- blad nr 7
- 2-4-2016
- auteur W. de Lange, de
- Column
Speechless
Op zijn kleine school had je een leerlingenorkest, een toneelvereniging en een discussieclub (alleen voor jongens toegankelijk!). We hadden een schoolkrant en een belachelijk schoollied, dat ik nog steeds helemaal kan zingen. We waren
Ik geef nu les op een ritueelvrije school. Het is bij ons al ondoenlijk een naschools streetdance-clubje op te zetten. Zingen doen sommige meisjes nog wel eens in de kleedkamer, à la Adele, hard scheurend en hartverscheurend. Maar leerlingen die muziek maken voor de hele school, dat kunnen we vergeten. Toneelspelen doen ze in de drama-les, sommigen met groot genoegen. Maar een stuk opvoeren voor de hele school, geen sprake van. Behalve de bus naar Walibi en de geijkte schoolfeesten kennen we eigenlijk geen samenkomsten. We zijn speechless; niemand voelt de behoefte een rede af te steken voor de hele schoolgemeenschap.
Is onze school wel een gemeenschap? Zeker wel. Iedere club die vijf dagen van de week vele uren met elkaar in één gebouw wordt geperst, is een gemeenschap, een familie bijna. Docenten en leiding steken veel meer uren en liefde in die gemeenschap van ons, dan de docenten en de rector van mijn oude middelbare school destijds in de hunne. Individuen, groepjes, hele klassen pappen we en houden we nat, om de gang van klas 1 tot en met klas 4 voor iedere leerling zo acceptabel mogelijk te maken. Is dat dan niet genoeg?
Onze school is een gemeenschap, waarin zoveel culturen, geloven, ruzies en liefdes samenkomen, dat er best wat te vieren en te bediscussiëren is. Maar hoe? Er is geen gemeenschappelijke cultuur en wel veel opgepotte agressie. Dat heeft lang niet alleen met ‘auto-’ en ‘allochtoon’ te maken. Een schoolgemeenschap vormen met iemand, die het helemaal prima vindt om bedelaressen voor geld te laten opdrukken en ze daarbij uit te lachen, is geen kattenpis. Maar het is wel belangrijk. Medemenselijkheid moet je thuis en op school wel leren.
Misschien moeten we het een vaardigheid van de 21ste eeuw noemen en krijgen we er dan geld voor: het ‘burgerschap’ van een multiculturele schoolgemeenschap vormgeven, ook al kent de omringende cultuur geen omgangsvormen meer, en zijn verketteren en vernederen in de rest van het land tot sport en kunst verheven.