• blad nr 13
  • 3-9-2016
  • auteur L. Douma 
  • Redactioneel

 

Leraar maakt een spelfout

Een dt-fout in een rapport. Een verkeerd gecorrigeerde opdracht. Als je de ouderfora op internet mag geloven, maken leraren geregeld spelfouten. Ouders spreken er schande van.

Op een rapport doet een leraar uit de doeken dat de spelling van een leerling wel beter kan. ‘Het was allemaal ook wat veel van je gevraagt’, noteert hij zalvend. Een andere leerkracht schrijft bij een foutief gemaakte invuloefening: ‘Oei dit vindt je moeilijk.’
Het zijn voorbeelden die zijn gevonden op internet. Google op ‘leraar maakt een spelfout’ en je wordt bedolven onder de berichten van ouders die leraren erop betrappen. Vaak zijn ze boos. Soms vragen ouders zich af hoe de spelfout bespreekbaar te maken. Andere keren zetten ze de leraar van hun kind ronduit te kakken.

‘Laatst stond op de website van onze school een verzoek om taal- en spelfouten op de website, in nieuwsbrieven, of in rapporten door te geven aan de leerkracht of de directie’, schrijft een deelnemer van het forum op Ouders Online. ‘Waarschijnlijk miste nog de toevoeging voordat u het met alle ouders hebt gedeeld ;-)’.

Vooropgesteld: de leraar zou correct Nederlands moeten schrijven. Maar wat is dat, die behoefte om frustraties over leraren zo het wereldwijde web op te slingeren? “Mensen richten makkelijk imagoschade op internet aan”, weet Paul van Lange, hoogleraar sociale psychologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. “Waar ze vroeger misschien uit frustratie hun hond een schop gaven, zetten sommige mensen nu hatelijke dingen op Facebook. Ze gedragen zich op internet heel anders dan ze face to face zouden doen.” Daar komt bij dat het misschien nog leuker is specifiek een leraar voor schut te zetten, dan zomaar iemand. Van Lange: “Ik heb onderzoek gedaan naar vergeving. In de collegezaal vroeg ik of er studenten waren die moeite hadden met vergeving. Het was opvallend hoe vaak studenten hun leraar van de basis- of middelbare school niet kunnen vergeven. Leerlingen hebben zich destijds niet kunnen ontworstelen aan de hiërarchische relatie waarin ze met hun leraar zaten en dat leidt soms tot verborgen wrok. Wanneer in hun latere leven de leraar van hun kind een fout maakt, krijgen zij eindelijk de kans daaraan uiting te geven.”

Mensen vinden het ook prettig fouten bij leraren te ontdekken, omdat dit een positief effect heeft op hun eigenwaarde. “Dat noemen we illusoire superioriteit”, doceert Van Lange. “We zien de fouten van een ander veel beter dan die van onszelf. Wanneer een docent een spelfout maakt, is dat voor een ouder het bewijs dat hij beter is dan die docent, hij zou die fout immers niet maken. Zo fungeert de spelfout van een leraar als zelfbevestiging voor de ouder, de fout voedt de eigenwaarde.”

Corrigeren
“Ik vind dat je je als docent moet realiseren dat je nou eenmaal onder de loep ligt”, zegt Fleur Geenen, werkzaam op de Fontys Pabo in Tilburg en tot voor kort leraar in het voortgezet onderwijs. “Net als een politicus zijn declaraties op orde moet hebben, moet de docent zijn spelling op orde hebben.”

Geenen is de drijvende kracht achter de website Spellingjuf waar ze digitale leerstof over werkwoordspelling aanreikt. “Ik vind dat je jezelf als docent niet serieus kunt nemen als je niet goed spelt. Je wilt dat je leerlingen een spellinggeweten ontwikkelen, dat ze een diepgaand verlangen krijgen correct Nederlands te spellen. Door zelf correct te spellen laat je als leraar zien dat je voor kwaliteit gaat en dat je je leerlingen serieus neemt, het is een vorm van respect.”

