• blad nr 5
  • 18-3-2017
  • auteur . Overige 
  • Redactioneel

 

Zelf gepest en tóch voor de klas

Pesters maakten hun schooltijd tot een hel. Toch kozen deze docenten voor het onderwijs. “Door mijn pestverleden pik ik slachtoffers er zo uit.”

Lisanne van Sadelhoff
{portret 1,
‘Soms borrelt de boosheid weer op’

Hugo Langendoen (43) geeft wiskunde aan havo/atheneumleerlingen op het Calvijn Groene Hart in Barendrecht en op de Calvijn Business School in Rotterdam.

“Ik ben geen vechtersbaas. Nooit geweest ook. Misschien waren mijn pesters op de basisschool opgehouden als ik er één een dreun op zijn neus had gegeven. Maar zo is het niet gegaan. Ze zochten iemand die niet zo veel terugdeed. En daar was Hugo! In hun ogen een stuudje, een uitslover, ik was raar.
Eigenlijk is het best gek dat ik, als pestslachtoffer, voor het onderwijs heb gekozen. Nota bene op de plek waar ik vroeger ben gepest! Toen ik voor het eerst weer de aula van mijn oude school binnenkwam, dit keer als docent, zag ik mezelf weer even. Struikelend over de tassen, omdat ik een duwtje kreeg. Of zoekend naar mijn gymtas die in de prullenbak was gegooid. Maar ik vond het leren nooit vervelend en had goed contact met mijn docenten, dus niet alles was slecht.
Laatst was er een meisje dat als enige niet in de klassen-whatsappgroep zat. Zodat zij geen roosterwijzigingen doorkreeg. Als ik zoiets hoor, borrelt mijn boosheid van vroeger weer op. Ik ga dan het gesprek aan, wil het koste wat het kost oplossen.
Een paar jaar geleden ben ik met een deel van mijn oud-klasgenoten in gesprek gegaan, tijdens een schoolreünie. Dat heeft me veel geleerd. Mijn pesters van toen gaven aan dat ze onzeker waren, en de niet-pesters zeiden dat ze het niet voor mij op durfden te nemen. Eén iemand was verbaasd dat ik zo gepest was. ‘Jij deed altijd wel je eigen ding’, zei diegene.
Ik vond dat een eyeopener en gebruik het nu in mijn werk. Bij pestgedrag mobiliseer ik, in overleg met het slachtoffer, de niet-pesters. Want die zijn er altijd. Focus je op mensen die aardig tegen je doen. Ik vertel ze er ook bij dat ik dit weet uit eigen ervaring. En misschien nemen ze daarom ook wel meer van mij aan. Zo van: meneer Langendoen weet waar hij het over heeft.”

{portret 2, }
‘In stilte houd ik ze in de gaten’

Heleen de Jonge (52) geeft Nederlands en pedagogiek bij Gilde Opleidingen in Venray. Op de basisschool is ze veel gepest.

“Een beugeltje, sproeten, de grootste van de klas, rood haar: ik had alle ingrediënten om een buitenbeentje te zijn. Ik was een vuurtoren. Ze noemden me lelijk. De scheldpartijen maakten me schuw en angstig. Op de middelbare school stopte het pesten, gelukkig, maar ik ben onzeker gebleven.
Ik was ook nooit van plan het onderwijs in te gaan. Ik studeerde pedagogiek en kon, zonder een noemenswaardige stage te hoeven lopen, een aantekening halen waardoor ik ook bevoegd zou zijn. Toen ik op mijn veertigste werkloos werd, dacht ik: Nu moet ik het proberen. Het was niet makkelijk. Sterker: ik heb jarenlang plekken waar veel jongeren kwamen gemeden. Snackbars, hangplekken in het park, afschúwelijk. En nu ging ik ineens voor de klas staan!
Doodeng vond ik het, de eerste keer, maar ik ging die angst niet meer uit de weg. Dat maakte dat ik me sterk voelde.
Ik ben een gevoelige docent door wat ik heb meegemaakt. Andere docenten zitten meer op de structuur, ik kan chaos goed handelen, als de sfeer maar fijn is. Ik heb bizar goed ingestelde antennes ontwikkeld: de kinderen die het moeilijk hebben, pik ik er zo uit. Ongemerkt ben ik beschermend naar leerlingen die aan de rand van de groep staan ik weet hoe het voelt. Ik betuttel ze niet, maar in stilte houd ik ze in de gaten. En ik bespreek het met collega’s. Even checken: signaleren zij het ook?
Ik denk niet dat je pesten kunt uitbannen. Hoe hard ook, het hoort erbij. Maar mij is vroeger nooit geleerd hoe ik mezelf kon wapenen. Ik vraag daarom altijd aan een leerling: Wat heb jij nu nodig om hiermee om te gaan?
Het onderwijs maakte me weerbaarder, maar ook milder. Ik snap allerlei soorten gedrag beter en zie in dat pesten voortkomt uit onzekerheid. Ik praat het niet goed, maar met terugwerkende kracht ben ik mijn pesters van vroeger beter gaan begrijpen.”

{portret 3, }
‘Mijn harde aanpak werkte niet’

Ronald Heidanus (37) is docent wiskunde in het voortgezet speciaal onderwijs op vmbo-school het Brederocollege in Breda.

“Er was een tijd dat ik bloedlink werd als ik een pester in mijn klas had. Die kon dan rekenen op strafwerk, een enkeltje naar het time-outlokaal en een uitbrander. Ik pakte ze met harde hand aan, tolereerde dat gedrag echt niet in mijn klas.
Tot ik erover ging nadenken, en erover sprak met mijn leerlingen. Toen besefte ik dat ik eigenlijk, als docent, met die leerlingen hetzelfde deed als wat mij vroeger is aangedaan. Ik sloot ze buiten de groep, isoleerde ze. Het begon aan me te knagen, zo’n aanpak paste niet bij me. Mijn pedagogisch standpunt over pesten is dat iedereen aardig is en iedereen erbij wil horen. Bovendien veranderde ik de pesters er niet mee. Ik loste niets op en besefte dat het beter was het gesprek aan te gaan.
Ik snap wel waar mijn boosheid vandaan kwam. Als kind ben ik vreselijk getreiterd. Naar huis lopen vanaf school was een hele opgave. Moet ik rennen, loopt er iemand achter me, ben ik veilig? Heel naar om zo je schooltijd te beleven.
Sinds ik docent ben, snap ik hoe pesten ontstaat. In het begin zijn beide partijen onmachtig. Eén partij pakt de macht, de andere partij is diens eigen kracht kwijt. En beide weten vaak niet hoe ze met de situatie om moeten gaan als het pesten eenmaal is begonnen. Daar ligt de rol van de docent: je moet terug naar een nulpunt, samen de situatie herstellen. Met de pester én de gepeste. Elkaar taal leren geven om gevoelens te ondertitelen. Elkaar taal leren geven om gevoelens te ondertitelen. Samen terug naar de aanleiding door deze zo klein mogelijk maken. En gooi alles open. Als ik voel dat er iets broeit, dan begin ik mijn les niet voordat het probleem is besproken. De stof kan wachten, dit niet.

Dit bericht delen:

© 2021 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.