• blad nr 7
  • 2-4-2016
  • auteur D. van 't Erve 
  • Redactioneel

De opmars van het integraal kindcentrum 

‘Het woord school zal verdwijnen’

Iedereen lijkt het erover eens: het integraal kindcentrum is de toekomst. Het aantal integrale voorzieningen voor kinderen van nul tot dertien jaar stijgt snel, maar slechts tientallen voldoen echt aan de criteria. “We moeten de term IKC goed bewaken.”

Hand in hand lopen de kleuters in een rijtje van twee achter elkaar. Eerst langs de binnentuin, dan door de kale, pasgeverfde gang naar een kamer waar op de tafel de bordjes met elk een boterham en likje boter al klaarstaan. “Luister”, zegt een pedagogisch medewerker op kniehoogte tegen een jongetje. “Hier gaan we lekker eten en drinken en straks ga je weer terug naar de klas.”
Hoewel de muur tussen het gebouw van de school en het dagverblijf pas sinds kort is doorgebroken, draait integraal kindcentrum de Ark in Vlaardingen al twee jaar. Het is een van de voorlopers van de voorziening waarin opvang en onderwijs werken vanuit één pedagogische visie en met één team, onder leiding van twee teamleiders en een directeur. “Stap voor stap komen we dichter tot elkaar”, vertelt directeur Berry Hakkeling die vanaf zijn komst in 2012 met deze opdracht bezig is. “Dat het nu één gebouw is, helpt enorm om letterlijk en figuurlijk alle barrières te slechten.”

Gratis
Het integraal kindcentrum (IKC) is hot. Steeds meer brede scholen, waarin opvang en onderwijs al nauw samenwerken, noemen zich IKC. Recente cijfers ontbreken er loopt op dit moment een landelijk onderzoek maar drie jaar geleden stond de teller op 350, en dat aantal loopt snel op. Zeker nu instanties als de Onderwijsraad en de Sociaal-Economische Raad (SER) pleiten voor een universeel stelsel van opvang en onderwijs om leerachterstanden geen kans te geven. Ook Kindcentra2020, een initiatief van bestuurders uit opvang, onderwijs en gemeenten, heeft één organisatie voor kinderen van nul tot dertien jaar voor ogen. Alle kinderen moeten bovendien recht krijgen op gratis opvang, iets wat de SER ook adviseert. De visie van Kindcentra2020 krijgt bijval uit heel het land. Binnenkort moet het kabinet met voorstellen komen hoe de samenwerking van opvang en onderwijs te vergemakkelijken.
De interesse is groot, merkt directeur Hakkeling aan de vele aanvragen voor rondleidingen. Logisch, vindt hij, aangezien de meerwaarde van een IKC evident is. Er is één aansturing, één pedagogisch klimaat, één zorgstructuur, eenduidige communicatie en doorgaande leer- en ontwikkelingslijnen voor alle kinderen. “Hierdoor kunnen we een veilige en voorspelbare omgeving creëren voor kinderen van nul tot dertien jaar, waarin de weg vrij is om te groeien”, legt hij uit. “We gebruiken nu bijvoorbeeld één leerlingvolgsysteem, waardoor vierjarigen op school verder kunnen gaan waar ze op de opvang gebleven zijn.”
Kinderen krijgen het hele jaar een doorlopend programma van 7.30 tot 18.30 uur aangeboden, met naschoolse activiteiten als dans, koken of yoga. Alles onder één dak heeft ook veel praktische voordelen. “Het is wel zo rustig voor ouders en kinderen dat ze niet van hot naar her hoeven”, verklaart Hakkeling, die het leerlingenaantal ziet groeien van 229 naar 300. “Dat we voor nieuwe groepen de lokalen van de buitenschoolse opvang kunnen gebruiken, is bovendien heel efficiënt. Dat geldt ook voor het gebruik van alle expertise in huis, van een orthopedagoog tot een rekenspecialist of logopedist.”

Wildgroei
Van de 350 integrale kindcentra in 2013 voldeden volgens onderzoeksbureau Regioplan slechts 36 aan de criteria van één doorgaande leerlijn, pedagogische visie en een centrale aansturing. Directeur Berry Hakkeling zou deze wildgroei aan IKC’s, zoals dat ook bij de brede school is gebeurd, graag voorkomen. “We moeten de term IKC goed bewaken.”
Vlaardingen telt inmiddels al vier andere integrale kindcentra. Zij vallen allen onder het bestuur Un1ek dat nog vijftien IKC’s in de pijplijn heeft. Un1ek heeft hiervoor extra criteria vastgesteld waar een organisatie minimaal aan moet voldoen, zoals een visie met christelijke identiteit en een onderscheidend profiel. “Met een bordje IKC op de gevel ben je er nog niet”, waarschuwt Eric Boerhout, voorzitter van het college van bestuur. “Dan begint de integratie pas goed en kan er echt gekeken worden naar wat er nodig is op voor die specifieke groep kinderen op die locatie.”
Un1ek is een van de eerste besturen waarin opvang en onderwijs zijn samengegaan. Naast de vijf IKC’s heeft Un1ek dertien basisscholen, dertien peuterspeelzalen en zeventien kindercentra voor hele dagopvang en buitenschoolse opvang in Vlaardingen, Schiedam en Maassluis. “Fuseren hoeft niet per se”, benadrukt Boerhout. “Maar één organisatie met één visie en missie maakt het oprichten van IKC’s wel eenvoudiger.”
Overigens was dat alsnog een hele klus, omdat niet alle scholen dezelfde opvangpartner hadden. Er ontstond volgens Boerhout een ingewikkelde uitruil van kinderopvanglocaties. Het officieel samengaan ging gepaard met talloze sessies met Belastingdienst, gemeentes en accountants. “Als we besloten hadden om te wachten tot alles rond was, was de fusie er niet van gekomen”, denkt hij. “We moeten veel juridisch technische oplossingen bedenken. Zo wachten we al anderhalf jaar op het antwoord hoe we de btw van de inzet van onderwijspersoneel onderling kunnen verrekenen. Bovendien maken we nog steeds twee jaarverslagen en houden we twee boekhoudingen bij om aan te tonen dat we het geld van onderwijs niet besteden aan opvang.”

