• blad nr 9
  • 6-5-2000
  • auteur T. van Haperen 
  • Column

 

Hard rain

De minister beklimt het spreekgestoelte.De zaal is gevuld met lerarenopleiders die wachten op wat de grote roerganger te melden heeft. In kranten hebben ze gelezen over plannen ter bestrijding van het lerarentekort. Commerciële uitzendbureaus krijgen de gelegenheid om hun personeelsbestand in sneltreinvaart bevoegd voor de klas te krijgen. Lerarenopleidingen moeten nieuwe trajecten ontwikkelen om in hoog tempo mensen, die uit zichzelf nooit voor het onderwijs gekozen hebben, alsnog over de streep te trekken. De kok met een voorliefde voor oude gerechten doet geschiedenis en de groenteboer die handig is met getallen gaat wiskunde geven. Na een soort keuring mogen ze voor de klas in een combinatie van werken en leren. De vakdidactici hebben slapeloze nachten van het nieuwe-economiedenken waarin snelheid gelijk staat aan succes en ambachtelijkheid aan anachronisme. Ze zien het al voor zich; huilverhalen over getreiter overdag, opleiding in de avonduren, wegwerken van vakinhoudelijke achterstanden en dat in drie maanden. Zij hopen dat de minister van onderwijs de wallen onder de ogen wegmasseert. Dat doet hij echter niet, in tegendeel zelfs, al hun bange vermoedens spreekt hij uit als vaststaande feiten. This is the only way outŠ in alle lagen van samenleving bestaat belangstelling voor het leraarschap, de aanmeldingen zijn enorm. Daarmee is het probleem de wereld uit. Maar dan is het verhaaltje nog niet af, de minister zet nog een keer aan. Hij is boos. Het water staat hen aan de lippen en hij begrijpt het nietŠ die looneis! Of er geen andere zaken zijn die prioriteit verdienen! In de zaal kijken mensen elkaar aan, snappen niet waar die man het over heeft. Hij praat nog even door en ineens is het afgelopen, een slap fatsoensapplaus volgt, de gig zit erop.

De minister brengt vaker dit soort bezoekjes, maar trekt weinig aandacht. Hoe hard hij ook zijn best doet, hij blijft the invisable man en haalt enkel de krant met een stiekem verzoek aan partijgenoten om zijn staatssecretaris te ontzien. Een beetje rancuneus, want zij is alles wat hij niet is, zichtbaar. Zij verschijnt in Buitenhof, haar beleidsvoorstellen worden door journalisten opgepikt en ze praat in een zaal naar aanleiding van een VPRO-serie over allochtonen in het beroepsonderwijs. Hoewel ze gewend is aan aandacht heeft ook zij het in de directe confrontatie met publiek moeilijk.

De uitleg dat nieuwe leerwegen het antwoord zijn op de slechte status van het beroepsonderwijs wordt niet geloofd. De lotsbestemming wordt nog steeds in groep acht bepaald, waarna matige tot goede leerlingen uit een in variëteit toenemend aantal brugklassen kunnen kiezen, de rest gaat naar het vboŠ where black is the color, where none is the number.. Het door de basisvorming beloofde uitstel van schoolkeuze en verheffing van alle kinderen tot een hoger gemeenschappelijk niveau bestaan niet. Maatregelen van de staatssecretaris zijn hier ook niet op gericht en lijken op capitulatie. Zij creëert ontsnappingsroutes aan de onderkant. Het vmbo krijgt ruimte om te sjoemelen met exameneisen. Als het programma te moeilijk is voor de leerlingenpopulatie mogen onderdelen worden genegeerd. Verlagen van leerplicht door leer-werktrajecten vanaf veertien jaar stemt evenmin tot vrolijkheid. De onderwijssector staat onder druk en grijpt elke mogelijkheid aan om het afschuifmechanisme in werking te stellen. De havo-leerling die in het studiehuis een jaartje niet meekan wordt getypeerd als niet zelfstandig en kan vertrekken. Een vernietigende manier van denken die kansarme veertienjarigen, die de basisvormingskerndoelen op geen stukken na bereikt hebben, aan het werk zet. Daar ontdekken deze kinderen dat vakken vullen in een supermarkt nog minder perspectief biedt dan school en trekken hun conclusie. Ze zijn voor de tweede keer uitgekotst. De staatssecretaris lijkt alle kritiek te negeren en houdt zich overeind met een cocktail van ontkenning en positief denken. De desintegratie gaat ondertussen door.

Adelmund en Hermans lijken op beginnende leraren met ordeproblemen. Ze vertellen hun verhaal enkel voor die braverik met de trouwe hondenogen op de eerste bank, daarachter is de aandacht nihil. Na een tijdje populair doen komt de ruziefase. Karin en Loek beoordelen redelijke looneisen als misdadig en vinden ongelovigen van het vmbo-sprookje azijnpissers.
De sfeer in onderwijsland is inmiddels zo verpest dat volgens NRC Handelsblad niet alleen leraren, maar ook ambtenaren Zoetermeer de rug toekeren.
Deze bewindslieden krijgen niemand over de brug. Hun voorgangers lukte dat evenmin, maar die werden enkel beoordeeld op hun begrotingsdiscipline. Nu is er geld, gaat visie tellen en is stilstand achteruitgangŠ it¹s a hard rain¹s gonna fall.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.