• blad nr 12
  • 17-6-2000
  • auteur . Lachesis 
  • Redactioneel

 

Schoolreis

Wanhopig speur ik de kastplanken af. Er is niets meer. Kennelijk heb ik alles weggegooid in een vlaag van opruimwoede. Wegens te oud, te vaal of te weinig modieus. Hoe moet ik nu op stap? Hoe trotseer ik de elementen zonder de attributen van een doorsnee-leerkracht op schoolreis. Ben ik dan nog herkenbaar als juf, als aanvoerster, als leidinggevende? Geen fleece trui, geen bodywarmer, zelfs geen paar stevige wandelschoenen zijn bewaard gebleven. Er zit niets anders op dan met een keurige leren jas en laarsjes met stevige hak de tocht aan te vangen.
Onwennig ga ik op weg naar Six Flags, het voormalige Walibi Flevo. Wat nu als het stortregent, wat nu als ik op zoek moet naar een verloren geraakte leerling?
Al bij de ingang blijkt dat ik niet meer deel uitmaak van mijn beroepsgroep. Ik lijk meer op een verdwaalde directiesecretaresse. De collega¹s van andere scholen die achter mij in de lange rij bij de kassa staan, zijn ervan overtuigd dat ik de boel maar ophoud. Ik hoor er gewoon niet bij. Het tweetal mensen achter mij wel.
Je ziet het zo. Hij in een vale spijkerbroek en een even zo vaal spijkerjasje, dat ooit beter gezeten heeft. Zij in net zo¹n spijkerbroek en een bodywarmer. Rugzak om, sandalen aan. ³O ja, sandalen², kreun ik. Dat ik daar nu pas aan denk. Die had ik natuurlijk ook aan kunnen trekken. Wellicht had ik mij dan nu wat beter op mijn plaats gevoeld.
Als we eindelijk in het bezit van de toegangskaarten zijn, lopen we het park in. De kinderen zijn altijd razend enthousiast over dit uitstapje. ³Dit is de leukste schoolreis van mijn leven², krijst Elke. ³Kind, je hebt nog helemaal niets gedaan hier², temper ik. ³En toch is het nu al de leukste², gilt ze enthousiast. Elk jaar vindt er zowel bij de ouders als bij de leerkrachten van onze school een complete scheiding der geesten plaats. Er zijn mensen die rillen van dit soort uitstapjes, ze zien overal beren op de weg, vinden achtbanen en wildwaterbanen pedagogisch totaal onverantwoord en zagen ons liever op de fiets de Veluwe verkennen. Het andere deel meldt zich met graagte aan. In de laatste categorie zijn de vaders en mannelijke collega¹s oververtegenwoordigd. Ieder jaar denken we zorgvuldig na over de gegadigden die zich hebben aangemeld. Ze worden uitgebreid gescreend en psychologisch doorgrond. Er is namelijk niets zo vervelend als per ongeluk een lid van de tegenpartij meenemen. Een mol. Je hebt dan vrijwel niets meer aan zo¹n dag.
Steeds doemen er leerlingen op die hun beklag komen doen. Ze mopperen dat ze alleen maar in de draaimolen of in de ballenbak mogen van hun angsthazige begeleidster. Het ergste is echter dat we zelf zo nauwkeurig in de gaten worden gehouden door zulke types. Die opgetrokken wenkbrauwen, die vragende blikken, dat stille verwijt in hun ogen, die stekelige vragen.
Zo en waar zijn de dames zelf in geweest of zijn ze niet van dat bankje af gekomen?² Heel vermoeiend allemaal. Want we komen inderdaad amper van dat bankje af. Daar hebben we immers al die begeleiders voor. Wij passen op de spullen. Wij hebben de algehele leiding. Onze ultieme schoolreis bestaat uit het zitten op een bankje. Nog nooit hebben we de aanvechting gehad om ons vrijwillig vele malen rond te laten tollen, de zwaartekracht te trotseren of wildwaterbanen af te roetsjen. Soms overwegen we één tel om in een reuzenrad plaats te nemen. Maar dat duurt maar één tel. Met andere woorden: wij vertrekken naar een pretpark in verband met de pret van onze leerlingen, niet die van onszelf. Onze tegenstanders zien het nobele van deze overwegingen helaas geen moment in. Luie vrouwen zijn we, gemakzuchtige tuttebellen, bepaald geen sieraden voor onze beroepsgroep.

Onze conciërge is een grote fan van dit schoolreisje. Hij wil altijd mee. Maanden van tevoren reserveert hij al een plekje. Telkens loopt hij de klas binnen om te vragen of ik al weet wanneer we gaan en wie hij in de groep krijgt. Zelfs met 39 graden koorts hijst hij zich nog in de auto naar Flevoland. Zijn grootste passie geldt de wildwaterbaan. De onder zijn hoede gestelde leerlingen moeten soebatten en flink doorzeuren om ook eens een andere attractie met een bezoek te mogen vereren. Bij de maaltijd ­ patat met een hamburger ­ staat hij vooraan met zijn bordje. ³Eerst de kinderen, Kees², zeggen wij op zulke momenten streng doch tamelijk vruchteloos. Natuurlijk is Kees niet mee voor de kinderen. Toch is een uitstapje zonder Kees geen echt uitstapje. Wij koesteren hem.
En dan is er nog iets opmerkelijks met petjes. Wie denkt dat je op schoolreizen je handen vol hebt aan hen vergist zich. Petjes durven namelijk helemaal niets. Ze rillen van achtbanen, doen het in hun broek van spaceshots en worden onpasselijk van al te hard zwiepende schommels. Petjes houden van treintjes en draaimolens. Nee, dan die stille meidjes. Onbevangen en onbevreesd nemen zij plaats in de meest afschrikwekkende apparaten. ³Ik mocht haast nergens in.
Ik ben te klein², mopperde Rosalie aan het eind van de dag. ³Toen ben ik maar de hele tijd in de Condor gegaan.² Er is niets ergers dan de Condor. Niets.

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.