• blad nr 20
  • 17-12-2016
  • auteur J. van Aken 
  • Redactioneel

 

Scholen vinden moeilijk invallers

Scholen zeggen moeilijk invallers te vinden door de Wet werk en zekerheid (Wwz). De AOb wijt het probleem aan het lerarentekort. En scholen benutten nog niet alle vervangingsmogelijkheden die de cao biedt. Intussen krijgen meer invallers een vast contract, zoals de Wwz beoogt.

Tekst Jaan van Aken, beeld Barabara Moget
“Dit schooljaar konden we voor 76 dagdelen geen vervanger vinden”, vertelt Miriam Bronckers, directeur van IKC Loedoes in Sittard. Dit ondanks de vervangingspool van 20 fte van invallers met een min-max-contract die haar bestuur Kindante oprichtte en met 10 fte gaat uitbreiden. “Veel leerkrachten uit de vervangingspool zijn ingezet voor langdurige vervangingen omdat daar niemand anders voor was.” In Limburg heerst schaarste. “Door krimp zijn er weinig vaste banen en trekken jonge leerkrachten naar de Randstad. Dat staat los van de Wet werk en zekerheid (Wwz), maar die maakt het wel moeilijker”, merkt Bronckers.
De Wwz is 1 juli 2016 in werking getreden voor het bijzonder onderwijs. De wet beperkt het aantal tijdelijke contracten tot maximaal zes in drie jaar. Bij de zevende tijdelijke benoeming volgt automatisch een vast dienstverband [ketenbepaling]. De Wwz geldt niet voor het openbaar onderwijs, tenzij scholen daar zelf voor kiezen.
Bronckers: “Door de Wwz kunnen we sommige invallers niet inzetten omdat ze voor 1 juli al teveel tijdelijke contracten hebben gehad. Andere invallers willen vanwege de wet niet voor kortdurende vervangingen komen.” Loedoes probeert het gebrek aan invallers intern op te vangen door parttimers extra te laten werken, ambulante collega’s voor de klas te zetten, groepen te verdelen en als laatste optie kinderen naar huis te sturen. “Dat is één keer gebeurd dit schooljaar.”
Ook Elza-Baukje Lap, directeur van De Bongerd in Zutphen, merkt dat leerkrachten niet graag voor een dag invallen “Dan zitten ze te snel aan zes contracten.” Haar bestuur Haal-Veluwe Plus van 17 scholen richtte vorig schooljaar een vervangingspool met 7 fte in vaste dienst op. “Meestal zijn deze vervangers al aan het werk. Dan proberen we invallers met tijdelijke contracten aan het werk te zetten.” Dat lukt niet altijd. “We hebben dit schooljaar twee keer een klas naar huis gestuurd. Dat gebeurde vorig schooljaar overigens ook elf keer. Verdelen is op onze school dit schooljaar geen optie vanwege de grote groepen. En ons beleid is geen ondersteunend personeel voor de klas zetten omdat hun werk anders blijft liggen, al lukt dat in de praktijk niet altijd”, zegt Lap.

Niet voor een dagje
Invaller Herma Loohuis (62) voelt zich sterk benadeeld door de Wwz. Ze werkt via Slim personeelsbemiddeling in Groningen dat invallers en scholen aan elkaar koppelt. “Ik mag tot 1 januari 2017 niet werken omdat ik voor 1 juli dit jaar al teveel tijdelijke contracten heb gehad bij de vier schoolbesturen rond Biddinghuizen waar ik regelmatig losse dagen inviel”, vertelt Loohuis. Die zouden haar anders bij een volgend contract een vaste baan moeten aanbieden. Om gezondheidsredenen kan ze zelf geen vaste baan aannemen. “Ik beslis per dag of ik fit genoeg ben. Dat kan niet bij een vaste baan.” Ze voorziet na 1 januari snel weer aan zes tijdelijke contracten te zitten. “Scholen zijn tevreden over mij, maar ik word klem gezet door deze wet. Het voelt als een straf.”
Invaller Jenna Berens (24) besloot dat ze niet teveel losse dagen wilde invallen. Ze studeerde een half jaar geleden af aan de pabo en doet veel vervangingswerk in en rond Tilburg en Waalwijk. “Vanwege de Wwz heb ik besloten drie keer een dagje in te vallen, maar echt niet meer. Ik hoor van veel collega’s dat ze niet voor een dag komen invallen. Anders zit je zo aan vijf contracten en dan kom je niet meer voor een dag, want wie weet is de volgende vervangingsaanvraag voor drie maanden. Tot dusverre ben ik overigens nog niet drie keer bij hetzelfde bestuur ingevallen.”

