• blad nr 7
  • 2-4-2016
  • auteur . Overige 
  • Redactioneel

De Heumensoordschool gaat weer bijna dicht 

‘Wat je hier als leraar echt nodig hebt, is geduld’

Ruim vijfhonderd vluchtelingkinderen gaan sinds half januari naar de Heumensoordschool in Nijmegen. Tot eind april, want dan houdt de school weer op te bestaan. Een leraar, een leerling en zijn vader aan het woord. “We gaan nog een paar weken knallen.”

Buiten op het plein lopen tientallen kinderen naar de bussen die hun terug zullen brengen naar Heumensoord, de noodopvanglocatie voor vluchtelingen bij Nijmegen. De kinderen zingen Hoedje van papier. Binnen, in een van gangen van de Heumensoordschool, wordt directeur Nettie Udo aangesproken door een juf die in haar klas problemen heeft met een paar opstandige meiden. Udo lijkt daar wel raad mee te weten, ze stiefelt naar de openstaande deur en buldert: “Gaan jullie eens snel zitten!” Aan Udo’s gezichtsuitdrukking is te zien dat de meiden subiet gehoorzamen.
De Heumensoordschool is de enige school in Nederland waar het leerlingenbestand alleen maar uit vluchtelingen bestaat. Op maandag 11 januari opende de school haar deuren in het voormalige schoolgebouw van het Mondial College, een vmbo-school in Nijmegen-West, op ruim tien kilometer van Heumensoord. Sindsdien gaan 520 vluchtelingkinderen in de leeftijd van vier tot achttien jaar dagelijks naar school. “Sinds vorige week neemt dat aantal elke dag met zo’n tien leerlingen af”, vertelt directeur Udo. “Het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers heeft besloten om Heumensoord eerder te sluiten dan aanvankelijk was gepland. Daarom worden nu al dagelijks gezinnen overgeplaatst naar asielzoekerscentra in het land.” In plaats van woensdag 1 juni sluit Heumensoord nu maandag 2 mei, en aangezien dat precies in de meivakantie valt, betekent dat dat vrijdag 22 april de laatste schooldag is. Alhoewel iedereen wist dat het eindig was, kwam het nieuws van de voortijdige sluiting toch nog hard aan bij de ruim zeventig personeelsleden van de school. Ook bij Mark Tangi die twintig uur Nederlands geeft aan leerlingen in de leeftijd van twaalf tot achttien jaar. “Het was niet leuk om te horen dat we al eind april gaan sluiten, maar het hele team had zoiets van: Dan gaan we nog een paar weken knallen om er alles uit te halen.”

