• blad nr 20
  • 17-12-2016
  • auteur A. Kersten 
  • Redactioneel

Nieuw licht op strijd over topsalaris  

De zaak Artez

Achter de schermen woedt al jaren een strijd over de beloning van een voormalige bestuurder van kunstenhogeschool Artez. Onder druk van PvdA-minister Bussemaker kreeg de school vorig jaar 84 duizend euro terug. Vertrouwelijke documenten werpen nieuw licht op de zaak.

Maandag 4 maart 2013 is de eerste werkdag van Gerben Eggink bij de Arnhemse hogeschool voor de kunsten Artez. Tijdens een bestuurscrisis een maand eerder is het college van bestuur naar huis gestuurd. De raad van toezicht vraagt managementbureau BoerCroon een interim-voorzitter in zijn kaartenbak te zoeken. Dat lukt. Eind februari sluiten Artez, BoerCroon en haar Rotterdamse associé Eggink een overeenkomst voor twee maanden. Ze spreken af dat BoerCroon een dagtarief van 1400 euro exclusief btw in rekening brengt. Voor Egginks begeleiding en andere diensten ontvangt het bureau van Artez daar bovenop 500 euro per dag.
De contracten zijn getekend onder de nieuwe Wet normering topinkomens (Wnt), die op 1 januari 2013 is ingegaan. Het is de eerste wet die de beloning van bestuurders in de semi-publieke sector aan banden legt. En die het mogelijk maakt salaris op te eisen bij personen zelf, in plaats van de organisatie. Eigenlijk voert de zaak Artez verder terug, naar de politieke besluiten die bij de behandeling van de wet zijn genomen. Aangevoerd door het toenmalige CDA-Kamerlid Ger Koopmans wilde de Tweede Kamer ook een rem zetten op de vergoeding van interim-bestuurders. Na politiek handjeklap rolde er een compromis uit: interim-bestuurders vallen onder de norm als ze binnen een periode van anderhalf jaar langer dan een half jaar worden ingehuurd. Duurt de klus zes maanden of korter, dan niet.

Kwaad bloed
Artez heeft Eggink langer nodig dan voorzien. RvT-voorzitter Gerrit Grotenhuis, directeur van de Rabobank in Enschede, laat het contract keer op keer verlengen. Twee maanden worden er uiteindelijk veertien. Na een half jaar vreest de raad een probleem met de norm van 198 duizend euro in het hbo. Daarom licht Grotenhuis in september 2013 de directeur hoger onderwijs bij het ministerie van Onderwijs in.
Dat bericht valt in slechte aarde bij PvdA-onderwijsminister Jet Bussemaker. Ze is bezig topbeloningen bij schoolbesturen in het gareel te krijgen. ‘Overschrijding vind ik maatschappelijk onaanvaardbaar’, geeft ze Grotenhuis per brief te verstaan. Ze laat de Onderwijsinspectie een onderzoek starten en eist dat Artez de beloningsafspraken onder het wettelijke maximum brengt. Ook bij de Vereniging Hogescholen heeft de raad van toezicht kwaad bloed gezet, blijkt uit een boze brief van voorzitter Thom de Graaf. Hij had van Grotenhuis juist begrepen dat Artez binnen de wet zou blijven.
Terwijl het onderzoek van de inspectie nog moet starten, doet Grotenhuis begin 2014 een opmerkelijke toezegging aan BoerCroon. Op 14 januari stuurt de RvT-voorzitter het bureau een kort mailtje ter bevestiging van een nieuwe verlenging van Egginks contract. Hij schrijft dat Artez de kosten die eventueel boven de norm uitkomen niet op Eggink zal verhalen. Een BoerCroon-medewerker mailt hem terug: ‘Voor de goede orde: dat niet verhalen moet dan echt gelden voor alle gewerkte dagen tot 1 april (dus ook die in 2013) en behalve Gerben moeten jullie ook BoerCroon vrijwaren. Is dat akkoord?’ Grotenhuis mailt terug: ‘Ja, ik ben het eens met de aanvullende opmerkingen die je hebt gemaakt.’

Claims
De Inspectie onderzoekt beloningen per boekjaar. Het concept-rapport over de periode maart tot en met december 2013 gaat in juli 2014 naar Artez voor wederhoor. Conclusie: Artez heeft ruim 154 duizend euro meer betaald voor haar parttime interim-bestuurder dan toegestaan. BoerCroon en Eggink verzetten zich tegen de bevindingen. De inspectie zou de tijdsbelasting te laag hebben beoordeeld. Bovendien zijn ze het er niet mee eens dat de bureauvergoeding voor BoerCroon bij de bezoldiging wordt opgeteld.
Gerben Eggink zelf is intussen vertrokken. Op 1 mei heeft hij plaatsgemaakt voor Renate Litjens, een tweede interim-bestuurder die Artez via BoerCroon inhuurt. De strategische toekomstvisie voor Artez die haar voorganger heeft achtergelaten, verdwijnt in de ijskast. Ruim een jaar na de bestuurscrisis heeft de raad van toezicht nog altijd geen nieuw, permanent college van bestuur gevonden. Uiteindelijk stapt de raad half september 2014 op. Een paar dagen later wordt oud PvdA-senator Frans Leijnse aangesteld als toezichthouder. Hij moet een nieuw college van bestuur en een nieuwe raad van toezicht gaan samenstellen.
Bovendien ontfermt hij zich over het Wnt-dossier. Nadat de Inspectie de overschrijding definitief heeft vastgesteld, ligt de bal begin 2015 bij de Artez. De school moet zelf het geld zien terug te halen bij Eggink en BoerCroon. Begin februari doet Artez de sommatiebrieven de deur uit. Als het inspectierapport tien dagen later eindelijk naar de Tweede Kamer gaat, grijpt OCW de gelegenheid aan voor publiciteit. ‘Minister Bussemaker wil dat hogeschool Artez 154 duizend euro terughaalt’, kopt een bericht op Rijksoverheid, dat in de pers wordt overgenomen.
Maar bij Artez ligt dan al lang een afwijzing van BoerCroon. Sterker, het adviesbureau heeft zelf een rekening ingediend van 121 duizend euro. Artez heeft interimmer Litjens sinds de zomer namelijk direct gecontracteerd, buiten het adviesbureau om. Dat is in strijd met het ‘wervingsbeding’, stelt het bureau. Ook Eggink wijst de claim van Artez even later af. Toezichthouder Leijnse rapporteert terug aan de inspectie en oppert dat zij zelf in actie komen. Bij de inspectie is dan duidelijk: het is tijd om de landsadvocaat in te schakelen.

