• blad nr 14
  • 17-9-2016
  • auteur . Overige 
  • Redactioneel

 

Nieuwkomer mist les in moedertaal

Door de komst van asielzoekers neemt het aantal nieuwkomers in het onderwijs snel toe. De kennis over het lesgeven aan deze doelgroep is verouderd of weggezakt. “We moeten accepteren dat meertaligheid een gegeven is en blijft.”

Tekst Anja Vink

De groep leerlingen van Eritrese, Iraakse, Syrische en Afghaanse afkomst vindt dat de lessen Nederlands eigenlijk te langzaam gaan. Wat hun betreft mag er wel een tandje bij. Ze zijn tussen de zestien en achttien jaar oud en bijna allemaal als alleenstaande minderjarige vluchteling (AMV) naar Nederland gekomen. De meeste van hen zaten in hun vaderland op een school voor voortgezet onderwijs die hen voorbereidde op studie aan de universiteit. Sommige hebben zelfs al een diploma. Maar ja, dat Nederlands hč. Dat hebben ze wel nodig om in Nederland verder te studeren. De jongens willen allemaal computertechnologie gaan doen, de meisjes willen de verpleging in of dokter worden.
Dit is een van de vijftien opvangklassen van het Amsterdamse Montessori College Oost (MCO). In deze klassen bereiden zogeheten leerplichtige nieuwkomers zich voor op het Nederlandse vervolgonderwijs. De Internationale Schakelklas van het MCO is een van de langst bestaande van Nederland: 29 jaar. Coördinator Albert Stavast is sinds 23 jaar werkzaam voor het MCO en heeft het dus allemaal meegemaakt: van de enorme aantallen klassen tijdens de grote vluchtelingenstroom van de jaren negentig van de vorige eeuw naar slechts enkele klassen in 2007, 2008 en 2009 met voornamelijk Braziliaanse en Poolse kinderen.
En nu is er weer een flinke toename. “Omdat we dit al heel lang doen hadden we het snel weer georganiseerd”, zegt Stavast. “Maar ik kan me voorstellen dat het voor andere scholen niet zo makkelijk gaat.”
Wie denkt dat het alleen om vluchtelingenleerlingen gaat heeft het mis. Zij maken ongeveer 60 procent uit van de leerlingen. Door de aantrekkende economie komen er ook meer jongeren naar Nederland voor gezinshereniging of samen met ouders die als arbeidsmigrant in Nederland gaan werken. Dat kunnen leerlingen van Marokkaanse, Amerikaanse, Chinese en Poolse afkomst zijn.

Chaos
De grootste chaos na de flinke instroom van het afgelopen jaar lijkt voorbij. In juni dwong de Tweede kamer staatssecretaris Sander Dekker op zoek te gaan naar een jaar extra geld voor de opvang van nieuwkomers. Dekker vond een jaar financiering voldoende om leerlingen voor te bereiden op de overstap naar de reguliere school, dat moet twee jaar worden.
Langzaam komt nu de vraag bovendrijven: doen we het wel zo goed met het onderwijs aan deze groep leerlingen? Voor de zomervakantie bleek uit een onderzoek van de VO-raad onder schakelklassen dat veel asielzoekersleerlingen onder hun niveau in het Nederlandse vervolgonderwijs terechtkomen. Een buitenproportioneel aantal gaat naar niveau 2 van het mbo terwijl ze net zoals de leerlingen op het MCO al enkele jaren voortgezet onderwijs in het vaderland achter de rug hebben. Oorzaak: de beheersing van de Nederlandse taal is niet voldoende om zich te redden in een vervolgopleiding. Met de intelligentie is vaak niets mis. De VO-raad waarschuwde voor een verloren generatie. Ook bij de PO-raad, het ondersteuningsplatform Lowan, de lerarenopleidingen en de kennisinstituten van de universiteiten bestaan grote zorgen. De kennis over het lesgeven aan nieuwkomers is verouderd of weggezakt. “We vinden opnieuw het wiel uit terwijl er wel degelijk expertise aanwezig is om goede opvang voor elkaar te krijgen”, aldus Maaike Hajer, een van de initiatiefneemsters van de Lectoreninitiatief Professionalisering Taalonderwijs Vluchtelingenkinderen van de Nederlandse lerarenopleidingen. “Die kennis is nog wel aanwezig bij een groep oudgedienden die betrokken waren bij het onderwijs aan nieuwkomers uit jaren negentig maar moet geactualiseerd worden en komt mondjesmaat bij de mensen op de werkvloer terecht.”

