• blad nr 20
  • 12-12-2015
  • auteur A. Moerman 
  • Meer voor elkaar

 

Het vuur van klassieke vakken

Een gymnasiale opleiding is meer dan Grieks en Latijn. Math Osseforth, voorzitter van de Belangengroep Gymnasiale Vorming van de AOb, legt uit hoe dat zit.
{vraag}Vertel?
“Dan moet ik teruggrijpen op Plato. Die zei: ‘de ware werkelijkheid is niet onder woorden te brengen, die moet je voelen’. Of op zijn Cruijffiaans: ‘je gaat het pas zien als je het door hebt’.”

{vraag}Probeer het toch maar eens uit te leggen?
“Daar zijn we met onze Gouden Standaard nu juist zo druk mee bezig. We willen als BGV met die standaard helpen bij het beter zichtbaar maken van wat het gymnasiaal onderwijs onderscheidt van andere onderwijstypen.”

{vraag}Is die Gouden Standaard een soort van keurmerk of zo?
“Dat is het juist helemaal niet. Deze standaard, waar we al sinds 2010 aan werken, is een hulpmiddel voor scholen om duidelijk te krijgen waarin de gymnasiale afdeling onderscheidend is. Als je dat niet duidelijk kunt maken, dan kun je net zo goed de gymnasiale afdeling opheffen.”

{vraag}Vertel dan maar wat gymnasiaal onderwijs beslist niet is?
“Als het gymnasiale alleen rust op de aanwezigheid van die twee klassieke talen, dan mag van mij het etiket ‘gymnasium’ eraf. Het gehele gymnasiale onderwijs moet ervan doordrenkt zijn. Dat is het ideaalbeeld. Dat je als vakdocent Frans in een gemengde klas van gymnasten en atheneumleerlingen, de gymnasten er blindelings uit kunt pikken omdat ze ‘ruimer denken’. Niet beter of slimmer, maar anders. Dat vuur is dan aangewakkerd in de klassieke vakken.”

{vraag}En hoe staat het er voor met dat onderscheidende vermogen?
“Onze laatste enquête leerde onder meer dat schoolmanagers en leraren in de klassieke talen daar verschillend over denken. Maar ook dat heel veel scholen op de goede weg zitten met het beter zichtbaar maken van het verschil. We komen tijdens ons onderzoek echt pareltjes tegen. Die zullen we via onze website en op ons tweejaarlijkse congres in 2016 zichtbaar maken voor iedereen.”

{vraag}Noem eens een voorbeeld?
“Ik ken een school waar het vaklokaal van de classici is verhuisd van de zolder naar meteen rechts naast de voordeur. Een lokaal voor dertig leerlingen waar de docent dus soms les geeft aan vier zesdejaars. Dan maak je als school een statement. Onze enquête leert dat nogal wat classici het gevoel hebben dat ze in het verdomhoekje zitten. Op deze manier laat een schoolleiding zien dat de gymnasiale vorming wat waard is, dat je wilt investeren. Dat kan ook door bijvoorbeeld meteen vanaf het eerste jaar les te geven in Latijn en Grieks. Nu start dat vaak later, we zijn scholen tegengekomen waar ze zelfs pas in het derde jaar starten met Grieks.”

{vraag}Vier examenleerlingen? Moet je bij dergelijke aantallen niet gewoon de stekker uit die gymnasiale afdeling trekken?
“Dat ben ik volledig met je eens, maar ook helemaal niet. Want als een school er in slaagt om die ‘gymnasialiteit’ door te laten sijpelen in alle vakken, dan vind ik gymnasiale scholing zelfs nog de moeite waard met twee examenleerlingen. Maar als ‘het gymnasiale’ niet verder komt dan de klassieke vakken, dan zeg ik: opheffen.”

Meer informatie op bgv.aob.nl

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.