- blad nr 20
- 12-12-2015
- auteur A. Jonkman
- Column
Echt leven
Ondanks dat leerlingen met een duidelijk instructieboekje in tien stappen gedurende vier maanden door het scheppingsproces van hun huzarenstukje worden heen geloodst, beginnen de meeste er pas twee weken van te voren flink aan te trekken. Er staat tachtig uur per leerling voor, dus ‘mevrouw, ik loop hopeloos achter met mijn planning voor wiskunde’. 5 Havo en 6 vwo vragen mijn begrip daarvoor. Dat heb ik tot op zekere hoogte, want een profielwerkstuk schrijven kunnen de meeste leerlingen niet. Ondanks het mooie instructieboekje is die taak voor velen te groot om te overzien. En inhoudelijk ingewikkelder dan zij gewend zijn. Ik schrap een paar opgaven, zodat de werklast voor mijn vak weer overzichtelijk wordt, en ik praat met de klas over hun werkstukken. Ze vinden het zoeken naar antwoorden op hun onderzoeksvragen zonder uitzondering interessant, maar ze hebben gewoon teveel te doen om er echt plezier aan te beleven. Leerlingen zien hun schoolwerk als iets dat zij moeten afvinken. “Ik moet het wel afraffelen, want ik wil ook nog leven.” Kenmerkende aspecten? Voldoende geleerd. Bouwplan voor de betogende spreekbeurt? Min of meer opgesteld. Boekverslag? Gedownload en ingeleverd. Opgaven gemaakt? 3, 5 en 8 wel, 1 en 2 bewust niet. Practicum? Door een klasgenoot laten doen. Check, klaar. En nu leven: Facebook checken, rijles, sporten, gamen, chillen, series kijken. Doodzonde vind ik het, maar wij houden het gedrag zelf in stand. Een leerling vertelt dat zij vergeleken bij andere jaren voor dit PWS teveel vrijheid krijgt. Ze vindt het prettiger als een docent gewoon zegt wat zij moet doen en haar geen keuzevrijheid geeft. “Dat kost veel te veel tijd, ik wil er gewoon vanaf zijn en iets leuks gaan doen.” Ik vraag: “Wat nou als wij school zo zouden inrichten dat het echt leven zou zijn?” Ze zet haar muts en koptelefoon af en haar ogen beginnen te glimmen.