• blad nr 12
  • 17-6-2000
  • auteur . Overige 
  • Redactioneel

Eindelijk weet ik weer waarvoor ik mensen opleid 

Betere tijden voor jonge Duise leraren

Er zijn grote verschillen tussen het imago van leraar in Nederland en Duitsland. In Duitsland zijn de universitaire lerarenopleidingen dan ook overvol. In beide landen zijn de lerarenopleidingen aan verandering onderhevig. In Nederland ingrijpend - gedwongen door het geringe animo voor het leraarschap -, in Duitsland aarzelend - uit politieke verstarring en uit bezorgdheid dat verandering verslechtering kan betekenen.

Eindelijk weet ik weer waarvoor ik mensen opleid!2 Hoorbaar opgelucht vertelt Walter Kuhfuß, hoofd van de postacademische opleiding tot Gymnasialleraar te Trier, dat voor het eerst sinds jaren net afgestudeerde leraren een aanstelling krijgen. De vraag zal verder toenemen vanwege het sterk verouderde lerarenbestand. In West-Duitsland gaat meer dan de helft van de leraren voor 2010 met pensioen. Ook nemen sommige deelstaten na jaren bezuinigen weer maatregelen om het onderwijs te versterken. Saarland trekt volgend schooljaar honderd extra leraren aan om de klassen te verkleinen, Rheinland-Pfalz neemt 400 extra leraren in dienst om lesuitval door ziekte terug te dringen.
Aan de schoolwet van Rheinland-Pfalz valt op dat leraren veel vrijheid krijgen. Volgens de wet moeten leraren-in-opleiding leren hun pedagogisch-didactische vrijheid in het belang van de leerling in te vullen. Lerarenopleider Kuhfuß legt uit dat aan de Duitse schoolcultuur drie waarden ten grondslag liggen: rationaliteit, individualiteit en solidariteit. Onder rationaliteit vallen doelen als kennisvergaring en logisch denken, onder individualiteit zelfontplooiing en creativiteit en onder solidariteit samenwerking en zorg voor zwakkeren. 3Het probleem is dat de doelen vaak tegenstrijdig zijn. Wanneer je bijvoorbeeld de kennis van je individuele leerlingen gaat meten, bevorder je niet de gemeenschapszin. Leraren-in-opleiding moeten leren daarin zelfstandig te beslissen.2
Elke Duitse lerarenopleiding bevat twee fases: een theoretische studie en een praktische opleiding. De eerste, universitaire fase van de opleiding tot Gymnasialleraar bestaat voor ongeveer tachtig procent uit theoretische vakkennis, schat Kuhfuß. De aanstaande leraren studeren twee vakken. Daarnaast moeten ze een aantal colleges volgen in vakdidactiek en pedagogiek. En ze moeten per vak een schoolstage doen. Ulrike Ruppenthal (27), lerares Frans en Engels aan een Gesamtschule (middenschool) in Bexbach, Saarland, denkt met genoegen terug aan deze tijd: 3Ik vond het erg leuk, hoewel het niet veel met de realiteit of school te maken had.2 Oliver Ecker (27), leraar-in-opleiding in Neunkirchen, Saarland, is tevreden over de tweefasenstructuur: 3Ik vind het heel zinvol dat er eerst voor gezorgd wordt dat je vakinhoudelijk goed bent toegerust, voordat je aan de praktijk begint.2 Wel zet hij vraagtekens bij de studieduur, die in theorie slechts vier jaar maar in de praktijk meestal veel langer duurt. Duitse studenten zijn gemiddeld zo1n 28 als ze aan de universiteit afstuderen. 3Maar2, aldus Ecker, 3je hebt natuurlijk wel tijd nodig om je horizon te verbreden en iets van de wereld te zien. Als aanstaande leraar Engels en Frans heb ik bijvoorbeeld ook in Engeland gestudeerd en in Frankrijk stage gelopen.2

Bescheiden loon
In de tweede, praktische fase, die voor Gymnasialleraren twee jaar duurt, krijgen de leraren-in-opleiding een bescheiden inkomen. In Rheinland-Pfalz netto zo1n 1300 en in Saarland netto zo1n 1650 mark. Hiervoor zijn ze in Rheinland-Pfalz twaalf en in Saarland zestien uur in de klas om te observeren en (begeleid) les te geven. Na een half jaar krijgt de leraar-in-opleiding eigen klassen: in Rheinland-Pfalz zeven en in Saarland tien uur. De leraar-in-opleiding wordt voornamelijk begeleid door Fachleiter, vakdidactici die zelf ook nog lesgeven. Lerares Ruppenthal: 3Een goede Fachleiter drukt je een schema in de hand, waar je van op aan kunt. Maar hij zegt ook: Je kunt het ook zo of zo doen en als je nog een ander idee hebt, laat het me dan even weten.2 Tijdens de opleiding worden per vak vier lessen uitgebreid voorbereid, geobserveerd, besproken en beoordeeld.
Leraar-in-opleiding Ecker: 3Het is alleen wel zo dat leraren-in-opleiding steeds vaker en steeds vroeger onbegeleid moeten lesgeven. Meestal bij ziekte als vervanger.2 Ruppenthal: 3Degenen die voor mij in opleiding waren, hebben vanaf het begin zelfstandig klassen gedraaid. Ze wisten niet hoe ze moesten lesgeven, maar ze werden wel gewoon ingezet. Het hangt helemaal van je Fachleiter af.2
Naast hun schooltaken volgen de Duitse leraren-in-opleiding nog een algemeen college en twee vakcolleges per week op het tweedefase-instituut. Deze colleges zijn er vooral om de praktijk met de theorie te verbinden, legt Kuhfuß uit. Ruppenthal: 3Bij het algemene college krijg je de eerste zes maanden schoolrecht, bijvoorbeeld de regels waar je je aan moet houden bij schoolreisjes. Daarna veel verschillends, zoals werkvormen, leermethoden en beoordeling.2 Is alles zo praktijkgericht? Ruppenthal: 3Nou nee, zo ken ik nu drie manieren waarop je de stelling van Pythagoras niet moet uitleggen, maar wat heb ik daaraan als lerares Frans?2

