• blad nr 20
  • 17-12-2016
  • auteur . Overige 
  • Juridisch advies

 

Docenten dreigen LD-functie te verliezen

Veel eerstegraads leraren kregen in 2014 een LD-functie. Soms dreigen ze die weer kwijt te raken omdat ze volgens hun werkgever niet voldoen aan de aanvullende eisen voor de functie.

Tekst Pieter Heeffer, juridische dienst
Elke eerstegraads leraar die minstens de helft van zijn lessen structureel in de bovenbouw van havo of vwo lesgaf, had recht op de LD-functie volgens de cao-vo 2014-2015. Op basis van dit zogeheten entreerecht heeft een groot aantal docenten destijds een LD-functie gekregen, met de bijbehorende hoogste salarisschaal voor een leraar in het voortgezet onderwijs. Dit ging niet altijd zonder slag of stoot. De AOb heeft vele rechtszaken moeten voeren omdat een groot aantal werknemers ten onrechte het entreerecht werd onthouden.
Het cao-artikel over het entreerecht geeft echter ook aan dat de LD-aanstelling weer kan stoppen. Als een leraar niet uiterlijk op 1 augustus 2016 voldoet aan de functievereisten die zijn werkgever heeft vastgesteld, kan hij teruggeplaatst worden in zijn oude functie. Dat houdt een aantal juristen van de juridische dienst momenteel bezig.
Inmiddels zijn over de beëindiging van de LD-aanstelling de eerste juridische procedures gevoerd, zowel in het openbaar als in het bijzonder onderwijs. Het blijkt dat bij de beoordeling van de terugplaatsing met name wordt gekeken naar de procedure in de periode tussen 1 augustus 2014 en 1 augustus 2016 om vast te stellen of de leraar voldoet aan de functievereisten. Een werkgever heeft veel vrijheid om de procedure zelf in te richten omdat in de cao geen regels zijn opgenomen over de exacte procedure voor de toetsing aan de functievereisten. Daardoor is het vaak lastig discussiëren over het oordeel en de onderbouwing daarvan. Dit komt doordat een goed onderbouwd werkgeversoordeel dat iemand niet voldoet aan de functievereisten ook als dat niet zou kloppen lastig te weerleggen is. Er zal wel sprake moeten zijn van een zorgvuldige procedure, maar wat dat in een concrete situatie is, kan veel discussie opleveren.
De eerste voorzichtige trend is dat binnen het openbaar onderwijs eerder dan in het bijzonder onderwijs op basis van een niet-zorgvuldige procedure wordt besloten dat terugplaatsing niet terecht is. In het openbaar onderwijs wordt bij de werkgever bezwaar aangetekend tegen het demotiebesluit. Vaak beoordeelt een commissie het bezwaar en brengt een niet-bindend advies uit aan de werkgever. De werkgever neemt vervolgens een nieuw besluit.
Als de terugplaatsing op basis van een niet-zorgvuldige procedure wordt teruggedraaid, betekent dit echter niet dat zo’n zaak daarmee klaar is. De betreffende werkgever is immers nog steeds van mening dat de leraar niet voldoet aan de functievereisten en kan met een nieuw traject komen om dit opnieuw te toetsen.
Vergeleken met het aantal procedures dat we in 2014 bij het begin van het entreerecht moesten voeren, ligt het aantal zaken waarin nu terugplaatsing aan de orde is gelukkig een stuk lager.

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.