• blad nr 18
  • 19-11-2016
  • auteur K. Hagen 
  • Redactioneel

 

Het Lerarenregister, ik ben voor/tegen

De ene docent juicht, de ander ziet het helemaal niet zitten. Maar het Lerarenregister komt er, de Tweede Kamer heeft er half oktober mee ingestemd. Vanaf 2017 moeten leraren op basisscholen, uit het voortgezet onderwijs en het mbo zich registreren om te laten zien dat ze de juiste papieren hebben en aan bijscholing doen.

{VOORSTANDER}

‘Hoera, een sterkere positie’

Jan van Gemert (61) werkt in het mbo op het Koning Willem I College in Den Bosch als theaterdocent. Hij is voorstander van het Lerarenregister en ambassadeur voor de Onderwijscoöperatie.

“Blij en onder de indruk was ik van de discussie in de Tweede Kamer. Toen het wetsvoorstel werd aangenomen dacht ik: ‘hoera!’. Dit betekent een sterkere positie voor mij en het lerarenteam. Het geeft meer status aan ons beroep, want je laat aan ouders, leerlingen en collega’s zien dat je werkt aan de kwaliteit. Dat geeft mij een trots gevoel.
Het Lerarenregister is maar één onderdeel, de wet eromheen biedt docenten veel meer kansen. Zo krijgen we meer zeggenschap over ons beroep. Dan kun je denken aan de manier van beoordelen, welke leerlingen naar een volgende klas gaan of juist niet, welke boeken je gebruikt of de pedagogisch-didactische aanpak. De wet erkent heel duidelijk dat het de leraar is die hier iets over moet zeggen.
Het zal onze positie verbeteren, al denk ik denk dat het een tijd duurt voordat je dat terugziet in de praktijk. Maar het gaat zeker gebeuren. Er zal op scholen besproken worden hoe de zeggenschap van docenten eruit gaat zien. Op veel scholen bestaat weinig discussie of eigen inbreng van leraren. Vaak bepaalt een directie dan hoe jij aan je deskundigheid moet werken of komen ze weer met iets nieuws. De directie moet dat nu eerst met het lerarenteam overleggen.
We zullen door de wet vaker een gesprek hebben over scholing denk ik. Ik zit in een groep, met theaterdocenten van mijn school, die ook trainingen geeft. Door het register ga je beter nadenken over de kwaliteit van de scholing. Zeker omdat docenten recensies kunnen schrijven die iedereen kan lezen [zie kader ‘misverstanden’]. Scholingen zullen verbeteren, het wordt een agendapunt.
Veel zaken die leraren nu al doen kunnen tellen als bijscholing. Als je meekijkt bij een collega in de klas bijvoorbeeld of wanneer je een artikel schrijft. Het kan toch geen kwaad om dat te noteren en te bedenken wat je geleerd hebt? Het gaat om meer dan alleen cursussen. Veel collega’s zien het als iets dat van bovenaf is opgelegd, maar dit komt uit de beroepsgroep zelf. Het is een instrument voor onze ontwikkeling. Het verbetert de kwaliteit en legt vast dat we mogen meepraten. Het is winst dat dat is geregeld.
Al sinds 2012 sta ik in het vrijwillige register, omdat ik nieuwsgierig was. Veel mensen die het Lerarenregister niet zien zitten, weten er eigenlijk niet zo veel van. Het kost niet veel tijd. Zo voeg je met één druk op de knop een gevalideerde activiteit, bijvoorbeeld een cursus, toe in het register. Je kan dan nog kiezen om een portfolio bij te houden.
Met het register krijgen we ook zicht op wie er nu wel of niet bevoegd is. Dan zien we de aantallen en het betekent voor onbevoegde leraren dat ze zo snel mogelijk een diploma moeten halen. Het is allemaal minder vrijblijvend.
Na alle van boven opgelegde vernieuwingen, zoals het Studiehuis, vind ik dat deze wet ons beroep aantrekkelijker maakt. Het moet jonge docenten toch aanspreken als wij uitstralen dat we graag aan kwaliteit werken en zelfbewuster zijn?”


