• blad nr 13
  • 3-9-2016
  • auteur R. Sikkes 
  • Redactioneel

 

Sander Dekker wil een krachtige beroepsgroep: 'We hebben hinderlijke regeltjes afgeschaft'

Zijn Haagse collega’s zijn opgelucht dat amateurwielrenner Sander Dekker na de vakantie mitella-loos door de gangen wandelt. De staatssecretaris blikt terug op zijn bewindsperiode en gaat energiek het nieuwe schooljaar in.

Leraren, Sander Dekker (41) heeft ze in alle soorten en maten voorbij zien komen de afgelopen vier jaar. Eén van zijn doelen: de leerkracht of docent ‘weer het gevoel geven dat zijn vak van hem is’. Vaak in het gesprek benadrukt hij dat hij een ‘krachtige beroepsgroep’ wil, dat daar ‘een hele opgave’ ligt en dat hij daar in zijn laatste jaar als staatssecretaris nog een ‘boost’ aan wil geven. Ja, hij is blij dat straks de rol van de leraar duidelijker in de wet wordt beschreven en dat het lerarenregister er aan komt. Maar het kan beter. In die context begint hij zelf over de plannen voor Onderwijs2032. “Ik merk het ook bij de discussies op het gebied van het curriculum: hoe zorgen we ervoor dat leerkrachten daar zelf een rol in krijgen?”

Als u het zo belangrijk vindt dat de leraar eigenaar is van zijn vak, waarom heeft u de beroepsgroep dan een advies voorgelegd dat in grote lijnen al is ingevuld?
“Het is de eerste keer dat we het totale curriculum herzien in decennia, dus lag de vraag op tafel: wat zijn de hoofdthema’s die aan de orde moeten komen? Ik vind het curriculum zo belangrijk dat ook ouders, bedrijfsleven, vervolgonderwijs en wetenschappers mogen aangeven wat zij belangrijk vinden. Ik denk dat we in de volgende fase de vakmensen, de leraren, nodig hebben om handen en voeten aan het eindadvies te geven.”
Het onderwerp kwam destijds vrij onverwachts op de agenda. Jeroen Dijsselbloem noemde het in 2008 wel in zijn rapport over onderwijsvernieuwingen, maar een herziening stond niet in het regeerakkoord en ook niet in de partijprogramma’s van de VVD of de PvdA. Dekker: “Het was niet het eerste waar ik mee binnenkwam, maar het werd me gaandeweg steeds duidelijker dat we hier werk van moesten maken. Het toevoegen van kerndoelen is in Nederland enorm incidentgedreven geweest. Dikke kinderen? Bewegingsonderwijs er in. Slecht eten? Voedingsleer er in. Milieu? Ja, onderwijs moet ook aandacht geven aan duurzaamheid. Als ik met onderwijspersoneel sprak, kreeg ik te horen: ons bordje is wel een keer vol.” Tijdens een studiereis in Canada in 2014 zag Dekker hoe het anders kon. “Wiskundedocenten uit het hele land vliegen daar elk jaar voor hun zomervakantie naar één plek om te discussiëren over hun vak: wat vinden we belangrijk, wat willen we behouden en waar kan het beter? Dat vond ik heel krachtig. Ik dacht: Dit zijn verdorie de experts zelf die nadenken over hoe ze hun vak vooruit kunnen helpen.”

Doen Nederlandse leraren dat niet ook, bijvoorbeeld tijdens de Panama-conferentie voor wiskunde?
“Ik weet niet of dat zich door vertaalt in het curriculum. In Nederland zijn het vooral de grote educatieve uitgeverijen die bepalen wat voor lessen kinderen in de klas krijgen.”

Hoe zit het met de Stichting Leerplanontwikkeling? Zij adviseerde u al in 2014 over nieuwe basisvaardigheden in een nieuw curriculum.


“Hand in eigen boezem, SLO is een organisatie waar wij nauw mee samenwerken en die veel subsidie krijgt. Ik vind dat zij veel meer in interactie kan doen met leerkrachten.”

Arjen Lubach veegde in februari 2016 in zijn programma ‘Zondag met Lubach’ de vloer aan met de open deuren in het 2032-eindadvies.
Kon u daar wel een beetje om lachen?
“Natuurlijk. Ik vind Lubach sowieso erg leuk. Maar ik heb ook gezegd: Laten we alsjeblieft uitkijken dat we het kind niet met het badwater weggooien. Naast misschien een of twee cliché-zinnen, staan er ook hele nuttige dingen in het rapport.”

Achterstanden
Eind 2012, Dekker is dan twee jaar in functie, zegt hij in Vrij Nederland: ‘Ik vind de onderkant van de samenleving te belangrijk om aan links over te laten.’ Maar waar bleef het rechtse plan? Tijdens het eerste kabinet-Rutte is 100 miljoen bezuinigd op onderwijsachterstanden. Tijdens Rutte II kwam daar nog eens 100 miljoen bij.
“Nu ga ik even streng zijn. Afgelopen vier jaar is in het voortgezet onderwijs geen euro minder naar achterstandenbeleid gegaan. Ook in het primair onderwijs is op geen enkele gewichten-leerling bezuinigd.”
Het is inmiddels acht jaar geleden dat de gewichtenregeling is aangepast. Destijds waren er meer criteria. Nu telt alleen nog het opleidingsniveau van de ouders. Daardoor komen minder kinderen voor extra ondersteuningsmiddelen in aanmerking, terwijl scholen zeggen: De problematiek blijft hetzelfde. Vooral in de grote steden gaat het om forse bedragen per school. De wethouders van de G4, de vier grootste steden, stuurden Dekker in november 2015 een brandbrief. Dekker: “Ik ben zelf ook wethouder geweest in een van de vier grote steden, ik weet heel goed hoe je veel lawaai moet maken. Maar als ik reëel ben, maak ik me wat minder zorgen om de grote steden dan om de kleinere gemeenten.”
Los van scholen krijgen ook gemeenten geld om achterstanden te bestrijden. Deze zogenaamde goab-middelen steken ze bijvoorbeeld in de voor- en vroegschoolse educatie. “Grote steden krijgen soms wel twee of drie keer zoveel goab-middelen als een kleine gemeente, terwijl achterstand is achterstand. Of dat nou in de Schilderswijk is of in Goes.”
In tegenstelling tot collega’s die zwaar moesten bezuinigen, had Dekker voor onderwijs extra geld. Deze bedragen kwamen vrij door afspraken in het Nationaal Onderwijsakkoord (NOA) en door inspanningen van een gedoogcoalitie, beiden in 2013. “Bij elkaar opgeteld ging het om enkele honderden miljoenen. Wij hebben ervoor gekozen dat met name te investeren in de professionalisering van leraren.”

