• blad nr 7
  • 2-4-2016
  • auteur W. de Lange, de 
  • Column

 

Speechless

Ooit zat ik zelf op een middelbare school, waar de week iedere maandagochtend werd geopend door de rector. Alle leerlingen werden samengedreven in de gymzaal om te luisteren naar een korte speech. De rector was een conservatieve liberaal van een soort dat uit de roulatie is genomen, vol kennis en regels, wetten en wetenschap, fel antikerkelijk. Hij was ook antileerling trouwens, een beetje een hatelijke man. Toch denk ik met genoegen terug aan die ene weekopening, waarin hij de vloer aanveegde met de paus, die het katholieken verbood om de anticonceptiepil te gebruiken.
Op zijn kleine school had je een leerlingenorkest, een toneelvereniging en een discussieclub (alleen voor jongens toegankelijk!). We hadden een schoolkrant en een belachelijk schoollied, dat ik nog steeds helemaal kan zingen. We waren of we wilden of niet een gemeenschap. En zetten ons daar natuurlijk tegen af, omdat we de Amerikaanse napalmbombardementen in Vietnam belangrijker vonden, dan de zoveelste Sophocles-uitvoering van de toneelclub.
Ik geef nu les op een ritueelvrije school. Het is bij ons al ondoenlijk een naschools streetdance-clubje op te zetten. Zingen doen sommige meisjes nog wel eens in de kleedkamer, à la Adele, hard scheurend en hartverscheurend. Maar leerlingen die muziek maken voor de hele school, dat kunnen we vergeten. Toneelspelen doen ze in de drama-les, sommigen met groot genoegen. Maar een stuk opvoeren voor de hele school, geen sprake van. Behalve de bus naar Walibi en de geijkte schoolfeesten kennen we eigenlijk geen samenkomsten. We zijn speechless; niemand voelt de behoefte een rede af te steken voor de hele schoolgemeenschap.
Is onze school wel een gemeenschap? Zeker wel. Iedere club die vijf dagen van de week vele uren met elkaar in één gebouw wordt geperst, is een gemeenschap, een familie bijna. Docenten en leiding steken veel meer uren en liefde in die gemeenschap van ons, dan de docenten en de rector van mijn oude middelbare school destijds in de hunne. Individuen, groepjes, hele klassen pappen we en houden we nat, om de gang van klas 1 tot en met klas 4 voor iedere leerling zo acceptabel mogelijk te maken. Is dat dan niet genoeg?
Onze school is een gemeenschap, waarin zoveel culturen, geloven, ruzies en liefdes samenkomen, dat er best wat te vieren en te bediscussiëren is. Maar hoe? Er is geen gemeenschappelijke cultuur en wel veel opgepotte agressie. Dat heeft lang niet alleen met ‘auto-’ en ‘allochtoon’ te maken. Een schoolgemeenschap vormen met iemand, die het helemaal prima vindt om bedelaressen voor geld te laten opdrukken en ze daarbij uit te lachen, is geen kattenpis. Maar het is wel belangrijk. Medemenselijkheid moet je thuis en op school wel leren.
Misschien moeten we het een vaardigheid van de 21ste eeuw noemen en krijgen we er dan geld voor: het ‘burgerschap’ van een multiculturele schoolgemeenschap vormgeven, ook al kent de omringende cultuur geen omgangsvormen meer, en zijn verketteren en vernederen in de rest van het land tot sport en kunst verheven.

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.