• blad nr 14
  • 17-9-2016
  • auteur M. van Nieuwstadt 
  • Redactioneel

Leraren enthousiast over Amerikaanse lesaanpak 

High fives en bliksembeurten

Teach Like a Champion, dat klinkt erg Amerikaans. Toch zijn veel Nederlandse leerkrachten enthousiast over deze aanpak. De vertaling van de tweede editie van het boek verscheen deze zomer.

Elke leerkracht kent ze: abstracte en ambitieuze doelstellingen voor goed onderwijs. Hoge eisen stellen aan leerlingen. Kinderen werkelijk ‘zien’. Als beginnend leerkracht raakte de Amerikaan Doug Lemov geïnspireerd door dit soort mooie woorden, maar algauw rees de vraag: Hoe pak ik dat dan aan? In het praktijkboek Teach Like a Champion 2.0 beantwoordt Lemov die vraag. In het boek komen 62 technieken aan bod die door hem bewonderde leerkrachten toepassen in de klas.
Lidy Peters werkte in het afgelopen jaar als intern begeleider op de Violenschool in Hilversum samen met Wendy Bakker (de juf op de foto). Twee jaar geleden las Peters de eerste versie van het boek en ze ging er als leerkracht meteen mee aan de slag. “Ik weet het nog goed. Bij mij in de groep zat een heel verlegen kleuter die altijd antwoordde ‘Ik weet het niet’. Bij haar heb ik de techniek ‘Weet niet, geldt niet’ toegepast.”
‘Weet niet, geldt niet’ betekent dat leerlingen niet wegkomen met het antwoord ‘Ik weet het niet’. Peters: “Nadat een ander kind het goede antwoord heeft gegeven, kom je bij de eerste leerling terug. ‘Heb je het gehoord’, vraag je dan. ‘Weet jij het nu ook?’ Bij dit meisje werkte het fantastisch. Toen ze eenmaal doorhad dat ik geen genoegen nam met ‘Ik weet het niet’, nam haar betrokkenheid bij de les enorm toe.”
Op het Wolfert Lyceum in Bergschenhoek gebruikt ook biologiedocent Frans Droog graag ‘Weet niet, geldt niet’. “Soms moet een leerling het antwoord van een klasgenoot direct daarna reproduceren. Je kunt er ook mee wachten tot aan het einde van de les.”

Drillen
Niet elke leerkracht zal direct gecharmeerd zijn van de manier waarop Doug McCurry, leerkracht op een basisschool in New Haven in de Amerikaanse staat Connecticut, zijn klas drilt bij het uitdelen van blaadjes. Op een voorbeeldfilmpje dat hoort bij het boek, geeft McCurry een leerling voorin de klas een stapeltje van vier blaadjes. Het joch neemt een blaadje voor zichzelf en geeft het stapeltje snel door. De daaropvolgende leerlingen doen hetzelfde. Twaalf seconden? Dat gaat McCurry niet snel genoeg. Tien seconden? Dat begint erop te lijken.
‘Sceptici vinden het vernederend om dit soort banale taken te oefenen’, schrijft Doug Lemov. ‘Zij vinden dat studenten worden behandeld als robots.’ Als antwoord op die kritiek rekent Lemov voor dat het vlot uitdelen van lesmateriaal dagelijks twintig minuten tijd bespaart, opgeteld bijna acht lesdagen per jaar.
Toen de auteur van dit stuk zelf voor de klas stond, was hij wel geholpen met de technieken van Lemov. In groep 5 hield hij tijdens de wisselmomenten van de ene naar de andere les met een stopwatch ‘recordtijden’ bij. Bliksembeurten, het verdelen van beurten aan willekeurige leerlingen (en niet aan degene die zijn vinger opsteekt), hielp om alle kinderen bij de les te houden.

Begintaak
Op basisschool de Paradijsvogel in Vogelenzang heeft Teach Like a Champion geholpen om leerlingen beter bij de les te betrekken, vertelt Bianca Bogaard, juf in groep 8. Twee jaar geleden zaten leerlingen vaker verveeld in de klas of wisten ze niet waar de leerkracht in het boek was gebleven als ze een beurt kregen.
Ook dit jaar heeft Bogaard “een klas die de ruimte die je ze geeft, direct pakt”. Om de rust te waarborgen werkt ze graag met een begintaak. “Het is een taak die je leerlingen opgeeft bij het binnenkomen in de klas. Je kunt hem op het bord schrijven zodat leerlingen bij binnenkomst direct weten wat ze moeten doen. Het kan ook een raadsel zijn of een werkblad. Als ik geen begintaak opgeef, bemerk ik direct een enorme onrust in de klas.”
De regel van 100 procent is een voorbeeld van een praktische techniek die helpt om een abstracte onderwijsdoelstelling te concretiseren: het stellen van hoge eisen. Het betekent dat een leerkracht eist dat 100 procent van de leerlingen 100 procent van de tijd meedoet, voor de volle 100 procent. Het klinkt streng, maar Peters weet uit ervaring hoe nuttig deze techniek is. “Ik heb de techniek toegepast in een groep 4 waar heel veel ruis was. 100 procent betekent dat je als leerkracht wacht tot iedereen maar dan ook echt iedereen doet wat je van hen vraagt: ‘Leg je potlood op tafel’ of ‘Ik wil graag dat het stil is’. De valkuil is om met je les te beginnen als niet iedereen heeft gedaan wat je hebt gevraagd. Het afdwingen van de 100 procent kan veel tijd kosten, maar op de lange termijn heeft het een geweldig effect.”
Natuurlijk moeten leerkrachten zelf bepalen of technieken passen bij hen, de klas of een situatie. 100 procent stilte is lastig als er in de klas een kind zit met gedragsproblemen, zoals met passend onderwijs meer en meer het geval is. Peters: “Zoiets kun je uitleggen aan de groep: Deze regel geldt voor iedereen, maar niet voor hem.” Andere technieken in het boek zijn wel erg Amerikaans. Als voorbeeld noemt Peters de klassikale yell voor leerlingen die een compliment verdienen. “Dat past niet bij mij en dan zet ik leerlingen liever op een andere manier in het zonnetje.”

