• blad nr 12
  • 17-6-2000
  • auteur . Overige 
  • Column

 

Begrijpt u het?

Het blijft fascinerend wat mensen in een cultuur tot gebied maken dat begrepen mag worden en wat juist verdrongen of onder de tafel moet worden geveegd. In Nederland is begrijpend lezen zošn blinde vlek. We zijn er niet goed in. In de internationale vergelijkingen staan we onderaan en we slagen er niet in een meerderheid van de leerlingen goed toe te rusten. Lees het verslag van leraar Pak in het mbo en je schrikt je wild (NRC Handelsblad, 3 juni).
Ga je er op letten, dan sta je verbaasd over de manier waarop begrijpend lezen in de basisschool als ondergeschoven kindje wordt behandeld. Ik had die verbazing al in de jaren tachtig toen ik in de ouderraad van de basisschool van mijn kind zat. Wij droegen ons steentje bij aan de ontwikkeling van een nieuw schoolwerkplan. Over de school verder niets dan goeds. Maar de manier waarop het lezen in stukjes werd gehakt met begrijpend lezen ergens onderaan als iets voor een regenachtige namiddag, ging mijn pet ver te boven. Mijn simpele gedachte dat al het lezen toch begrijpend zou moeten zijn en dat je vanuit dat doel bepaalde facetten desgewenst apart aandacht zou kunnen geven, vond geen weerklank bij het team. Goed, dat is lang geleden en sindsdien is er ­ mede door de slechte internationale score - gelukkig veel meer aandacht. In Nijmegen is zelfs een expertisecentrum opgericht.
Maar dat de praktijk weerbarstig is bleek mij onlangs. Het volgende overkwam een in Nederland wonend buitenlands echtpaar. Hun kinderen zitten op een witte basisschool en zij willen graag weten wat hun kinderen zoal leren. Lezen heeft hun bijzondere belangstelling omdat hun kinderen tweetalig zijn. Hun jongste zoon zit in groep vijf. De moeder heeft gemerkt dat het bepaald niet vanzelfsprekend is dat ouders weten wat hun kinderen leren. De moeder ontdekt als (hulp)leesmoeder dat het niet om het begrijpen van een tekst gaat maar om het technisch kunnen voorlezen. Vragen hierover worden haar niet in dank afgenomen, de school stelt zich op als gesloten bastion. En op het rapport van zoonlief staat bij begrijpend lezen een liggend streepje. Sinds kort zitten de kinderen op een andere school die opener is. Maar ook daar blijft begrijpend lezen een vaag onderdeel van het curriculum. De moeder weet dat er een Cito-toets begrijpend lezen is afgenomen en heeft naar de uitslag gevraagd. Krijgt ze niet. Wordt geďntegreerd in het rapportcijferš, zegt de juf. Maar uit het rapport blijkt niets van die integratie. Bij begrijpend lezen staat weer een liggend streepje.
Toevallig? Nee, dat geloof ik niet, en in die zin valt de twee scholen ook weinig te verwijten. Ze tonen symptomen van die blinde vlek van Nederland. Wat mij dan bezighoudt is de vraag hoe die is ontstaan. En waarom speciaal voor begrijpend lezen? Want neem nou ons wiskunde-onderwijs, daar is net het omgekeerde het geval. Internationale topscores en erkenning van onze wiskundedidactiek. Er zijn verschillende verklaringen te bedenken. De eerste gaat ver terug in de geschiedenis. Frijhof en Spies beschrijven in hun interessante schets van de Nederlandse cultuur in 1650 deze als een levendige Œdebatcultuurš, die steeds geprikkeld werd door de in de talloze uitgeverijen gedrukte pamfletten. Ongeveer driekwart van de Nederlanders kon (begrijpend) lezen, en je snapt dat mensen door die debatten en pamfletten steeds weer gemotiveerd raakten.
Wat is er tussen gekomen? Ten minste drie ontwikkelingen, is mijn voorzichtige indruk. Allereerst het doorwerken van de reformatie. De gereformeerde (staats)kerk vreesde de humanistische debatcultuur en deed erg zijn best de Nederlander weer recht in de leer te krijgen: niks begrijpen dus, maar gewoon Gods woord aannemen. Ten tweede de verzuiling, die in de negentiende eeuw haar beslag kreeg. Enerzijds leidde dat tot opgroeien in één ideologie ­ die van de zuil ­, anderzijds tot een zeer gedempte, want over de zuilen gespreide klassenstrijd, die ook weer met de ideologie van de zuil werd toegedekt. Beide kanten van die verzuiling droegen dus bij tot het aannemende lezen, en juist niet tot het kritische en begrijpende lezen.
Ten slotte is er het twintigste-eeuwse geloof in de aanleg. Begrijpend lezen zou zo sterk met de intelligentie samenhangen dat het toch nauwelijks te beďnvloeden is.
De cirkel is rond als je bedenkt dat de mensen die over deze Nederlandse blinde vlek vragen zouden moeten stellen, nu net weer de mensen zijn die op school de kans niet krijgen om goed begrijpend te leren lezen.

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.