Pionieren
Hoe eenvoudig en logisch het idee van één voorziening van nul tot dertien jaar ook klinkt, de praktijk is dus weerbarstiger. Kinderopvang en onderwijs hebben te maken met andere regels. Niet alleen voor huisvesting lopen de eisen uiteen, ook het toezicht en de financiering zijn anders. Er zijn twee cao’s van kracht en de Wet passend onderwijs geldt bijvoorbeeld alleen voor schoolgaande kinderen, wat het creëren van één zorgstructuur ingewikkeld maakt. Kindcentra2020 pleit voor één wettelijk kader, maar tot die tijd is het vooral nog pionieren. Gewoon niet te verkrampt doen en bovenal creatief zijn, dan kom je er volgens Boerhout wel. “Op de werkvloer zie je dat het werkt.”
“Dat het complex is, maakt het ook juist leuk”, vult directeur Hakkeling aan. “Voor de meeste problemen vinden we wel een oplossing. En soms geldt dat wat we doen, formeel nog niet mag. Zo bestaat de functie van directeur IKC formeel nog niet eens. Maar goed, als we niet pragmatisch waren ingesteld, liepen we nog steeds rond in een berenvel met knotsen op de rug.”
Alleen al het organiseren van vergaderingen is een uitdaging, omdat de werktijden van pedagogisch medewerkers en leerkrachten verschillen. Dat maakt het vormen van één team, een andere grote uitdaging, extra ingewikkeld. Kinderopvang en onderwijs zijn twee gescheiden werelden, met een elk een eigen cultuur (commercieel/niet-commercieel) en opleidingsniveau (mbo/hbo). Bij IKC de Ark is bovendien besloten om als christelijke organisatie verder te gaan, terwijl de kinderopvangpartner niet die identiteit had. Volgens Hakkeling kost het minimaal vijf jaar om beide werelden te integreren. “Het begint met elkaar goed te leren kennen”, vertelt de directeur die een avond belegde over identiteit. “Je vindt elkaar op de motivatie om het beste te willen bereiken voor kinderen. Dat wil niet zeggen dat alles nu vlekkeloos samenwerkt, identiteit is een werkwoord.”
‘Goed voorbeeld doet goed volgen’, staat er in grote letters op de groene poster die overal in het gebouw hangt. IKC de Ark kent geen regels, maar kaders over hoe je met elkaar en de omgeving omgaat. Ook thema’s en activiteiten worden IKC-breed gedragen: het team van pedagogisch medewerkers en leerkrachten ontwikkelen ze samen. “Toen we met onze peuters een keer op school gingen kijken, riep een jongetje blij: O kijk, hier maken ze dezelfde raketten”, vertelt Janette Abbink, teamleider nul-vier jaar. “Dat was voor mij de bevestiging dat het werkt.” Ze is ervan overtuigd is dat het woord school geen lang leven is beschoren. “Ouders zeggen nu al dat ze hun kind naar het IKC brengen. Net als destijds de kleuterschool zal ook de school uit het dagelijks taalgebruik verdwijnen.”

Regelluw
IKC de Ark, dat jaren op rij het predicaat excellent kreeg, is uitverkoren om mee te doen aan de pilot ‘Regelluwe scholen’ van het ministerie van Onderwijs. De toestemming om af te wijken van bepaalde regels is net binnen. Zo mag Hakkeling een schoolplan schrijven voor één jaar in plaats van vier. “Omdat je het plan vervolgens elk jaar kan bijsturen, blijft het actueel. Dat is wel zo handig als je nog constant bezig bent om te ontdekken wat het beste werkt.”
De pilotscholen kunnen met hun resultaten uiteindelijk de weg vrijmaken voor alle scholen. Het liefst ziet bestuursvoorzitter Boerhout dat de overheid nu al meer ruimte geeft. “Alles en iedereen is er klaar voor, maar verregaande integratie van opvang en onderwijs vergt een bestuurlijke omslag.”
De ambities van IKC de Ark en zijn bestuur reiken in elk geval verder. De kloof tussen primair en voortgezet onderwijs moet ook geslecht. Hakkeling: “We zijn een pilot gestart met twee middelbare scholen waar kinderen uit groep 8 vanaf maart alvast lessen gaan volgen. Zo raken ze thuis op hun vervolgschool en ontstaat er een goede overgang, waardoor ook hier veel leerwinst is te halen. We gaan voor een doorgaande lijn van nul tot achttien jaar.”

{Kader}
AOb: ‘Grootschalige aanpassingen niet nodig’

Als het aan Kindcentra2020 ligt wordt elke basisschool in de toekomst een kindcentrum. De AOb is hier niet direct voorstander van. De bond juicht een breed aanbod en een doorlopende ontwikkeling voor kinderen van nul tot dertien jaar toe, maar vindt dat organisaties de vrijheid moeten behouden om dit op eigen wijze in te richten. Grootschalige aanpassingen aan wet- en regelgeving of het creëren van één cao zijn volgens de bond op dit moment daarvoor niet nodig. De juiste overwegingen zijn wel van belang. ‘Het kind moet centraal staan, niet de financiën’, schrijft de AOb in zijn notitie over kindcentra. ‘Het gedachtegoed moet uit het team ontstaan en breed worden gedragen.’

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.