Daadkrachtig
Andere departementen die met de wet te maken hebben, volgen de zaak met argusogen. Binnenlandse Zaken, verantwoordelijk voor de wet, regelt de coördinatie. De kwestie-Artez is een testcase geworden. De wet zoals die in 2013 is ingevoerd, bestaat dan al niet meer. Dat wil zeggen: er is flink aan gesleuteld. Zo is het begrip ‘bezoldiging’ opgerekt zodat ook bureaukosten eronder zouden moeten vallen. Maar de regels blijven ingewikkeld. Bovendien bestaat er een maas in de wet, want interimmers die binnen een half jaar weer weg zijn vallen buiten elke norm. Dat werkt hoge beloningen voor korte klussen in de hand. Tot ongenoegen van de Tweede Kamer, die dat een paar jaar eerder zelf mogelijk maakte.
Daarom is er vanaf 2016 een nieuwe norm voor interim-bestuurders ingevoerd. Die stelt vanaf dag één een grens aan de vergoeding. De oude regels behoren daarmee tot het verleden, maar dat geldt niet voor de zaak-Artez die eruit is opgeborreld.
Na maanden voorbereiding stuurt de inspectie op 20 oktober 2015 de definitieve vorderingen, de ‘last onder dwangsom’, naar Eggink en BoerCroon. Die zien dat het opgeëiste bedrag flink is verlaagd. Binnenlandse Zaken heeft namelijk een nieuwe berekening ingevoerd van de ‘deeltijdfactor’, oftewel de vertaling van een parttime aanstelling naar een fulltime norm. In plaats van 154 duizend euro moeten Eggink en BoerCroon nu 84 duizend euro betalen aan de school. Doen ze dat niet, dan volgt er een dwangsom. Er is veel media-aandacht voor de noviteit. Het kabinet profileert zich als daadkrachtige overheid die optreedt tegen grootverdieners in de publieke sector. Daarna wordt het weer stil in de publiciteit.

Vergissing
Maar niet achter de schermen. Onder protest betaalt BoerCroon 26.184 euro aan Artez, Eggink maakt 58.279 euro over. Weinig later ontstaat er opwinding bij de inspectie. Het is om gek van te worden, maar er is een fout gemaakt. De terugvordering is te laag berekend. Minister Bussemaker wordt geïnformeerd. ‘Naar nu blijkt heeft de inspectie bij het toepassen van de nieuwe berekeningswijze een vergissing gemaakt in het voordeel van de partijen’, aldus een memo. Artez had 112.494 moeten terugkrijgen. ‘Dat scheelt een kleine 30 duizend euro.’ Wat is wijsheid? Na rijp beraad besluit de inspectie de vordering te laten bij wat hij was. Uit oogpunt van ‘rechtszekerheid’, laat ze desgevraagd weten.
BoerCroon blijft de terugvordering bestrijden en is naar de Amsterdamse rechtbank gestapt. Eggink is partij in de procedure. Het is wachten tot de rechtbank een datum prikt. Voor andere zaken kan de uitspraak een precedent scheppen. En ook voor een eventuele tweede terugvordering in de Artez-kwestie. Want de inspectie heeft eerder dit jaar een nieuw rapport opgesteld, ditmaal over 2014. Conclusie: ook toen betaalde de school te veel voor het inhuren van Eggink.
Artez is geen partij meer in de procedures. De hogeschool is in rustiger vaarwater gekomen. Aan het roer staan een nieuw college van bestuur en raad van toezicht. De claim van 121 duizend euro over het wervingsbeding is eerder dit jaar met BoerCroon geschikt. Over de omvang van de schikking doen beide partijen geen mededelingen.

Verantwoording
Het Onderwijsblad kreeg contracten, memo’s, gespreksverslagen, facturen en correspondentie in handen dankzij een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur. Het duurde driekwart jaar voordat de inspectie afgelopen oktober de documenten waarvan delen zijn weggelakt vrijgaf. BoerCroon, Gerben Eggink en Gerrit Grotenhuis wilden aan dit artikel niet meewerken. De Onderwijsinspectie en Artez hebben schriftelijk enkele vragen beantwoord.

Ga voor een uitgebreide tijdlijn en documenten naar www.aob.nl



Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.