft vast gelijk. Maar ik heb een hekel aan leesstrategieën. Doorlezen, het liefst met rode oortjes, omdat je wilt weten hoe het afloopt, is dat niet de beste strategie? Dan komen spelling, woordkennis, grammatica en nog veel meer dingen vanzelf.
vmbo-bk leerlingen vinden het allemaal stom, met of zonder strategie. Toch moeten we ze leren lezen. Lezen is nog steeds onmisbaar voor burger en consument. De helft van onze leerlingen komt functioneel ongeletterd van de basisschool naar ons toe. Wij zoeken als docenten de kortste weg om er alsnog geletterde pubers van te maken. Volgens de collega’s Nederlands helpen de leesstrategieën en doen de leerlingen de nieuwsbegrip-opdrachten met animo. Uiterlijk geef ik me gewonnen, innerlijk mor ik door, daarin gesterkt door een oude Amerikaan.
Leesstrategieën passen bij ‘vaardigheden’, als in ‘kennis is verouderd en anders is ze dat morgen wel we moeten de leerling vaardigheden leren’. Wie het daar niet mee eens is, kan zich met goed fatsoen niet in onderwijsland vertonen. Het boek Why knowledge matters van E. D. Hirsch zal daar weinig aan veranderen. Maar ik heb het met rode oortjes gelezen. Hirsch is een ervaren onderwijstheoreticus, die weet hoe hij grootschalige statistische onderzoeken naar onderwijsresultaten moet beoordelen. Hij pleit voor eerherstel voor kennis, voor het formuleren van een curriculum voor alle leerlingen tussen pakweg zes en zestien jaar. De gedachte dat je kritisch nadenken kunt leren, ook al dekt je woordenschat de woorden ‘voortaan’, ‘democratisch’ en ‘inderdaad’ niet, is apekool.
Hirsch bewijst zijn gelijk vrij overtuigend. Vernietigend beschrijft hij hoe leerlingen in de VS jaar in jaar uit zogenaamd op hun leesvaardigheden getoetst worden, terwijl in wezen hun totale gebrek aan kennis van de wereld wordt neergesabeld. Als je veel woorden niet snapt en van het onderwerp niets weet, kun je ook de ‘hoofdgedachte’ van een tekst niet samenvatten. Maar aan geschiedenis, aardrijkskunde, biologie en andere kennis komen de van toets naar toets strompelende scholen veel te weinig toe. De leesvaardigheid van Amerikaanse leerlingen in het secundaire onderwijs daalt, al heel lang. En ze daalt het sterkst voor de kinderen uit de zwakste milieus.
In Frankrijk, beschrijft Hirsch, voltrok zich vanaf 1989 dezelfde catastrofe, maar dan sneller. Frankrijk had tot 1989 een veeleisend standaardcurriculum op allerlei kennisgebieden, voor alle kinderen op de basisschool en in de eerste jaren daarna. Het Franse onderwijs was ouderwets, schools, maar het werkte goed als een emancipatiemachine voor kansarmen en leverde mensen af met een rijke algemene ontwikkeling en een grote taalbeheersing.
In 1989 ging het Franse onderwijs over op moderne, Amerikaanse inzichten: zelfontplooiing, vaardigheden, de docent als coach, differentiatie. Scholen mochten hun eigen curriculum gaan vaststellen. Twintig jaar later bleken de Franse elfjarigen in de getoetste vaardigheden (taal en rekenen) beduidend lager te scoren dan voor 1989. Het sterkst was de achteruitgang, alweer, bij kinderen van ongeschoolde werkers en werklozen. Heeft Nederland niet hetzelfde meegemaakt? Hoe hipper het onderwijs, hoe groter de onderwijskloof, de kansenkloof. Kennis doet ertoe.

Dit bericht delen:

© 2021 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.