• blad nr 7
  • 2-4-2016
  • auteur L. Douma 
  • Redactioneel

Mitties en matties opgelet: 

Met straattaal kom je niet ver

Sommige jongeren schakelen moeiteloos over van straattaal op ABN. Anderen willen of kunnen dat niet. Dan wordt het zorgwekkend. Want: “In straattaal zijn er vijf verschillende woorden voor ‘meisje’, maar is er geen woord voor ‘bibliotheek’.”

‘Fawaka?’ (Hoe gaat het?)
‘Abon.’ (Het gaat goed.)
Een gesprekje in een exotische taal? Niet bepaald. Jongeren in de grote steden hebben hun eigen taal ontwikkeld. Een voor buitenstaanders soms onbegrijpelijke mix van Engels, Sranantongo (Surinaams), Arabisch, Turks, met Nederlands als basis. Scholen worstelen met die straattaal. Hoe houd je het buiten het klaslokaal?
“Ik geef economie, dus ik hoor de woorden doekoe en donnie regelmatig voorbijkomen”, vertelt docent Sultan Göksen. “Ik ben blij dat ze de link leggen. ‘Inderdaad, we gaan het vandaag hebben over doekoe’, zeg ik ze. ‘Maar hier in de les noemen we dat gewoon geld.’”
Göksen werkt op het Marcanti College in Amsterdam-West. “Onze school staat in een achterstandswijk. Een groot deel van de kinderen spreekt straattaal.”
“Op school proberen we straattaal zoveel mogelijk buiten de deur te houden”, zegt Göksen. “Veel van onze leerlingen komen met een taalachterstand binnen, die krijgen extra ondersteuning. Bij ons op school is elke docent een taaldocent. Horen we straattaal? Dan zeggen we daar wat van.”
“In de puberteit krijgen tieners het besef van wat niet door de beugel kan en wat meer gewaardeerd wordt”, vertelt Frans Hinskens van het Meertens Instituut. “Dat is het perfecte moment om te leren dat standaard Nederlands in de mainstream cultuur meer gewaardeerd wordt dan straattaal.”
Maar ‘de straat’ komt niet alleen de school binnen in woorden, ook in klanken, zoals de harde ‘zzz’, of in grammaticale afwijkingen als ‘de mes’. “Je kunt leerlingen die harde zzz niet verbieden”, weet Hinskens. “Als een leerling iets vertelt op een manier die taalkundig afwijkt, kun je dat als docent herhalen en parafraseren in standaard Nederlands.”

Codes
Hinskens, die ook hoogleraar is aan de Vrije Universiteit Amsterdam, zette in 2005 samen met hoogleraar Pieter Muysken het project Roots of Etnolects op. De onderzoekers namen alledaagse gesprekken op tussen 96 jongens van tien tot twaalf en van achttien tot twintig jaar. De jongeren waren van Marokkaanse, Turkse en Nederlandse komaf. Veel van die Turkse en Marokkaanse jongeren blijken het standaard Nederlands prima te beheersen. Onderling spreken ze hun eigen taal met bijvoorbeeld de harde zzz en grammaticale afwijkingen. Maar als ze Nederlandse jongens spreken, of oudere mensen zoals docenten, schakelen ze vaak moeiteloos over op standaard Nederlands.
In Hinskens’ onderzoek is geen onderscheid gemaakt tussen opleidingstypen. Volgens Iliass El Hadioui, die zich op de Erasmus Universiteit bezighoudt met straat- en schoolcultuur, zijn die verschillen er wel. “Hier op de universiteit kom ik jongens en meisjes in het eerste jaar tegen die grappen en grollen maken in straattaal, maar moeiteloos een thesis schrijven over de historische ontwikkeling van de vrijemarkteconomie. Dat zijn studenten die straattaal op een oppervlakkige manier bezigen en moeiteloos kunnen schakelen. Maar vmbo-leerlingen kunnen dat niet zo makkelijk.”
“Sommige woorden kennen ze echt alleen in straattaal”, vertelt ook Göksen over haar vmbo-leerlingen. “Er zijn ook kinderen die van straattaal zo’n accent krijgen dat het ze niet meer lukt accentloos of zonder een bepaalde intonatie te spreken. Ze zeggen bijvoorbeeld ‘ish goed’, en hebben niet door dat dat geen ABN is.”
“Hou een bepaalde gedraging twee weken vol en het wordt een gewoonte”, vertelt auteur van het boek Van de straat, Frank van Strijen. “Als je dan ook nog eens thuis geen ABN spreekt, lukt het echt niet dat op school wel te doen.” Volgens Van Strijen is straattaal lang niet altijd onschuldig. Niet alleen omdat het de taalontwikkeling kan schaden, maar vooral omdat het een uiting van cultuur is. “De straatcultuur is totaal anders dan onze individualistische ‘burgercultuur’. Door de straatcultuur gaan jongeren zich anders gedragen.”
Op de straat is machogedrag de norm, geweld wordt verheerlijkt. Een hecht groepsgevoel en een antihouding tegen school en de maatschappij in het algemeen zijn andere kenmerken. Opvallend is dat jongeren van verschillende etnische groepen en sociale milieus in de straatcultuur met elkaar optrekken, vandaar ook die mixtaal. Aanvankelijk waren het vooral jongeren uit achterstandswijken in grote steden die deze cultuur omarmden. “Maar door sociale media dringt het ook door in de provincie, in Tilburg, Amersfoort en Apeldoorn”, weet El Hadioui van de Erasmus Universiteit. Hij maakt zich zorgen over wat hij noemt ‘de codes’ van de straat. “In straattaal zijn er vijf verschillende woorden voor ‘meisje’, allemaal met een andere onderliggende betekenis. Maar er is geen woord voor ‘bibliotheek’ of ‘journalist’. Dat zegt genoeg over wat op straat belangrijk is.”
Respect is belangrijk, en dan niet voor vrouwen, maar voor matties onderling. Respect verdien je niet met hoge schoolcijfers of een diploma. Maar met blingbling en geld. Van Strijen: “Ieder weldenkend mens weet dat je niet naar een sollicitatiegesprek gaat met een petje op en een afgezakte broek aan. Dat je tijdens een sollicitatiegesprek geen straattaal spreekt. Toch doen sommige leerlingen dat. Ze zitten er onderuitgezakt bij alsof ze de baan niet willen en zijn boos op de wereld als ze hem niet krijgen.” Wat hem beangstigt: “Voor lang niet elke jongere is de straatcultuur een jasje dat je uittrekt zodra je ziet dat het je ontwikkeling schaadt.”
“Over de codes van de straat moet je het gesprek aangaan op school”, adviseert onderzoeker El Hadioui. “Hoor jij je leerling iets zeggen met een seksuele connotatie? Zeg er wat van. En niet alleen in de les maatschappijleer, maar ook tijdens aardrijkskunde of Duits.”
“Als je een leerling een prop ziet gooien, zeg je er toch ook wat van, ook al is het niet je eigen leerling”, zegt Caroline Hoogslag, afdelingsleider en docent op het Utrechtse Gerrit Rietveld College. “Het moet een cultuur zijn leerlingen constant op hun taalgebruik en gedrag aan te spreken.”