Losse dynamiek
Tangi, zelf woonachtig Nijmegen, hoorde eind vorig jaar dat het schoolgebouw waar hij vroeger zelf stage had gelopen, werd opgeknapt om onderdak te kunnen bieden aan de kinderen van Heumensoord. Hij fietste langs, liet zijn contactgegevens achter en werd uitgenodigd voor een gesprek wat resulteerde in een tijdelijk dienstverband. Tangi werkte voorheen in het speciaal onderwijs, een cluster4-school voor leerlingen met stoornissen en gedragsproblemen. “Ik hou wel van een lossere dynamiek in mijn klas. In zo’n omgeving gedij ik beter dan bijvoorbeeld in een vwo-klas. Groot voordeel is dat ik met mijn achtergrond alles wat fout kan gaan in een klas weleens eerder heb meegemaakt. Vooraf dacht ik dat dat mij goed van pas zou komen.” Maar Tangi stelt met enige verbazing vast dat hij de afgelopen maanden eigenlijk geen lastige situaties heeft meegemaakt. En dat terwijl hij klassen heeft waar sjiieten, soennieten, Koerden en christenen uit landen als Syrië, Afghanistan en Irak naast elkaar in de schoolbanken zitten. Hoe verklaart hij dat? “Ze kunnen elkaar redelijk goed verstaan omdat ze allemaal wel wat Arabisch spreken. Belangrijker nog is dat een groot deel van de normen en waarden bepaald wordt vanuit traditie en religie en die zijn voor de meesten gelijk.”
Al leveren de verschillende culturen nauwelijks spanningen op, lesgeven op de Heumensoordschool is niet altijd makkelijk, vindt Tangi. “Wat je hier als leraar echt nodig hebt, is geduld. Je moet begrijpen dat het voor leerlingen niet alleen een nieuwe taal en een nieuwe school is, maar een compleet nieuw universum. Als je dan in korte tijd voor de derde keer moet uitleggen dat er toch echt een t achter de d moet komen, moet je niet geïrriteerd raken.”
Toch voelt Tangi ook nog weleens onmacht als hij merkt dat leerlingen niet kunnen verwoorden wat hun dwarszit. “Zo had ik in die eerste weken een jongen die liefdesverdriet had, maar mij dat niet duidelijk kon maken. Dat was op dat moment heel frustrerend. Maar toen hij mij een paar weken later wel met wat Nederlandse woorden kon vertellen wat er speelde, gaf dat heel veel voldoening. Dan ben je zo trots op je leerling en kun je op dat moment ook echt een connectie maken.”
Dat de school nu steeds verder leegloopt, vindt Tangi jammer, maar tot emotionele toestanden op school leidt het niet. “Als ik van leerlingen hoor dat ze binnenkort overgeplaatst worden, kijken we op internet vaak even hoe het er daar uitziet. Meestal hoor je dan dat ze er ook wel weer naar uitkijken, omdat het een volgende stap is. En eerlijk gezegd ziet het er vaak ook wat beter uit dan waar ze nu in wonen.”
Toch was er laatst wel wat emotie toen een jongen te horen kreeg dat hij met zijn familie naar Groningen ging, terwijl zijn vriendin met haar familie nog in Nijmegen bleef. “Toen was afscheid nemen wel heel moeilijk.”
Tijdens de lessen spreekt Tangi alleen Nederlands en ook leerlingen mogen in de klas geen Engels of Arabisch met elkaar praten. “Lukt niet altijd hoor”, zegt hij, “en dan stelt iemand toch een vraag in het Engels. Ik doe dan altijd of ik geen Engels begrijp.” Tangi geeft maar drie klassen les die allemaal vier uur Nederlands per dag krijgen. De klassen zijn niet ingedeeld op leeftijd, maar op niveau, vertelt hij. “Zo heb ik een klas met leerlingen die in hun thuisland niet of nauwelijks naar school zijn geweest. Vaak zijn ze analfabeet. Dat vergt ook weer een heel andere aanpak, omdat ze het Latijnse alfabet eerst nog moeten leren. Die leerlingen begeleid ik individueler, terwijl ik de leerlingen die al veel verder zijn, vaker klassikaal lesgeef. Ik praat en vraag dan veel. Niet alleen over lesstof, maar ook over Nederland in het algemeen. Ook stellen zij veel vragen.” Tangi vertelt dat een leerling hem laatst vroeg wat carnaval was. “Die leerling had gezien dat de basisschoolleerlingen daar mee bezig waren. Tja, dan sta je het concept carnaval uit te leggen en denk je tegelijkertijd: Waar slaat het eigenlijk op?”, zegt hij lachend.

Vrijheid
Een van de leerlingen die veel vraagt, is de veertienjarige Ahmat Kaddoura uit Syrië. Hij kwam samen met zijn vader, moeder en zusje in september vorig jaar naar Nederland. Drie maanden zat hij zich te vervelen in noodopvang Heumensoord voordat hij naar school mocht. Toch probeerde hij het er het beste van te maken. Ahmat: “Die eerste maanden heb ik in de recreatiezaal zoveel mogelijk Youtube-video’s gekeken, zodat ik al een klein beetje Nederlands kon praten.”
De jongen uit Syrië gaat nu heel graag naar de Heumensoordschool. “Deze school lijkt op de internationale school waar ik in Damascus heenging. Alleen hebben we hier in elk lokaal een computer, dat hadden we daar niet.” Maar er zijn volgens Ahmat meer verschillen. “De manier waarop leraren met ons omgaan is ook heel anders. Minder formeel en de leraren zijn aardiger. Mark bijvoorbeeld maakt vaak leuke grapjes; we lachen ook heel veel in de klas. Toch kan hij ook heel serieus zijn als hij ons iets wil leren.”
Mark Tangi vertelt op zijn beurt dat Ahmat in het begin enorm moest wennen aan de vrijheid die hij op school heeft. “Dan vroeg hij mij bijvoorbeeld of hij zijn neus mocht snuiten.” Ahmat is intussen naar eigen zeggen al behoorlijk gewend aan de vrije manier van omgaan met elkaar. “Ik durf nu al meer mijn mening te geven op school, in Syrië wordt dat door leraren niet op prijs gesteld.”
Tangi is erg onder de indruk van hoe Ahmat zich de afgelopen maanden ontwikkeld heeft. Hij haalt hoge cijfers en doet zijn stinkende best op school. “Hij sprak al heel goed Engels, maar nu rollen ook regelmatig Nederlandse volzinnen uit zijn mond.” Ahmat: “Nederlands is niet heel moeilijk voor mij. De zinsvolgorde is anders dan in het Engels, maar als je veel met Nederlanders praat, pik je dat snel op. Ik vind Nederlands ook verreweg het leukste vak op school.”