“Leraren moeten natuurlijk het goede voorbeeld geven”, beaamt sociaal psycholoog Van Lange. “Als ze dat niet doen, overschrijden ze een ongeschreven maar duidelijke norm.”

Een fotootje op internet plaatsen, is volgens Geenen echter niet de manier om die grensoverschrijding tegen te gaan. “Ik vind het zuur als een ouder een spelfout van de leraar op Facebook zet, zonder het gesprek met die leraar aan te gaan. Je kunt de leraar ook een respectvol berichtje sturen. Daar leert hij ook van. Ik werd zelf een tijd geleden gewezen op het feit dat ik ‘bij deze’ schreef, in plaats van ‘bij dezen’. Ik realiseerde me dat ik dat al jaren fout deed. Dat vond ik jammer, ik had liever gehad dat iemand mij eerder op mijn fout gewezen had. Het is goed een cultuur te hebben waarin je elkaar respectvol corrigeert.”

{kader 1}
Wie het druk heeft maakt fouten
Zelfs de meest gedreven docent maakt wel eens een foutje. Dat ligt niet per se aan zijn taalbeheersing. Volgens onderzoek van hoogleraar Dominiek Sandra van de Universiteit van Antwerpen hebben mensen het meest moeite met woorden die hetzelfde klinken, maar op een andere manier geschreven worden. Om zulke woorden correct te spellen doen we een beroep op het werkgeheugen. En dat geheugen komt onder druk te staan als er veel moet gebeuren in weinig tijd. Dit wordt homofoondominantie genoemd. ‘Betaalt’ en ‘betaald’ bijvoorbeeld zijn woorden die hetzelfde klinken. Maar ‘betaald’ is de meest voorkomende vorm, die vorm is dominant. Zelfs als de niet-dominante vorm juist is, neigen mensen naar de dominante vorm met fouten als ‘hij betaald’ tot gevolg. Leraren onder tijdsdruk hebben net als ieder ander ook wel eens last van die homofoondominantie.

{kader 2}
Ook het Onderwijsblad gaat soms de mist in
Helaas. Ook in het Onderwijsblad glipt er wel eens tikfout door de eindredactie heen. Of erger: een vette dt-fout. Nergens ontvangt het Onderwijsblad meer brieven over dan over een spelfout in het blad. Volgens hoogleraar sociale psychologie Paul van Lange komt dat doordat een spelfout in het Onderwijsblad bijna wordt ervaren als een aanval op de eigen status. “Het onderwijs heeft een zeker aanzien. Als leraar wil je dat aanzien behouden. Een fout in je eigen blad is een ondermijning van die status.” En dus worden lezers terecht boos en verdrietig als er fouten in het Onderwijsblad staan. Dusdanig dat ze soms in de pen kruipen. Dat deed oud-kleuterjuf Carla Hopman dit voorjaar toen er een dt-fout stond in een advertentie. ‘Regel 6: “Dat betekend...” Hahahaha’, mailde ze. Hopman begon haar mail echter met: ‘Wat schertst mijn verbazing’. Het Onderwijsblad wees haar op haar eigen fout en vroeg haar mee te werken aan dit artikel. Ze reageerde sportief en mailde terug: ‘Voor alle zekerheid heb ik de spellingscontrole over dit bericht gehaald: hahaha...’
Later vertelt ze: “Ik kan er best tegen als ik op een fout gewezen word. Ik vind het ook belangrijk dat je op school onderling open over fouten praat.” Ze doet het zelf ook, mensen wijzen op hun fouten, getuige de mail aan het Onderwijsblad. En ze is niet de enige. Het is ook een beetje leraar-eigen. “Aan het begin van mijn carrière had ik sterk de neiging bijvoorbeeld mijn man te corrigeren als hij iets zei dat niet klopte”, bekent Hopman. “Tot hij op een gegeven moment zei: Je bent hier niet op school, thuis ben je niet de juf. Sindsdien kan ik mijn commentaar inslikken. Maar wanneer mensen dingen zeggen of schrijven die niet kloppen, registreren mijn hersenen dat wel. Het zit onder de schedel van de leraar.”

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.