• blad nr 7
  • 2-4-2016
  • auteur . Overige 
  • Redactioneel

Omgaan met media 

‘Kruip niet onder je bureau’

Een cameraploeg op het schoolplein of een redacteur van een krant aan de telefoon. Elke school krijgt er ooit mee te maken. Wees voorbereid.

Tekst Richard Hassink

Op zondag 11 oktober 2015 werd in Helmond een dertienjarig meisje mishandeld door een paar meiden, medeleerlingen van een Helmondse vmbo-school. Het incident kreeg aanvankelijk geen aandacht in de media, maar dat veranderde toen een paar dagen later een filmpje van het incident opdook op Facebook, zo blijkt uit een reconstructie via internet. De Telegraaf en Hart van Nederland besteedden aandacht aan het incident en linkten naar het filmpje, regionale media vroegen de vmbo-school om een reactie en weer een paar dagen later zaten het mishandelde meisje en haar moeder in talkshow Pauw. Daarin vertelden ze dat het meisje al langer gepest werd en dat de school zich afzijdig had gehouden. ‘Absoluut niet waar’, reageerde de directeur van de vmbo-school een dag later in het Eindhovens Dagblad. De pestkoppen waren van school gestuurd en voor het slachtoffer zou een terugkeertraject opgesteld zijn. Volgens de schooldirecteur zou de redactie van Pauw vooraf één keer gebeld hebben om de uitspraak te verifiëren. Toen dat niet lukte, liet de redactie het erbij. ‘Er is geen hoor en wederhoor toegepast’, klaagde de directeur in het krantenbericht. De redactie van Pauw zou de directeur daarna uitgenodigd hebben om zijn kant van het verhaal te vertellen, maar daar ging de directeur niet op in. Wel werd de reactie van de school op de Pauw-website geplaatst.
Een incident als in Helmond kan elke school meemaken. Dat denkt Noud Cornelissen die als oud-journalist en oud-perswoordvoeder mediatrainingen verzorgt en scholen adviseert. “Natuurlijk is het niet je kernactiviteit, maar je moet als schoolorganisatie goed voorbereid zijn.” Cornelissen vertelt dat je vooraf moet bedenken wie het woord gaat voeren. “Vaak is dat de directeur omdat hij het gezicht is van de school, maar het mag ook iemand anders zijn, zolang diegene maar goed voorbereid is op zijn taak.” Waar je volgens Cornelissen in elk geval voor moet waken, is dat een willekeurige leerkracht op het schoolplein vragen van een cameraploeg beantwoordt. “Als een journalist op zo’n moment geen woordvoerder te spreken krijgt, zoekt hij zijn bronnen elders. Dat kan een leerkracht zijn, een leerling, een ouder of een belangenorganisatie. Hoe verder een woordvoerder functioneel verwijderd is van de school, hoe groter de kans op imagoschade.”
De grootste fout die je als woordvoerder kunt maken, is om de media te ontlopen. Cornelissen: “Sommige directeuren hebben de neiging om onder het bureau te kruipen en te hopen dat het overwaait, maar vaak wordt het daar alleen maar erger van omdat de media dan denken dat er meer aan de hand is.”
Een ander fout is om misstanden toe te dekken. Cornelissen geeft een voorbeeld. “Stel dat na een brand blijkt dat er een nooduitgang dichtgemetseld was. Erken op zo’n moment dat het ongelofelijk dom was en dat je gaat onderzoeken hoe het gebeurd is en hoe je zoiets in de toekomst kunt voorkomen. Ontken je het, dan komt het geheid een keer terug en waarschijnlijk op een moment dat je in een veel lastiger parket zit.”
Cornelissen schetst ook meteen een spanningsveld. “Je hoeft ook weer niet alles ongevraagd uit de doeken te doen. Mensen in het onderwijs hebben vaak de neiging om dingen uit te leggen. Die eigenschap is bij contacten met de media niet zo handig, want dat kan een journalist op ideeën brengen.”
Hij vertelt dat sommige directeuren twintig minuten staan te praten voor een camera. “Je weet dat daarvan voor een nieuwsitem vaak maar twintig seconden gebruikt wordt. De verleiding voor een journalist is dan groot om net datgene eruit te pikken dat jij eigenlijk niet in het nieuws wilt hebben. Stem vooraf goed af wat je wilt zeggen, en hou het kort en bondig.”
Wat Cornelissen ook nog weleens ziet, is dat woordvoerders over zaken praten waar ze geen verstand van hebben. “Denk niet dat je door je EHBO-kennis wel even kunt vaststellen dat het slachtoffer een kneuzing aan zijn kaak heeft. Ga niet gissen, hou je bij de feiten. En wees empathisch, bijvoorbeeld als er slachtoffers in het spel zijn.”
Scholen moeten media niet als vijand zien, vindt Cornelissen. “Media hebben een andere rol dan scholen, dat moet je respecteren. Werk je op basis van vertrouwen, dan wordt dat zelden beschaamd. Je kunt als school niet bepalen wat journalisten opschrijven, maar je kunt wel jouw kant van het verhaal laten horen.”

{noot}
De Helmondse vmbo-school in kwestie is gevraagd naar de ervaringen met de media. De school liet weten niet weer in het nieuws te willen komen, vooral omwille van de privacy van de leerlingen die bij het incident betrokken waren.

{kader}
Do’s & don’ts
• Benoem een perswoordvoerder en informeer iedereen op school dat alleen hij de pers te woord mag staan.
• Ga bij elke crisis na: wat hebben we gedaan om het te voorkomen en wat doen we nu om de schade te beperken?
• Zorg dat je school een veilige plek blijft. Meestal is het niet verstandig om media bij een crisis in de school te laten.
• Geef nooit namen door van verdachten en slachtoffers, en verstrek geen foto’s of persoonlijk info over hen.
• Sta geen pers toe bij bijeenkomsten met ouders.
• Trek niemand voor en geef alle media dezelfde informatie.

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.