Praktijkshock
Ruppenthal is na haar opleiding 3zeker een betere lerares dan ervoor. Dat ligt vooral aan het instrumentarium dat je krijgt aangereikt. Wat wel ontbreekt, is bijvoorbeeld hoe je in sommige klassen met je vuist op tafel moet slaan.2 Ecker vindt 3dat je goed leert om kritisch en op basis van vakliteratuur je eigen standpunt te bepalen.2 Als nadeel zien ze de studieduur van de tweede fase: 3Het zou best wat korter kunnen.2
De Duitse publieke opinie is nogal eens kritischer. Zo kopte het gezaghebbende weekblad Die Zeit eind 1999 een artikel met RDe misère begint met de opleiding. De praktijkshock treft leraren onvoorbereid.1 Om de opleiding te evalueren hebben de deelstaatministers van onderwijs in 1998 een commissie in het leven geroepen. Deze concludeert in het rapport RPerspectieven van de lerarenopleiding in Duitsland1 (1999) dat de opleiding vakinhoudelijk sterk, maar pedagogisch-didactisch veelal onbevredigend is. Kritiek heeft de commissie op de universiteiten, die de lerarenopleiding als een secundaire taak zien, op de tweedefase-instituten, die niet altijd over voldoende gekwalificeerd personeel beschikken, op het gebrek aan coördinatie tussen de eerste en tweede fase en op het ontbreken van externe evaluatie. Bovendien pleit het rapport voor een derde fase met aandacht voor het leren in het beroep.
Ook lerarenopleider Kuhfuß is voor verbetering van het systeem. Door de invoering van een derde fase, die in begeleiding van jonge leraren voorziet, zou de tweede fase iets korter kunnen.2 Meteen daarop waarschuwt hij wel voor te hoog gespannen verwachtingen. 3Het is kenmerkend voor de Duitse onderwijstraditie om leraren met absoluut onbereikbare idealen op te zadelen.2 Spottend: 3Leraren zijn geen Übermenschen. Ze kunnen niet alle maatschappelijke problemen oplossen.2 Hij pleit voor een Rbescheiden realisme1. 3Een goede leraar is iemand die van kinderen houdt. En die geleerd heeft om goed les te geven en op te voeden. Punt uit!2

Lerarenopleidingen universitair
In Rheinland-Pfalz zijn alle lerarenopleidingen universitair. Er zijn verschillende trajecten: voor basisscholen, voor het speciaal onderwijs, voor het beroepsonderwijs, voor Realschulen (mavo/havo) en Gymnasien (havo/vwo). Alleen voor Gesamtschulen (soort middenscholen) bestaat geen eigen opleiding. Dit zijn de enige scholen waar leraren voor verschillende schooltypes samenwerken. Alle lerarenopleidingen omvatten twee fases: een lange academische studie met een officiële cursusduur van minimaal drie jaar en een kortere postacademische opleiding van minstens anderhalf jaar door een overheidsinstelling, een zogenoemd Studienseminar. Deze instituten zijn relatief autonome, kleinschalige opleidingen.
De opleiding voor leraar basisonderwijs, die tevens bevoegd maakt voor Hauptschulen (vmbo), duurt het kortst en telt de meeste studenten. De arbeidsmarktperspectieven zijn hier het best, zeker voor de Rrestschool1 Hauptschule, die als sociale brandhaard geldt. De opleiding tot Gymnasialleraar is het zwaarst en duurt lang. Desondanks is ze meer in trek dan de overige lerarenopleidingen. Gymnasialleraren verdienen het meest en mogen bij tekorten ook in alle andere schooltypes lesgeven.
Of een Duitse leraar na zijn opleiding snel een baan vindt, hangt in hoge mate van zijn eindcijfer van de tweedefase-opleiding af. Verreweg de meeste Duitse scholen zijn openbare scholen. Vacatures worden centraal door het deelstaatministerie vervuld. Hierbij krijgt de sollicitant met het hoogste cijfer nagenoeg automatisch de baan. In Rheinland-Pfalz wordt een jonge leraar na een proeftijd van vijf jaar ambtenaar. Als hij eenmaal ambtenaar is, kan hij niet meer ontslagen worden.

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.