Smokkelaars
Ahmats vader, Osama Kaddoura, is blij dat zijn zoon het goed doet op school. Als we hem later die middag in een van de ruimtes van de peuterspeelzaal op Heumensoord spreken, heeft hij even daarvoor Nederlandse les gehad. “Ik weet dat je je kansen op de arbeidsmarkt vergroot als je de taal spreekt, daarom doe ik het.” Wel is hij kritisch over het feit dat het drie maanden duurde voordat zijn kinderen naar school konden. “Ik heb gehoord dat dat elders vaak eerder geregeld is.”
Kaddoura vertelt waarom hij met zijn vrouw en kinderen Syrië ontvlucht is. “We waren ons leven niet zeker. We woonden daar in een buitenwijk die helemaal omsloten was door gebied dat door IS gecontroleerd werd. Om het gebied te kunnen verlaten, moesten we vaak door militaire checkpoints. Aangezien ik van Palestijnse komaf ben, werd ik nog slechter behandeld dan anderen. Of ik werd geschopt, of mijn auto werd moedwillig beschadigd. Vaak moest ik dan een agent omkopen om er door te komen.”
Op zich hadden de Kaddoura’s het niet heel slecht in Damascus: vader Osama, computerprogrammeur van beroep, werkte als freelancer voor diverse organisaties en zijn vrouw gaf Engels op een school. Maar de situatie verergerde afgelopen zomer met de dag. “Er was steeds meer mortiervuur. Zo sloeg eens op dertig meter afstand van ons appartementencomplex een mortier in. En toen we op een ochtend onze kinderen uitzwaaiden, kwam er een kogel door het open raam.” Deze incidenten en het toenemend racisme tegen hem als Palestijn maakten dat Kaddoura en zijn vrouw de beslissing namen te vluchten. “Voor onszelf waren we wel gebleven, maar we vonden het voor onze kinderen veel te onveilig.”
De Kaddoura’s schakelden mensensmokkelaars in om het land uit te komen. Het contact met de smokkelaars legde vader Osama via Facebook. Bij de eerste vluchtpoging uit Syrië werden ze beschoten door een Turkse grenspatrouille en kregen ze bij een checkpoint te horen dat ze Turkije niet in mochten. De tweede poging was wel succesvol. In Turkije verbleven ze een paar weken tot ze de oversteek per bootje waagden naar Lesbos; pas bij de derde poging zetten ze voet aan wal. En vanuit Griekenland werden ze met een personenbusje naar Nederland gebracht. Uiteindelijk kostte de reis naar Nederland hun in totaal 19 duizend euro. “En nu zitten we al maanden te wachten tot we ons leven op kunnen bouwen. Ik zou graag weer aan de slag gaan als programmeur, maar het zal nog wel even duren voor ik daar toestemming voor krijg. En verder weet ik ook niets van de arbeidsmarkt hier.”
Ahmat weet precies wat hij later wil worden. “Psychiater”, zegt hij vol overtuiging en met een vette knipoog. “Het lijkt me mooi om de hele dag het klaagverhaal van mensen aan te horen en ze te helpen met hun problemen.” Hij heeft al wat uitzoekwerk gedaan. Om geneeskunde te kunnen studeren, heeft hij vwo nodig, dus daar wil hij heen. Dat hij straks naar een school gaat met Nederlandse leerlingen, vindt hij spannend. “Ik weet dat sommige Nederlanders niet blij zijn met de vluchtelingen, dat vind ik wel een eng idee. Maar ik ben, toen we een kleine week in een sporthal in Duiven zaten, al eens een paar dagen naar school geweest. Daar heb ik ook een paar Nederlandse vrienden aan overgehouden waarmee ik nog steeds contact heb via Whatsapp. Dus het komt vast wel goed.”

{kader}
Vooral Nederlands
Het onderwijs op de Heumensoordschool wordt verzorgd door Conexus (basisonderwijs) en Scholengroep Rijk van Nijmegen (voortgezet onderwijs). Er wordt veel aandacht besteed aan het leren van de Nederlandse taal. Middelbare scholieren krijgen naast Nederlands ook wiskunde, tekenen, drama en bewegingsonderwijs. Bij de basisschoolleerlingen wordt de speciale taalleermethode Total Physical Response gebruikt, waarbij de nadruk ligt op de luistervaardigheid.

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.