• blad nr 12
  • 17-6-2000
  • auteur D. van 't Erve 
  • Dossier

 

Waar er twee kijven...

Ruim twintig jaar is P. leerkracht en intern begeleider op een school voor speciaal onderwijs, als zij in 1990 heibel krijgt met de andere twee begeleiders. Het meningsverschil loopt steeds hoger op en najaar 1994 besluit de directie P. vanwege een verstoorde werkrelatie te schorsen. Uit onderzoek blijkt dat zij goed functioneert in de klas, maar dat ze volgens de directie communicatieproblemen veroorzaakt door haar negatieve houding¹.
Begin 1995 mag P. onder een aantal voorwaarden, waaronder instemming met een extern begeleidingstraject, terugkeren. Volgens de externe begeleider blijkt in augustus dat zij zich goed aanpast en dat haar houding tegenover directie en collega¹s verbetert. Na precies een jaar is het echter weer mis. Hoewel het contact met de directie is verbeterd, is eind augustus 1996 de maat voor de interne begeleiders echt vol. Zij willen niet meer met P. samenwerken, omdat haar negatieve houding volgens hen niet verandert.
De gemeente, het bevoegd gezag, besluit P. per 1 juli 1997 te ontslaan omdat terugkeer onmogelijk is geworden. Als het bezwaar tegen haar ontslag niets oplevert, stapt ze met hulp van de juridische dienst van de AOb naar de rechter. Het ontslag op grond van onverenigbaarheid van karakters is volgens P. onvoldoende gemotiveerd en daarbij zijn het onderzoek en de besluitvorming onzorgvuldig geweest. Er is namelijk alleen naar haar aandeel in de problemen gekeken, terwijl de twee interne begeleiders alleen met haar samenwerkten als dat strikt noodzakelijk was. Later weigerden zij zelfs haar te helpen. Onzorgvuldig is ook dat de gemeente nauwelijks iets voor haar heeft gedaan om een andere baan te vinden en op geen enkele manier heeft geprobeerd negatieve gevolgen voor haar te beperken.
Volgens de gemeente is het besluit voldoende gemotiveerd. Kosten noch moeite zijn gespaard om haar als leerkracht aan de school te behouden. De rechtbank spreekt uit dat bij verschillende gelegenheden is vastgesteld dat P. al ruim 25 jaar een uitstekende leerkracht is die het vertrouwen van haar leerlingen geniet. In de problemen had ze volgens de rechter zeker een aandeel, maar de conflicten zijn niet alleen aan haar te wijten. Er heeft ook het nodige geschort aan de opstelling van de directie en gemeente. De rechtbank snapt niet dat de directie accepteerde dat de interne begeleiders weigerden om met P. de problemen te bespreken. Dat volgens de gemeente P. ook moeilijkheden had met andere collega¹s is niet aannemelijk. Illustratief acht de rechtbank hiervoor dat P. in korte tijd benoemd is tot adjunct-directeur op een nieuwe school, terwijl ze daar als gevolg van het conflict op arbeidstherapeutische basis moest beginnen.
Verder heeft de gemeente, vindt de rechter, in het conflict een te afwachtende houding aangenomen en uiteindelijk zonder aanbod van vergoeding of echt herplaatsingsonderzoek besloten tot ontslag. Een vergoeding van een bruto jaarsalaris is volgens de rechter op zijn plaats. De gemeente moet een nieuw besluit nemen en de proceskosten betalen.

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.