• blad nr 5
  • 18-3-2017
  • auteur R. Voorwinden 
  • Redactioneel

 

Nieuwe aflevering in soap rond rekentoets

Staatssecretaris Sander Dekker laat, met lange tanden, onderzoeken of er een alternatief mogelijk is voor de rekentoets. Goed idee, vinden de Nederlandse Vereniging van wiskundeleraren en Beter Onderwijs Nederland. Slecht plan, vinden de rekendocenten in het mbo.

‘De Nederlandse Vereniging van wiskundeleraren wil het rekenonderwijs versnipperen. Dat gaat ten koste van de leerlingen: hun rekenniveau zal hierdoor verslechteren.’ Nee, het platform rekendocenten van de beroepsvereniging van opleiders in het mbo is niet blij met de nieuwe plannen voor de rekentoets.
De invoering van die rekentoets en het bijbehorende rekenonderwijs in vmbo, havo, vwo en mbo is een soap die al enkele jaren duurt. In de nieuwste aflevering laat staatssecretaris Sander Dekker, gedwongen door de Tweede Kamer, onderzoeken of er een alternatief voor de rekentoets kan worden uitgewerkt. De staatssecretaris en de Vereniging van wiskundeleraren hebben samen twee expertgroepen ingesteld. Voor de zomervakantie moeten de groepen met aanbevelingen komen.
Het is de grote vraag of die aanbevelingen de twee belangrijkste kritiekpunten op de toets kunnen ondervangen. Het eerste kritiekpunt is het verplichte karakter van die toets. Leerlingen in het voortgezet onderwijs en het mbo moeten minimaal een 5 op de toets scoren, zo was de opzet. Maar toen bleek dat dit een slachting zou aanrichten bij de eindexamens, is de verplichting tijdelijk opgeschort. Alleen vwo’ers kunnen, op dit moment, al op de toets zakken. Wat in 2016 overigens niemand van hen deed.
Voorzitter Paul Rosenmöller van de VO-raad vindt het onderzoek naar een alternatief een mooie aanleiding om die verplichting voor vwo’ers te schrappen, schrijft hij in zijn blog. ‘Als het beleid dan toch op de schop gaat, zorg er dan voor dat vwo-leerlingen op dit punt gelijk behandeld worden als havisten en mbo-leerlingen.’
Goed gezegd, vindt Karin den Heijer, docent wiskunde en bestuurslid van Beter Onderwijs Nederland (BON). “Trek de stekker eruit, en laat de toets ook voor het vwo niet meer meetellen voor het examen.”
Maar ook als er een alternatief voor de rekentoets wordt gevonden moeten leerlingen, linksom of rechtsom, er hoogstwaarschijnlijk een voldoende voor gaan halen. Want de staatssecretaris en de Nederlandse Vereniging van wiskundeleraren hebben afgesproken dat ook de nieuwe toets aansluit op de huidige referentieniveaus rekenen, die in de wet zijn vastgelegd. Die wettelijke niveaus moeten dus uiteindelijk gehaald worden, en niet alleen door vwo’ers de opschorting van die verplichting voor havisten, vmbo’ers en mbo’ers kan niet eeuwig blijven duren.

Dubbelzinnige vragen
Het tweede grote punt van kritiek is dat de rekentoets te veel tekst zou bevatten. Het zou, volgens critici, geen rekentoets zijn, maar een toets begrijpend lezen. “Een ondeugdelijke toets, vol met rare verhaaltjessommen en dubbelzinnige vragen”, vat Den Heijer van BON samen.
Aan die kritiek zou een alternatieve toets wel een einde kunnen maken. Want er wordt, bij het onderzoek naar alternatieven, zelfs overwogen om de zelfstandige rekentoets helemaal af te schaffen. Het rekenen zou dan voortaan getoetst kunnen worden in de examens van afzonderlijke schoolvakken. “Bij geschiedenis is dat lastiger dan bij aardrijkskunde of natuurkunde”, zegt Swier Garst, voorzitter van de Nederlandse Vereniging van wiskundeleraren. “Maar een leerling volgt altijd verschillende vakken. Dus moet je onderzoeken welke referentieniveaus er gehaald worden in diverse combinaties van vakken. Dat is te doen.”
En laten we eerlijk zijn, zegt Garst. “Het is eigenlijk ook raar om rekenen apart te toetsen. Rekenen hoort bij het leven, net als taal. Zorg dat het rekenen terugkomt in de verschillende vakken: dan kunnen we misschien wel zonder aparte rekentoets.”
“Het idee om rekenen te integreren in de vakken is natuurlijk niet nieuw: dat is juist wat we decennia lang gedaan hebben”, zegt Den Heijer van BON. “En dat is ook goed. Het rekenniveau van de leerlingen was alleen wat weggezakt omdat het rekenonderwijs in de basisschool en in de onderbouw van het voortgezet onderwijs niet op orde was. Los dat op, dan hebben we in de bovenbouw geen apart vak rekenen meer nodig en geen aparte toets.”
Maar wat is er eigenlijk mis met apart rekenonderwijs, vindt Kooske Franken, voorzitter van het platform rekendocenten in het mbo. In de eerste plaats gaan de resultaten van de leerlingen de laatste jaren vooruit, op alle niveaus. In het hele voortgezet onderwijs haalt nu ruim 90 procent van alle leerlingen de benodigde 5 als eindcijfer.
De versnippering van het rekenonderwijs kan dat juist weer verslechteren, vreest Franken. “En in veel mbo-opleidingen wordt ook weinig gerekend. Hoe moet je in de opleiding voor bijvoorbeeld leidsters in de kinderopvang alle referentieniveaus van rekenen aan bod laten komen? Dat haal je nooit.”
En trouwens: waar bemoeien die wiskundeleraren zich eigenlijk mee? “Wiskunde is een heel ander vak dan rekenen: dat vak verdient gespecialiseerde rekendocenten.” En een verplichte plaats in het eindexamen. “Als jij met het cijfer 1 voor rekenen toch je diploma kunt halen, hoe serieus denk je dat studenten het vak dan nog nemen?”
En die verplichting is er dus niet om studenten te pesten. “Het rekenen in het mbo is gericht op vorming van sociaal redzame burgers. Mensen die niet kunnen rekenen, dreigen de aansluiting in de maatschappij te missen.”
En dat is in de hele rekensoap het belangrijkste punt, vindt Kees Hoogland, leerplanontwikkelaar bij het SLO. “Voor leerlingen, vooral in het vmbo en mbo, is praktisch rekenen van ontzettend groot belang. Dat helpt hun zelfredzaamheid en dat vergroot hun sociale kansen. Laten we dat bij de rekentoets en de ontwikkeling van mogelijke alternatieven nooit vergeten.”

Dit bericht delen:

© 2021 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.