{TEGENSTANDER}

‘Het is er doorgedrukt’

Mathijs van den Berg (50) werkt als docent Nederlands op een categoraal gymnasium. Hij zit 21 jaar in het onderwijs en ziet het Lerarenregister niet zitten.

“Het ergste vind ik dat door het register het beeld ontstaat dat we dus al die jaren niet professioneel bezig waren. Zo van: ‘Nu hebben we de docenten bij de kladden en moeten ze eindelijk goed werk gaan leveren.’ Het register zou ons trots moeten maken, maar ik heb nooit het gevoel gehad dat mijn werk niks voorstelt. s
Grote bezwaren heb ik tegen het Lerarenregister. Als na vier jaar blijkt dat je onvoldoende deed aan bijscholing, word je ‘eruit’ gezet. Wie controleert dat als het niet de schoolleiding is die inzage heeft? Ik krijg er een ‘Big Brother’-beeld bij van iets schimmigs.
Het register gaat onder meer over bijscholing, maar dat doen we al genoeg: cursussen over gedragsstoornissen, omgaan met ict. Ik zit allang over de 160 uur in vier jaar tijd. Volgens mij zijn docenten al heel goed bezig met hun vak, waarom moet dat geregistreerd worden? Wéér extra administratie.
De ontwikkeling van docenten en de kwaliteit van scholing is bovendien lastig te meten. Hoe bepaal je wat goed onderwijs en docentschap is? Daar verschillen de meningen enorm over. Juist die verschillende opvattingen zijn belangrijk. Ik ben erg bang dat er nu een dominante stroming komt die zegt hoe wij moeten professionaliseren en dat mensen ondergesneeuwd raken.
Dan het draagvlak, daar zet ik vraagtekens bij. Mij is nooit iets gevraagd. Politici zeggen dat dit met onderwijsorganisaties in de Onderwijscoöperatie is geregeld, maar dat betekent dan weer dat ik dus niet zo autonoom ben.
De wet verbetert de positie van docenten, maar ik kan nu ook al mijn eigen lessen inrichten en heb niet het gevoel dat ik een wet nodig heb om iets voor elkaar te krijgen op school. We zouden meer zeggenschap krijgen, maar in de praktijk houdt altijd de schoolleiding het voor het zeggen. Ook omdat het binnen docententeams lastig is om overeenstemming te krijgen over wat goed onderwijs is. Bij ons op school zijn leraren eigenwijs, wij doen ons zegje wel. Dus ik geloof niet dat we in de praktijk meer te zeggen krijgen. Je kunt misschien tegen je leidinggevende zeggen dat je echt naar een training moet vanwege het register.
Een ander bezwaar vind ik het argument dat onbevoegdheid hiermee wordt opgelost. Met een lerarentekort lukt dat gewoon niet. De meeste onbevoegde docenten zijn druk bezig met een opleiding. We moeten blij zijn dat zij voor de klas willen en ze niet met dit register zwartmaken. De onderwijsorganisaties zullen dit met de beste bedoelingen hebben gedaan, maar het is typisch iets waar we niet op zitten te wachten. We vragen al heel lang om kleinere klassen, minder lesuren en betere arbeidsvoorwaarden om het beroep aantrekkelijker te maken. Dat maakt iets uit in de dagelijkse praktijk. Jammer dat het daar niet over gaat. Dit laten we ook weer over ons heen komen, want docenten zijn gewetensvol en protesteren niet. Het is er doorgedrukt en heeft eigenlijk alleen maar te maken met wantrouwen tegen docenten.”