Onfatsoenlijk
Maar met ‘Dit gedrag pik ik niet, mijn school uit’, red je het niet, ondervond Selma Klinkhamer, directeur van het Rotterdams Vakcollege de Hef. Klinkhamers school staat in Rotterdam Zuid, in de wijk Feyenoord. Toen zij er vier jaar geleden directeur werd, waren er leerlingen die zich gedroegen alsof ze de baas waren. “Ze kwamen en gingen wanneer ze wilden, sommige collega’s waren bang voor ze, met onderwijs had het nog weinig te maken.” De taal van de straat was de taal in de school. “Maar als wij toen de straat de school uit hadden gegooid, hadden we bijna geen leerlingen over gehad. Ik heb ook wel tegen collega’s gezegd: Onze leerlingen zijn zo, daar moeten we mee leren omgaan.”
Klinkhamer riep de hulp van El Hadioui in. Voortaan startte het team de dag om 08.15 uur gezamenlijk met een voorbespreking van de dag. Alle leerlingen komen tussen 08.30 en 09.00 uur samen met hun mentor, eventuele problemen worden voor de lessen beginnen opgelost. Klinkhamer: “In de klassen komen we eigenlijk geen straatcultuur meer tegen. Leerlingen weten inmiddels dat dat niet thuishoort in de klas. Maar in de vrije ruimtes is het soms nog wel merkbaar, die zijn een soort straat. Je kunt je leerlingen niet alles afpakken, ze moeten wel overleven op straat, dus of je de straattaal in de vrije ruimtes helemaal kunt weren, is de vraag.”
Bovendien zijn er ook positieve elementen aan straattaal. “Het is razendknap hoe kinderen zich die taal eigen kunnen maken en hoe die taal zich ontwikkelt”, vindt docent Göksen. “‘Je kunt dat toch ook?”, zeg ik wel tegen leerlingen als ze iets niet kunnen bij economie. ‘Je hebt die taal toch ook geleerd? Dan kun je dit zeker!’”

Op het Utrechtse Gerrit Rietveld wordt straattaal gebruikt binnen de lessen Nederlands. “In de bovenbouw is het een onderwerp bij schrijfvaardigheid”, vertelt afdelingsleider Hoogslag. “Daar hebben we het ook over andere taalverschijnselen als dialecten. Jongeren vinden het erg leuk naar de taalkundige kant van straattaal te kijken. Er zijn leerlingen die het onderwerp voor hun profielwerkstuk hebben gebruikt.”
‘Thalla.’ (Doei.)

{noot}
Frank van Strijen, Van de straat, De straatcultuur van jongeren ontrafeld, Uitgeverij SWP, ISBN 9789088500527, € 19,90

{kadertje}
Urban dictionary
Barki Honderd euro
Blingbling Sieraden
Die tori Het verhaal
Doekoeloos Blut zijn
Faja Moeilijk, gevaarlijk
Fawaka? Hoe gaat het?
Ik heb die chick gedouched Ik heb die meid genomen
Ikkie Xtc
Ik wil je air bags voelen Ik wil je grote borsten voelen
Mittie Meid
Moeilijke plattas Mooie schoenen
Omin lauw Heel gaaf
Osso Huis
Pappie Persoon
Smurfen Politie
Voetbalplaatjes Condooms
Wallah Ik zweer

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.