Krappe arbeidsmarkt
Veel scholen geven aan sinds de Wwz meer moeite te hebben vervanging te vinden. AOb-bestuurder José Muijres wijt het gebrek aan invallers niet aan de Wwz maar aan de krappe arbeidsmarkt. “Op sommige plaatsen is voor reguliere banen al een tekort. Het aantal pabo-studenten daalt en er is een uitstroom door vergrijzing. Voor een groot deel is het een arbeidsmarktvraagstuk.” En als leraren niet voor een paar dagen willen invallen, moet je ze als werkgever juist iets bieden, vindt ze. Het grote vraagstuk voor haar: “Hoe zorgen we dat we de arbeidsmarkt aantrekkelijk houden zodat meer mensen voor het beroep van leraar kiezen. Een onderdeel daarvan is inkomenszekerheid voor jonge mensen, die het onderwijs verlieten nadat ze jaren achtereen tijdelijke contracten kregen. Dat kan een vaste baan zijn binnen een vervangingspool, maar je kunt het ook flexibel vormgeven via min-max- en bindingscontracten. Daar wordt nog weinig gebruik van gemaakt, horen wij”, zegt Muijres.
Ze is geen voorstander van afschaffing van de ketenbepaling. “We moeten met zijn allen het vervangingsbeleid goed op poten zetten de komende tijd. Er zijn voorlopers, middenmoters en besturen die net beginnen. Je kunt een prima vervangingspool binnen je eigen bestuur neerzetten, maar als je het op grotere schaal organiseert, maak je het makkelijker om vaste vervangers in te zetten. Dan kun je nog steeds invallers een school als thuisbasis geven.”
Een voorbeeld van een vervangingspool binnen het eigen bestuur is Salto in Eindhoven. “De vervangingspool is heropgericht, waardoor 30 tot 35 jonge leerkrachten een jaarcontract hebben in plaats dat ze via payrolling [een soort uitzendconstructie] worden ingehuurd. Dat scheelt bovendien tonnen per jaar”, vertelt Hans Nieuwkerk, GMR-lid en leerkracht bij Salto-school Reigerlaan in Eindhoven en voorzitter van het sectorbestuur po van de AOb. De pool werkt heel goed, vindt hij. “De vervangers werken voor een cluster van vier scholen voor bijvoorbeeld speciaal onderwijs of jenaplan, en een van die scholen is hun stamschool. Als er geen zieken of verloven zijn, vervangen ze op hun stamschool reguliere leerkrachten die een toets afnemen of een rapport schrijven. Als leerkracht word je daardoor ontlast en op de stamschool kennen de kinderen en collega’s de vervanger. Als de pool is uitgeput, doen ze alsnog een beroep op payrollers.”

Nieuwe banen
Een groot samenwerkingsverband is het Regionaal Transfer Centrum (RTC) Midden-Brabant van vijftien schoolbesturen. Het RTC heeft een vaste schil van zestig vervangers in vaste dienst en een flexibele schil van 250 fte aan flexpoolers die met tijdelijke contracten worden ingezet. “Flexpoolers kunnen kiezen en laten aanvragen van een dag uiteraard sneller liggen voor een vervanging van 3 weken”, zegt Gerard Langeraert, bestuurlijk coördinator van het RTC. “Scholen en besturen wijzen naar de Wwz vanwege het tekort aan invallers, maar de sterke daling van het aantal pabo-studenten speelt een belangrijke rol.”
“Bovendien levert de Wwz het onderwijs ook veel op”, vindt hij. Zo werken scholen en besturen meer samen bij vervanging. “Daar valt meer winst te behalen door het percentage vaste vervangers te verhogen. Een vaste schil van 4 procent is onvoldoende, want de gemiddelde vervangingsbehoefte in het primair onderwijs is 10 procent”, vertelt Langeraert. RTC Midden Brabant overweegt daarom de vaste schil uit te breiden van 4 naar 6 procent.
“En de wet levert nieuwe banen op”, ziet Langeraert. Werknemers sneller aan een vaste baan helpen is een van de doelen van de Wwz. Dat lukt door nieuwe vervangingspools met vaste (jaar)contracten: 30 fte bij Salto, 30 bij Kindante, 7 bij Haal-VeluwePlus, 45 bij Transfercentrum Onderwijs Zeeland en 60 fte bij RTC Midden Brabant. Langeraert: “Voorheen waren deze jonge leerkrachten flexpoolers die soms jaren achtereen tijdelijke invalcontracten kregen. Het levert meer vaste banen op en in die zin werkt de Wwz voor de onderwijssector.”

Nieuwe mogelijkheden
Voor vervanging in het bijzonder onderwijs zijn in de cao po extra mogelijkheden opgenomen. Scholen dienen met instemming van de medezeggenschapsraad vervangingsbeleid op te stellen op basis van het verzuimpercentage van de afgelopen jaren. Daarin staat omschreven hoe scholen vervanging organiseren en met welk type contract. De volgorde van dienstverbanden is vast, vast/flexibel en flexibel. Dit betekent dat vaste contracten voor invallers, al dan niet in vervangingspools, de voorkeur genieten. De tweede optie zijn vaste contracten met tijdelijke uitbreidingen voor leerkrachten die extra werken voor afwezige collega’s. De volgende stap zijn tijdelijke contracten voor invallers.
Daarnaast zijn er twee nieuwe contractvormen voor onverwachte piekmomenten: het min-max- en het bindingscontract. Een min-maxcontract is een tijdelijk dienstverband van minimaal 8 uur per week, dat voor vervanging maximaal 2,5 keer uitgebreid mag worden. Het bindingscontract is een tijdelijk dienstverband van minimaal een uur per week dat bij ‘onvoorzien en onplanbaar’ verzuim tijdelijk uit te breiden is. Uit een peiling onder 700 schoolleiders van de Algemene Vereniging Schoolleiders in september bleek dat 35 procent van de schoolleiders tijdelijke contractuitbreidingen gebruikt, 30 procent min-maxcontracten en 13 procent bindingscontracten.

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.