Zweedse aanpak
Maaike Hajer is lector aan de Hogeschool Utrecht en hoogleraar taalgericht vakonderwijs in Zweden. Vanaf de jaren tachtig was ze betrokken bij het lesgeven aan leerlingen voor wie Nederlands een tweede taal is. Ze deed onderzoek op het Niels Stensen College, de zwarte school voor voortgezet onderwijs in Utrecht die in 2002 werd opgeheven. Het onderwijs aan nieuwkomers en leerlingen die het Zweeds als tweede taal hebben wordt al sinds de jaren tachtig anders aangepakt dan in Nederland. Zweeds als tweede taal is een apart vak naast Zweeds voor moedertaalsprekers. Leraren krijgen er een aparte driejarige opleiding voor. Bovendien bestaat er recht op les in de moedertaal en studiebegeleiding via die eigen taal. Uitgangspunt is de waarde van tweetaligheid voor kinderen en samenleving. Leerlingen ontwikkelen zich dan in alle vakken beter. Na binnenkomst op school wordt bij alle nieuwkomerskinderen aan de hand van de moedertaal in beeld gebracht wat ze aan geletterdheid en kennis van diverse schoolvakken meebrengen. De moedertaalleerkrachten hebben daarbij vanwege hun eigen migratieachtergrond een belangrijke rol als cultuurbemiddelaar tussen leerlingen, ouders en leraren in de school. Deze structurele ondersteuning geldt niet alleen voor vluchtelingen en nieuwkomers maar ook voor leerlingen die meertalig zijn. De komst van de gigantische aantallen vluchtelingen vorig jaar betekende daardoor in Zweden geen nieuw beleid maar intensivering van het bestaande beleid. Er moesten domweg veel meer leraren Zweeds als tweede taal beschikbaar komen en dat werd vanuit Stockholm aangestuurd.
Op het MCO in Amsterdam constateren ze dat veel lesmateriaal is verouderd. De methode Zebra gaat over dansles, een telefooncel en de gulden. De methode is begin 2002 ontwikkeld door het ITTA, het kennisinstituut taalontwikkeling van de Universiteit van Amsterdam met subsidie van het ministerie van onderwijs. Een vernieuwde uitgave is de verantwoordelijkheid van de uitgever maar financieel niet haalbaar. De leerlingen werken zich trouw door de methode heen. Ze communiceren met de docente door woorden te vertalen op hun mobiel en maken voor elkaar een digitale quiz op het smartboard. In een andere klas houden jongere leerlingen van twaalf tot veertien jaar met vallen en opstaan de eerste spreekbeurten.

Bedreigd
Anders dan het Amsterdamse MCO draait asielzoekersschool CBS De Borg in het Groningse Onnen nog maar een kleine twee jaar. Het was de enige school in de omgeving die het onderwijs wilde aanbieden. Geen van de docenten had ervaring met het lesgeven aan kinderen met een niet Nederlandse achtergrond. Directeur Kees Bouma: “We hebben ons met vallen en opstaan het lesgeven eigen gemaakt. Nu is bijna iedereen op cursus geweest en zijn we redelijk bijgespijkerd. Maar dat is een flinke inspanning geweest.”
Intussen wordt de asielzoekersschool in Onnen alweer met opheffing bedreigd omdat de asielzoekers mogelijk komende zomer naar een andere centrum verhuizen. “Ik heb me vastgelegd met contracten met het personeel”, zegt Bouma. “Ik zit over een jaar met een financiële strop die ik als eenpitter moeilijk kan dragen. Ik kan de collega’s niet onderbrengen bij andere scholen. Bestuurder Ferd Stouten van de Montessori Scholengroep loopt op het MCO tegen hetzelfde aan: ”Ik leg mij in contracten vast met leerkrachten maar weet niet hoe lang het duurt.”
Docenten vinden is bij het MCO geen groot probleem: er staan veel docenten voor de klas met een NT2-achtergrond in het onderwijs in de Nederlandse taal aan volwassenen. Vijftien zijn oudgedienden. Daar zijn tien nieuwe leerkrachten bij aangenomen. Vier van deze tien zijn gebleven. Albert Stavast: “Sommige van hen ontberen weer de pedagogische kracht die je nodig hebt op een school voor voorgezet onderwijs en de kennis van de andere schoolvakken.”

Cursussen
Er bestaat geen reguliere opleiding voor leerkrachten die les willen geven aan anderstalige kinderen. Wel een oerwoud van korte cursussen, online cursussen en post-hbo cursussen. Rijp en groen door elkaar. De eenjarige post-hbo cursussen hebben een wachtlijst van twee jaar. Voor al deze cursussen kan geen lerarenbeurs worden aangevraagd want het zijn geen reguliere masteropleidingen. De cursussen moeten door de scholen of de leerkrachten zelf worden betaald. Een doorn in het oog van de lectorengroep. Maaike Hajer: “Leren lesgeven aan kinderen die het Nederlands nog niet machtig zijn vraagt veel meer dan een enkele cursus.” De groep lectoren pleit dan ook voor aandacht voor NT2 in de reguliere opleidingen. Hajer: “Het is eigenlijk van de zotten dat het onderwerp meertaligheid nog nauwelijks in het curriculum van lerarenopleidingen en pabo’s zit. We hebben in tegenstelling tot bijvoorbeeld Zweden nooit een volgende stap gemaakt: accepteren dat meertaligheid een gegeven is en blijft. Daar hoort doordacht taalbeleid bij. In iedere Nederlandse klas zitten kinderen voor wie Nederlands niet de eerste en enige taal is. Maar wij blijven dat als een probleem en een uitzondering benaderen. Je kan die verantwoordelijkheid niet bij de opvang in het eerste jaar leggen. Daarna komen kinderen op reguliere scholen en daar is de kennis hoe om te gaan met meertaligheid vaak niet aanwezig. Terwijl ze daar verder moeten met ontwikkelen van het Nederlands als schooltaal waarmee je leert in alle vakken. Er moet weer een landelijk netwerk komen en een visie op hoe we daar als lerarenopleidingen en pabo’s mee omgaan.” Ook pleit de lectorengroep voor een masteropleiding NT2. “Verbijsterend dat we die nog niet hebben.” Dit schooljaar zijn Hogeschool Windesheim in Zwolle en Hogeschool Utrecht begonnen met een leerroute Expert in Nieuwkomers binnen de master SEN. Aan de Universiteit van Amsterdam bestaat een duale master expert NT2, maar beide zijn geen lerarenopleiding.

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.