Achterstand
Doug Lemov verzamelde zijn technieken door leerkrachten te observeren die goede resultaten behalen met kinderen uit achterstandsmilieus. Tegenwoordig is de Amerikaan directeur van Uncommon Schools, een bestuursorganisatie voor meer dan veertig scholen die leerlingen uit lagere sociaaleconomische milieus voorbereiden op een universitaire studie.
Lemov was afgelopen zomer op bezoek in Nederland om de vertaling van de tweede editie van zijn boek te promoten. De Amerikaanse schoolbestuurder heeft naar eigen zeggen veel bijgeleerd sinds de publicatie van de eerste versie in 2010.
Zorgen dat niet de leerkracht, maar de leerlingen zelf zoveel mogelijk denk- en doe-werk verrichten, is een punt dat in Teach Like a Champion 2.0 nadrukkelijk naar voren komt. In de eerste editie deed Lemov het onderwerp af met één enkele techniek, dat zijn er nu vijftien geworden.
Lemov gebruikt het begrip ratio: het aantal minuten dat leerlingen actief zijn, gedeeld door de tijd dat de leerkracht aan het woord of het werk is. Hoe hoger de ratio, hoe beter de les, is de boodschap.
Bliksembeurten helpen hierbij, want als leerlingen op elk moment een beurt verwachten, moet iedereen continu opletten. Ook het incalculeren van bedenktijd en het klassikaal gelijktijdig beantwoorden van vragen helpt volgens Lemov om de ratio van een les te verhogen.
Biologiedocent Droog onderschrijft het belang van de juiste werkverdeling tussen leerkracht en leerlingen. Waar mogelijk probeert hij zijn uitleg te beperken. “Als de stof zich ertoe leent kun je leerlingen zelf aan de slag zetten met de tekst in het boek”, zegt hij. “Daarbij laat ik graag aan henzelf over of ze opdrachten willen maken of liever een samenvatting van de tekst. Dat is hun eigen verantwoordelijkheid. Alleen als het fout gaat, spreek ik een leerling daarop aan.”

Begrepen?
In de eerste editie van het boek maakte Lemov al duidelijk dat het niet veel zegt als een klas instemmend knikt bij de vraag ‘Hebben jullie het begrepen’. In versie 2.0 gaat hij nog een paar stappen verder. Het vermogen om in te schatten of de uitleg is geland noemt Lemov ‘misschien wel de belangrijkste eigenschap van een uitmuntende leerkracht’.
Wat volgt is een waslijst aan technieken die daarbij helpen.
De vraag ‘Heeft iedereen het begrepen’, hoort daar dus niet bij. Een paar willekeurige leerlingen ondervragen geeft al een reëler beeld. Antwoorden laten opschrijven kan ook, zeker als leerlingen daarvoor een vaste plek in hun schrift gebruiken, zodat de leerkracht dat antwoord tijdens zijn rondje door de klas vlotjes kan controleren.
Biologieleraar Droog gebruikt veelvuldig digitale toetsen om na te gaan of de klas de lesstof begrepen heeft. “Als het duidelijk is voor meer dan driekwart van de leerlingen, dan besteed ik er in de klas niet opnieuw aandacht aan. Is het minder dan een kwart, dan vraag ik iedereen om nog eens klassikaal naar de uitleg te luisteren. Een tussenoplossing is dat ik het opnieuw uitleg, maar tevoren aangeef dat leerlingen daar alleen naar hoeven te luisteren als ze dat willen.”
Peters geeft als voorbeeld dat leerkrachten kaartjes of wisbordjes gebruiken om te bepalen of een onderwerp goed begrepen is. Ze wijst erop dat deze werkwijze net als veel andere van Lemov’s technieken naadloos past in het directe instructiemodel dat meesters en juffen op Nederlandse basisscholen vaak toch al hanteren. Het stellen van duidelijke doelen past daarin. En het ontleden van vaardigheden in stappen.
“Veel dingen die je tegenkomt in het boek, doe je toch al wel”, zegt Bianca Bogaard. “Toch is het goed om er nog eens extra bij stil te staan.” Om het begrip te toetsen gebruikt Bogaard in groep 8 graag de techniek van de ‘afzwaaier’. “Deze week merkte ik dat veel kinderen bij het werkwoordelijk gezegde alleen de persoonsvorm hadden onderstreept. Dan maak ik daar een afzwaaier van: iedereen moet dan bij het naar buitengaan op een briefje schrijven wat het werkwoordelijk gezegde is. Je kunt er ook iets leuks mee doen zoals ‘geef me een high five en noem je lievelingsdier’.

Doug Lemov, Teach Like a Champion 2.0, Uitgever John Wiley & Sons (2014), € 29,31 (via bol.com), ISBN 1118901851

De CED-Groep bewerkte en vertaalde de 62 technieken van Lemov naar de Nederlandse situatie. De bewerkte Nederlandse versie van Teach Like a Champion 2.0 (2016, ISBN 9789058193384) is voor € 39,50 verkrijgbaar in de webwinkel van www.cedgroep.nl

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.