• blad nr 14
  • 17-9-2016
  • auteur R. Voorwinden 
  • Redactioneel

 

Een individuele band met elke leerling

Universitair hoofddocent Helma Koomen van de Universiteit van Amsterdam doet al jaren onderzoek naar de persoonlijke relatie tussen leraren en leerlingen. En grijpt zo nodig in met coaching.

Tekst Rob Voorwinden Beeld Fred van Diem

Een goede band met je leerlingen is heel belangrijk. Dat weet toch elke leraar?
“Natuurlijk. Maar toch handelen we er vaak niet naar.”

Want?
“We zijn in het onderwijs vooral getraind om het begrip ‘relatie’ uit te leggen als een relatie met de hele klas. En je kunt een heel sterke en leuke leraar zijn en een heel goede band met je klas hebben, maar toch met een paar individuele leerlingen geen goed contact hebben. En met die leerlingen mis je dan de boot.”

Maar je kunt als leraar toch geen individuele band hebben met al je dertig leerlingen?
“Daar zou je in elk geval naar moeten streven. En in het basisonderwijs, waar je als leraar een vaste groep hebt die je elke dag ziet, is dat ook zeker niet onmogelijk.”

Want dat heeft u onderzocht?
“We doen met onze vakgroep heel veel onderzoek naar de relatie tussen leerkrachten en leerlingen. Dan selecteren we bijvoorbeeld in één klas enkele leerlingen met heel verschillend gedrag, verschillende achtergronden en een verschillend niveau van schoolse vaardigheden. En dan onderzoeken we welke relatie die leerlingen met hun leraar hebben.
Wat je vaak ziet, is dat leerlingen met gedragsproblemen en leerlingen uit lagere sociaaleconomische milieus een ongunstigere relatie hebben met hun leraar, bijvoorbeeld minder warm en open of conflictueus.”

En dat is erg?
“Absoluut. Want de relatie met hun leraar is juist voor die kinderen van grote invloed op hun ontwikkeling. Ze worden dus dubbel gepakt: ze hebben meer kans op een slechte relatie met de leraar en die slechte relatie heeft voor hen grotere gevolgen.”

Hoe meet u of een relatie positief of negatief is?
“In het internationale onderzoek wordt hiervoor de Student Teacher Relationship Scale gebruikt. Dat is een vragenlijst die de leraar invult. Hoe gedraagt een leerling zich volgens de leraar, hoe denkt de leraar dat de leerling zich voelt? Die vragenlijst heb ik samen met een Vlaamse collega vertaald naar de Leerling Leerkracht Relatie Vragenlijst. Als een leraar volgens die lijst bijvoorbeeld heel hoog scoort op ‘conflict’ en laag op ‘nabijheid’, dan is hij misschien wel helemaal klaar met een leerling.”

En wat dan?
“Je ziet dat het invullen van de lijst leerkrachten vaak al aan het denken zet. Ze schrikken soms zelf hoe hoog ze met een bepaalde leerling scoren op ‘conflict’. En dan ontstaat vaak de bereidheid om de relatie met de leerling te verbeteren. Want vergeet niet: veel leraren hebben dit beroep ook gekozen omdat ze het prettig vinden persoonlijke relaties met anderen aan te gaan. De wil is er dus.”

Wat zouden die leraren dan anders kunnen doen?
“Hun eigen gedrag naar een leerling toe veranderen. Want een slechte relatie met een leerling ontstaat vaak uit een wisselwerking: de leraar en de leerling nemen hun eigen bagage mee. Als een kind thuis alleen aandacht krijgt door overal hard tegenin te gaan, herhaalt hij dat gedrag in de klas. En als de leraar daar dan hard tegen optreedt, ontstaat er een negatieve spiraal.
Leraren staan bij sommige leerlingen ook vaak op scherp: wat zal deze leerling vandaag weer uithalen in de klas? Maar je moet beseffen dat die leerling met zijn vervelende gedrag een behoefte laat zien, de behoefte om gehoord te worden. Je moet professioneel reageren.”

Oei. Dus leraren die een slechte relatie hebben met een leerling, zijn niet professioneel?
“Dat zeg ik niet: een heleboel leraren doen dit van nature goed. Maar voor leraren die dit nog niet in de vingers hebben, heb ik samen met mijn collega Jantine Split een interventie ontwikkeld: de Leerkracht-Leerling Interactie Coaching, afgekort LLInC. Die wordt op dit moment in de onderwijspraktijk ingevoerd in samenwerking met Bureau Mind.
Bij de LLInC-aanpak starten we met interviews met leerkrachten over individuele leerlingen. We vragen naar concrete gebeurtenissen. Als een leerling de afgelopen week door wangedrag de les verstoorde, wat gebeurde er dan precies? En wat ging er aan vooraf? En wat ging er deze week dan wel goed met de leerling? Vaak krijgen leraren dan zelf al ideeën over hoe het anders kan.”

Werkt dat ook in het voortgezet onderwijs, waar leraren en leerlingen elkaar minder vaak zien?
“De relatie tussen leraren en leerlingen in het voortgezet onderwijs lijkt zelfs nog belangrijker dan in het basisonderwijs. Dat hadden we niet verwacht. Ik dacht: hoe ouder de leerling, hoe belangrijker de leeftijdsgenoten voor hem worden en hoe minder de leerkracht ertoe doet.
Maar we vonden het tegendeel: in het voortgezet onderwijs is de relatie met de leerkracht juist heel belangrijk voor een leerling. Waarschijnlijk omdat de motivatie voor school minder wordt. Als je een leerling dan toch kunt motiveren, maak je voor hem echt het verschil.”

Dat lijkt me wel lastig, als je een leerling maar een paar uur per week ziet.
“Zeker. Maar het opbouwen van een relatie hoeft niet ingewikkeld te zijn. Het begint met zoiets simpels als de namen van je leerlingen kennen.”

Serieus? Zijn er echt leerkrachten die hun leerlingen niet bij naam kennen?
“Dat merk ik in de praktijk wel ja. Zeker bij leerlingen die door de mazen van het onderwijsnet dreigen te glippen, zou je als leerkracht wat meer kunnen investeren in een persoonlijke relatie. En dat begint bij het kennen van zijn naam.”

Logisch eigenlijk.
“Ja, de boodschap is zo logisch als wat. Het oude gezegde luidt niet voor niets: zonder relatie geen prestatie. We moeten er alleen wat meer naar gaan handelen.”

{fotobijschrift}
@B1:Onderwijskundige Helma Koomen: “Leerlingen uit lagere sociaaleconomische milieus hebben meer kans op een slechte relatie met de leraar, en die slechte relatie heeft voor hen grotere gevolgen.”

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.