• blad nr 14
  • 17-9-2016
  • auteur W. de Lange, de 
  • Column

 

Jordy en Julia

Jordy zit te zenuwen aan de bar, aan de andere kant van het drukke clublokaal. Laten we hem met rust laten. Misschien is het niet eens leuk voor hem, als ‘de school’ op zijn muziekuitvoering verschijnt. Toch wil ik het zien. Het is per slot van rekening aan mij te danken dat Jordy aan het gitaarspelen is geslagen. Nou, eigenlijk aan Julia.
Jordy is een optelsom van grote mogelijkheden en grote problemen: hij heeft een stevige, liefhebbende vader en een depressieve moeder. Jordy is zelf een loodzwaar geval van troosteten en wordt daarmee gepest. Hij is slim genoeg om zichzelf te kennen en hij heeft thuis ervaring opgedaan. Hij weet dat depressies hem zijn leven lang zullen begeleiden. Hij weet dat hij gevaarlijk is, als hij boos wordt. En boos worden is in Jordy’s geval bijna onvermijdelijk. Hij kan namelijk goed leren, wat op zich al ingewikkeld is in een klas als de zijne. Maar hij kan niet afleren anderen te laten merken dat hij hen stom vindt. Jordy zou op een havo moeten zitten. Maar hij wil kok worden en misschien vindt hij het fijn om ergens de beste te zijn.
Des te knapper dat hij vandaag meespeelt, want de beste zal hij nu niet worden. Hij zit pas twee weken bij de gitaarsectie van de muziekschool. Deze eenzame solist kan voorlopig geen gitaarsolo spelen. Hij mag met een beginnersgroepje op de achtergrond meeklooien, verkleed als een Mexicaanse mariachi-speler, als woeste hardrocker en als Justin Bierber-kloon.
Daar zit hij heen en weer te schommelen van blije angst. Aan aandacht trouwens geen gebrek. Zijn vader en zijn twee tantes en een buurman én zijn opa en oma komen aanzetten. Een hele rij in het zaaltje wordt door het netwerk van Jordy’s vader in beslag genomen. Of Jordy de goede akkoorden speelt, valt niet uit te maken. Maar hij doet het waanzinnig goed als podiumtijger, de gitaar vlak onder een eeuwig stompzinnige Mexicaanse glimlach bij het ene nummer, razend als rocker, gelikt als een voorstedelijk popjongetje. Ik zie een ander mens.
Een paar maanden geleden zag het er somber uit. Jordy vocht met klasgenoten en wist met zijn arrogantie zelfs twee lieve, trouwe vazallen van zich te vervreemden. Hij werd eenzaam en heel bedroefd. Tot Julia zich in de pauzes meldde. Julia zit in een hogere klas. Zij is al even eenzaam en al evenzeer behept met grote mogelijkheden en moeilijkheden. Zij ontdekte dat ze met deze Jordy kon, wat ze verder met niemand op school kan, te weten praten, lachen en van huis naar school fietsen.
Misschien werd Jordy dankzij Julia rustiger. Misschien raakten de jongens in de klas gewoon aan elkaar gewend. Misschien hadden de andere jongens ontzag gekregen voor Jordy’s kracht en woede. Hoe dan ook, de ruzies in de klas vlakten af. En in deze rust ontstond een plan: Julia’s grote troost was altijd al dansen en zingen; dat Jordy met een gitaar overweg kon, werd zonneklaar in het schoolmuziekproject. “Julia, sleep hem mee, naar die muziekschool!” Het duurde even, maar ze kreeg het voor elkaar. Dingen lukken vaak niet. Maar deze keer mooi wel.

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.