• blad nr 7
  • 2-4-2016
  • auteur R. Voorwinden 
  • Redactioneel

Onderwijsassistenten worden opgeleid in de praktijk  

‘Wat we leren, passen we meteen toe’

Tweedejaarsstudenten van de opleiding tot onderwijsassistent in Sneek leren vier dagen per week in de praktijk. “Nu ik hier bijna de hele week ben, nemen de kinderen me meer in vertrouwen.”

Julian Faber heeft vanochtend met een leerling hardop voorgelezen uit een boek. “We kozen in een verhaal elk een persoon, en we lazen om en om de teksten.” Zijn collega Amarins Zijlstra hielp ondertussen een aantal leerlingen met keersommen en deelsommen.
Faber en Zijlstra volgen allebei de opleiding tot onderwijsassistent aan Roc de Friese Poort in Sneek. Als pilot draaien de tweedejaarsstudenten nu vier dagen per week mee op basisschool de Súdwester in Sneek. “Deze basisschool is een veel levendiger leeromgeving dan ons roc”, zegt opleidingsmanager Bert Steen. “En laten we eerlijk zijn: studenten leren ook het meeste in de praktijk.”
Het contact tussen de Súdwester de grootste school voor speciaal onderwijs in de regio en de Friese Poort bestaat al heel wat jaren. Studenten van de Friese Poort liepen al stage op de basisschool, en organiseerden bijvoorbeeld het schoolkamp.
Toen belde Marco Fennema, adjunct-directeur van de Súdwester, met de vraag of studenten misschien in de pauzes zouden kunnen bijspringen. De Súdwester heeft namelijk een continurooster, en dan is het altijd lastig om de leerkrachten aan hun pauze toe te laten komen. Al pratend ontstond het idee om de studenten vier hele dagen per week in te gaan zetten.
De studenten gaan nu alleen nog woensdag naar het roc. Op maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag komen ze direct naar de Súdwester. Daar krijgen ze nog een uurtje les van een roc-docent die speciaal langskomt, en dan gaan ze aan de slag.
“Wat we ‘s ochtends leren, brengen we meteen in de praktijk”, zegt student Laura Ottens. “En als je vragen hebt, lopen hier altijd wel docenten van de Friese Poort rond die je kunt aanschieten. Je hoeft dus niet meer te wachten totdat je op het roc bent, waar je dan ook nog eerst een docent moet zoeken.”
Doordat de studenten zo vaak op de basisschool zijn, leren ze de leerlingen door en door kennen. “Als gewone stagiair zie je de leerlingen twee dagen per week”, zegt Ottens. “Nu volg je ze bijna de hele week. Je start de week met ze op en je rondt de week met ze af. Dat schept een band.”
“Doordat je kinderen vaak ziet, beginnen ze je te vertrouwen”, zegt Amarins Zijlstra. “Ze vertellen je steeds meer en ze worden heel open. Als een leerling begint te huilen kan ik daar meteen op inspelen, want ik weet waarschijnlijk al waarover het gaat.”
“Je leert ook meer over de thuissituatie van de kinderen”, zegt Julian Faber. “Daar schrik je soms echt van, zeker in het speciaal onderwijs. Een van mijn leerlingen heeft thuis ingeprent gekregen dat alles wat fout gaat, haar schuld is. Nu ik dat weet, kan ik daar rekening mee proberen te houden.”
De studenten hebben een eigen lokaal in de Súdwester. Inclusief een bankstel om te chillen. “Normaal zijn tweedejaarsstudenten twee dagen per week op stage”, zegt projectleider Klazina de Hoop. “Nu moeten ze vier dagen per week volwassen zijn. Dat valt niet altijd mee. Dus kunnen ze hier in hun eigen lokaal weer even puber zijn en stoom afblazen.”
Het motto van De Hoop is: ga er tegenaan. “Laatst was er even een onderwijsassistent nodig in de kleutergroep. Een van onze studenten, die in groep 8 stond, ging er op af. Die werd knettergek van al die drukke kleuters, dus hup: dan gaat er nog een extra student naar toe. Dat is hard werken en de studenten zijn soms ontzettend moe. Maar je ziet ze groeien: in hun vak en als mens.”
De studenten worden op de Súdwester volwaardig ingezet, constateert opleidingsmanager Steen tevreden. “Ik houd niet zo van de term ‘extra handen in de klas’. We hebben het hier over onderwijsassistenten, en die zijn meer dan een paar handjes. Ze voeren hier bijvoorbeeld ook Kanjertrainingen uit en ze ontwerpen lesmateriaal. Het zijn geen hulpjes van de leerkracht.”
Klopt, zegt adjunct-directeur Fennema van de Súdwester. “Als het ons alleen om het draaien van kopietjes zou gaan, konden we net zo goed een extra conciërge aannemen.”
De vijftien studenten die nu op de Súdwester rondlopen moesten eerst een motivatiebrief schrijven. “We moeten vertrouwen hebben in studenten voordat we ze loslaten met de kinderen, zeker in het speciaal basisonderwijs”, zegt opleidingsmanager Steen. “Als er in een bedrijf iets misgaat, kost dat misschien duizend euro. Maar op een school werk je met levend materiaal: daar neem je geen risico mee.”
Door de nieuwe manier van leren komen leerkrachten van het roc nu ook weer eens op de basisschool. Een goede zaak, vindt opleidingsmanager Steen. “Die staan zo ook weer eens met hun poten in de klei.” En het heeft ook een heel praktisch voordeel dat er roc-docenten rondlopen op de Súdwester. “Doordat onze docenten hier aanwezig zijn, geldt dit praktijkleren niet als stage, maar als begeleide onderwijstijd. Daardoor kunnen we voldoen aan de urennorm.”
De Friese Poort wil de nieuwe manier van praktijkleren verder uitbouwen. Volgend jaar gaan alle tweedejaarsstudenten op deze manier werken, op drie scholen: de Súdwester, een brede reguliere basisschool en een school voor voortgezet onderwijs. Studenten Zijlstra, Ottens en Faber kunnen het de toekomstige studenten aanbevelen: ze zouden zelf niet anders meer willen. En dat geldt ook voor de basisschool, vermoedt Faber. “We doen hier zoveel, ik denk dat de leerkrachten ook niet meer zonder ons zouden willen.”

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.