Bescherming en inspraak
De nieuwe wet gaat over meer dan het Lerarenregister, er zijn nog twee belangrijke punten. Het beroep leraar staat erin omschreven, net als de professionele ruimte. “De wet omschrijft waar jij als leraar over gaat”, legt AOb-beleidsmedewerker Jeroen van Andel uit. Kort gezegd gaan leraren over alles wat er in de klas gebeurt, bijvoorbeeld de inhoud van de lesstof, hoe ze die aanbieden, wat hun pedagogisch-didactische aanpak is en op welke manier ze toetsen. Van Andel: “Natuurlijk doen leraren dit nu al, maar nooit eerder werd het vastgelegd. De wet beschermt leerkrachten als ouders of leidinggevenden druk uitoefenen en verbetert zo hun positie.” De wet erkent daarnaast de professionele ruimte. Leraren kunnen hun beroep alleen goed uitoefenen als ze daarvoor de ruimte krijgen. Het professioneel statuut wordt verplicht met deze wet en betekent dat leraren inspraak moeten hebben op het onderwijsbeleid dat past binnen de school. Er moeten afspraken komen hoe de inspraak van leraren eruit ziet. “De discussie is niet meer of leraren wel of geen professionele ruimte hebben. Het gaat er nu om hoe die ruimte er precies uitziet. Dat is winst”, zegt Van Andel. “Het Lerarenregister, het derde element in deze wet, is eigenlijk het sluitstuk. Leraren leggen er verantwoording mee af, laten zien dat ze hun vak bijhouden.”

{KADER 2 MISVERSTANDEN}

Misverstanden
AOb-beleidsmedewerker Jeroen van Andel belicht de drie grootste misverstanden over het Lerarenregister.

Los eerst het tekort aan leraren op.
“Dit is een kip-of-ei verhaal”, zegt Van Andel. “De Raad van State noemde dit punt in april 2016 ook. Natuurlijk is het lerarentekort een urgent probleem, maar deze wet gaat over de zeggenschap en de professionele ruimte van docenten. Het is niet het één of het ander. Je vindt het toch als leraar niet prima om jaren niks aan bijscholing te doen omdat er een lerarentekort is?” Eerder zei AOb-voorzitter Liesbeth Verheggen dat het lerarentekort de reden is van de gefaseerde invoering van het register. Pas in 2026 heeft het daadwerkelijk consequenties voor leraren. De AOb rekent erop dat politici en werkgevers de problemen op de arbeidsmarkt in de tussentijd aanpakken.

Lerarenregister is een stok om mee te slaan.
“Het Lerarenregister is niet van de werkgevers, niet van de vakbonden en niet van staatssecretaris Sander Dekker van Onderwijs”, zegt Van Andel. Het zijn de leraren zelf die de eisen stellen. Voldoe je niet aan deze eisen dan word je automatisch uit het register gezet omdat je niet voldoet aan wat de beroepsgroep zelf heeft afgesproken. “Dit is in overleg gegaan met vijf onderwijsorganisaties die leraren vertegenwoordigen. Die hadden allemaal een stem in het onderhouden van bekwaamheid. Zij gaan over de omvang en inhoud van de scholing. Nu is 160 uur in vier jaar afgesproken.”

Als je volgens het Lerarenregister werkt, moet je flutcursussen doen.
“Leraren gaan zelf over de cursussen, trainingen en scholing die ze nuttig vinden om te volgen. Dat is heel breed. Volg jij een medezeggenschapsraad-training? Dan voegt dat ook iets toe aan je ontwikkeling of doe je aan peer review, dan kan dat meetellen in het register. Ik denk dat leraren heel goed een passende training kunnen kiezen die ze op dat moment nodig hebben”, zegt Van Andel. Ook hier zijn het de docenten zelf die de trainingen, cursussen en andere scholingsactiviteiten goedkeuren. Er wordt al veel aangeboden. Als het register verplicht wordt, zijn het ook de leraren die een oordeel geven over de gevolgde training. Ze kunnen een negatieve recensie geven.

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.