In februari dit jaar zegt Dekker in het Financieele Dagblad dat hij ‘onze beste mensen wil verleiden voor het onderwijs te kiezen’.
Hoort daar geen concurrerend salaris bij? Zeker nu lerarentekorten weer oplopen?
“Ik ben blij dat we het afgelopen jaar na een in mijn ogen te lange nullijn een serieuze loonstijging hebben gerealiseerd. Ik hoop dat economisch de wind mee blijft, dat loonontwikkeling de komende jaren mogelijk blijft.”
Voor complexe problematiek, zoals werkdruk en het hoge ziekteverzuim onder onderwijspersoneel, zette het bedrag dat hij beschikbaar had geen zoden aan de dijk, aldus Dekker. “Ik denk dat daar geen eenvoudige oplossingen voor zijn. Tenzij iemand een geldmachine heeft gevonden en we er een paar miljard bij kunnen drukken. Het moet uit de lengte of de breedte komen. Als je zegt: Laat iedereen maar 25 procent minder lesgeven. Wat zijn daarvan dan de consequenties? Gaan we de klassen 25 procent groter maken? Moet er 25 procent meer geld naar het onderwijs? Moeten kinderen 25 procent minder les krijgen? Dat vind ik nog wel een ingewikkelde.”

Succes
Laatste citaat, uit het vakblad Binnenlands Bestuur in 2011. Dekker is dan nog wethouder Jeugd, Onderwijs en Sport in Den Haag. ‘Ik denk dat een wethouderschap in een grote stad leuker is dan een post ergens op een ministerie. Je kunt als minister of staatssecretaris wel een wet maken, maar dat is vaak een pak papier waarvan de effecten lang op zich laten wachten. Ik vind het heerlijk om tussen de mensen te staan en snel resultaten te boeken.’

Vanuit de voorkeur voor snel resultaten boeken: wat ziet u als uw grootste succes van de afgelopen vier jaar?
“Al aan het begin van de kabinetsperiode hebben we het punt gemaakt dat onderwijs hier en daar wel een tikkeltje uitdagender mag. Daar hebben we extra geld voor uitgetrokken, bijvoorbeeld voor plusklassen in het basisonderwijs. Ook hebben we hinderlijke regeltjes afgeschaft. Je kunt nu al eerder in bepaalde vakken examen doen, of met een klasje het vwo in vijf in plaats van in zes jaar afronden. Dit zijn allerlei manieren om scholen meer ruimte te geven voor maatwerk. Dat vind ik hartstikke mooi.”

En uw grootste teleurstelling?
Het blijft even stil. “Dat we er niet in geslaagd zijn, en ik er ook niet in geslaagd ben, om meer eensgezindheid te krijgen in het onderwijs. De discussie rond het Nationaal Onderwijsakkoord werd een hele taaie. Terwijl er aanvankelijk juist een positieve vibe was. Kijk, ik ben heel blij dat die bapo (seniorenregeling, red.) is afgeschaft, maar doordat het zo prominent in het regeerakkoord stond, was er direct veel sacherijn bij de vakbonden. Zo van: waar bemoeit het kabinet zich mee. We hadden gewoon binnen twee maanden een NOA moeten hebben, in plaats van een jaar onderhandelen in kamertjes. Sneller een akkoord betekent sneller overgaan tot datgene waar mensen in het onderwijs echt iets van merken.”

{kader}
Vier keer Dekker
1. Jeugd: nadat twee keer in het ouderlijk huis wordt ingebroken, verhuist Sander Dekker begin jaren tachtig van de Haagsche achterstandswijk Transvaal naar Zoetermeer. Daar gaat hij naar de basisschool en vervolgens naar het vwo. Hij verhuist terug naar de hofstad voor zijn studie bestuurskunde.
2. Hobby: wielrennen. In 2015 rijdt hij de volledige Tour de France een dag voor de profs op zijn Cervélo R5. Twee keer maakt hij een harde smak. In 2013 moet hij het een tijdje zonder armen stellen vanwege botbreuken in de beide ledematen en in 2015 breekt de staatssecretaris zijn heup.
3. Liefde: woont samen met vriendin Marieke tevens fervent wielrenner in Scheveningen.
4. Werk: voor de gemeente Den Haag is hij van 2006 tot 2010 wethouder Jeugd, Onderwijs en Sport en van 2010 tot 2012 wethouder Financiën en Stadsbeheer. In 2012 wordt hij in kabinet-Rutte II als staatssecretaris verantwoordelijk voor het primair en voortgezet onderwijs en voor de publieke omroep.

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.