• blad nr 18
  • 19-11-2016
  • auteur . Overige 
  • Opinie

 

Geld voor passend onderwijs verdwijnt

Veel geld dat bedoeld is voor passend onderwijs lekt weg in bestuurlijke kleilagen, schrijft Susan Putten, intern begeleider op de 5e Montessorischool in Watergraafsmeer. ‘Voor onze grote school betekent het dat wij niet de zorg kunnen bieden die nodig is.’

Als intern begeleider in het Amsterdamse basisonderwijs volg ik de financiering van het passend onderwijs op de voet. Ik zie dat een groot deel van de middelen weglekt in bestuurlijke kleilagen. Het verhaal 'weg met de bestuurlijke kleilaag' (Onderwijsblad, 22 oktober) is mij dan ook uit het hart gegrepen.
Mijn school is onderdeel van het Samenwerkingsverband Amsterdam-Diemen (SWV), het grootste samenwerkingsverband van Nederland. Dit schooljaar ontvangt het samenwerkingsverband circa 23,4 miljoen euro voor passend onderwijs. Het grootste gedeelte daarvan wordt overgedragen aan de 45 schoolbesturen met in totaal 240 scholen die erin samenwerken.
Een deel van het geld (2,6 miljoen euro) blijft bij het samenwerkingsverband, om bijvoorbeeld noodprocedures te bekostigen (tijdelijke voorzieningen voor kinderen die niet meer naar school kunnen), voor het personeel dat beoordeelt of een kind echt naar het speciaal onderwijs moet en voor het ‘monitoren’ van passend onderwijs.
Het SWV probeert de overheadkosten laag te houden, maar dat lijkt toch niet helemaal te lukken. Dit jaar is er ruim 2 miljoen gereserveerd voor management, organisatie en uitvoeringsorganisatie.
Het grootste deel van de middelen voor passend onderwijs wordt direct doorgesluisd naar de schoolbesturen in Amsterdam en Diemen. Dit schooljaar krijgen zij van het SWV Amsterdam/Diemen 170 euro per leerling voor extra ondersteuning, in totaal bijna 11 miljoen euro. Dit is het geld dat vroeger in een ‘rugzakje’ naar de leerlingen ging.
De bedoeling is dat dat geld bij de scholen zelf terecht komt, zodat zij passend onderwijs kunnen bieden aan alle kinderen. Voor het direct doorsturen van het geld naar de schoolbesturen is in Amsterdam destijds gekozen om te voorkomen dat er stedelijke loketten en extra bureaucratie zouden ontstaan.
De ironie wil dat verschillende Amsterdamse schoolbesturen, met name de grote, nu zelf een bureaucratische tussenlaag hebben gecreëerd. Eén groot schoolbestuur heeft bijvoorbeeld een eigen loket ingericht, ‘Steunpunt Passend Onderwijs-West’. Vijf andere schoolbesturen hebben samen iets soortgelijks opgezet. Beide loketten hebben een heuse eigen website.
Bij de feestelijke lancering van SPO-West kregen alle intern begeleiders zelfs een pen met het logo van het Steunpunt.
Mijn eigen schoolbestuur heeft gelukkig geen loket, maar houdt niettemin 60 procent van de extra-zorgmiddelen bovenschools.
De Onderwijsinspectie heeft het Samenwerkingsverband er kritisch op gewezen dat het onduidelijk is hoe het geld voor passend onderwijs in Amsterdam wordt besteed. Schoolbesturen gaan er op heel verschillende manieren mee om. Tot nu toe hebben ze amper verantwoording afgelegd over de kwaliteit van de inzet van het geld.
Neem als voorbeeld de situatie op mijn school met circa 600 leerlingen. Van de 170 euro extra-ondersteuningsmiddelen komt bij ons op school nog geen 52 euro per leerling binnen, in totaal bijna 31 duizend euro. Van de rest worden onder andere bovenschoolse specialisten betaald die wij eventueel kunnen inschakelen voor advies of onderzoek. Maar hebben we daar behoefte aan? Die vraag is ons nooit gesteld. Wij hebben al veel deskundigheid binnen de school. Waar wij behoefte aan hebben, is meer handen in de klas.
Daarom ook hebben wij die 31 duizend euro geheel ingezet voor personele ondersteuning, zodat de oud-rugzakkinderen in ieder geval nog extra hulp kunnen krijgen. Maar daarnaast wordt inmiddels van ons verwacht dat we uit diezelfde middelen putten om kinderen te ondersteunen met de meest uiteenlopende onderwijsbehoeften en sociaal-emotionele problemen.
Natuurlijk ontvangt onze school daarnaast geld voor de zogenoemde basisondersteuning, een vast bedrag van 125 euro per leerling waarmee we moeten zorgen dat de basiskwaliteit van de school op orde is. Denkt u aan zaken als een goed leerlingvolgsysteem, onderwijs op maat voor elk kind, overleg met Jeugdzorg, de Kinderbescherming, de Ouder-Kindadviseur enzoverder.
De intern begeleider is degene die dat allemaal in de gaten houdt. Het Samenwerkingsverband zegt dan ook, dat zij uit de basisondersteuning betaald moet worden. Weer even een rekensommetje: 600 leerlingen x 125 euro is 75 duizend euro. Dat is nog geen 1,5 formatieplaats; wij hebben op school 2 fte voor interne begeleiding en die tijd is hard nodig, omdat wij niet alleen coördineren, observeren en coachen maar ook specialistische hulp aan leerlingen geven en onderzoeken doen.
Voor onze grote school betekent het dus, dat wij niet de zorg kunnen bieden die nodig is. Dat komt deels door de ‘bestuurlijke kleilagen’. Die hebben voor ons bepaald wat er met het geld gebeurt, het geld van onze eigen leerlingen!

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.