• blad nr 12
  • 17-6-2000
  • auteur D. van 't Erve 
  • Redactioneel

De ene ouder kijkt de ander erop aan 

Hoofdluis is nog steeds taboe

Hoofdluis. Elke basisschool krijgt er wel een keer mee te maken en meestal is het probleem redelijk snel onder controle.
Maar als het beestje ondanks alle maatregeln hardnekkig aanwezig blijft, drijft dat alle betrokkenen tot wanhoop.
"Sommige ouders worden zelfs agressief of houden hun kinderen gewoon thuis".

Marijke Kienhuis, leerkracht van basisschool de Finnjol in Lelystad, wordt er moedeloos van. Na ruim een jaar is de school nog steeds niet luizenvrij. ³Het lijkt onbeheersbaar², vertelt ze. ³We zetten ons echt voor de volle honderd procent in, maar de luizen komen steeds terug.²
De school heeft allerlei maatregelen genomen om luizen tegen te gaan. De jassen van de leerlingen worden al geruime tijd in plastic tassen aan de kapstok gehangen. Een standaardmaatregel, die voorkomt dat de luis van de ene jas naar een andere kan overlopen. Ook zijn alle knuffels en verkleedkleren voor de kleutergroepen uit voorzorg opgeborgen. ³Daar wordt voorlopig niet mee gespeeld², zegt Kienhuis. ³Dat is niet alleen jammer, het komt de kwaliteit van het onderwijs ook niet ten goede.²
In eerste instantie controleerde Kienhuis samen met een collega elke week de leerlingen. Steeds als ze bij een leerling luizen vonden, namen ze contact op met de ouders en stuurden het kind voor behandeling naar huis. ³Op een gegeven moment waren een paar ouders het echt zat dat ze steeds opnieuw hun kinderen moesten behandelen en besloten toen om extra te controleren. Elke vrijdag worden de leerlingen nu door twee ouders grondig nageplozen.²
Maar ook na bijna twee maanden zijn de kinderen nog steeds niet luizenvrij. ³Vorige keer was het bij zes leerlingen in een klas weer raak², zegt Kienhuis. ³Je krijgt dan een heel wantrouwende situatie. De ene ouder kijkt de ander erop aan. Sommigen worden zelfs agressief of houden hun kinderen gewoon thuis. Er is al een ouder die heeft gedreigd om zijn kind van school te halen.²

Immuun
Kienhuis kan het zich goed voorstellen dat ouders er radeloos van worden. Er komt dan ook nogal wat bij kijken. Niet alleen moet het haar van de kinderen behandeld worden met speciale shampoo of lotion, ook dat van gezinsleden moet onder behandeling. Daarnaast moeten beddengoed en alle kleding op zestig graden gewassen worden en de knuffels een week lang in afgesloten plastic zakken worden opgeborgen, zodat de luizen doodgaan. ³Als je je kind voor de zesde keer onder de luizen thuiskrijgt, dan is het logisch dat je als ouder kwaad wordt², zegt Kienhuis. ³Behalve veel moeite kost het namelijk ook nog eens veel geld. Ga maar na, een goede lotion kost zo¹n twintig gulden.²
De leerkracht zou dan ook graag zien dat de school de bestrijdingsmiddelen gewoon kon meegeven aan de ouders of dat er vergoeding voor komt van het ziekenfonds. ³Want ouders kiezen al snel voor de goedkopere shampoo, maar die helpt echt niet meer. De luizen zijn er gewoon immuun voor geworden. Als de school een flesje mee kan geven, heb je bovendien meer garantie dat een leerling echt behandeld wordt. Soms is het maar de vraag of bijvoorbeeld ouders die de taal slecht spreken, het probleem wel begrijpen en er iets aan doen.²
Directeur Henk Blikman van basisschool de Wiekslag in het Twentse Tubbergen herkent het hardnekkige luizenprobleem. Ruim een half jaar kampte de school met luizen, toen de directeur nog maar één oplossing zag: hij dreigde de kinderen naar huis te sturen als ze niet luizenvrij op school verschijnen. ³Het is bij een dreigement gebleven, want blijkbaar heeft het voldoende geholpen², vertelt Blikman. ³Natuurlijk geven we kinderen informatie over het bestrijden van luizen mee, maar ik vermoed dat sommige ouders het advies gewoon aan hun laars lapten. De ouders die er alles aan doen, worden boos en komen klagen. Een rigoureuze maatregel om leerlingen te weigeren is dan blijkbaar nodig.²
De school is al weer een half jaar luizenvrij. De directeur heeft de hulp van de GGD ingeroepen om verdere hinder te voorkomen. ³We willen op school een luizencontrole door ouders opzetten. Maar tot nu toe hebben we nog geen enkele ouder kunnen vinden die die taak op zich wil nemen. Naar mijn idee is het nog steeds een taboe. Men schaamt zich dat luizen voorkomen en wil er niets mee te maken hebben.² Toch hebben het dreigement en de daaraan verbonden publiciteit het onderwerp wel bespreekbaar gemaakt. ³Ik denk dat de ouders wat toegeeflijker zijn geworden. Ze zullen eerder melden dat hun kind luizen heeft, dat was daarvoor ondenkbaar.²

Jippie
Al ruim twaalf jaar pluist Holly Haylock leerlingen na op luizen. Bij elk van haar vier kinderen meldde ze zich op hun basisschool als luizenmoeder. ³Mijn kinderen zaten allemaal op verschillende scholen, dus ik denk dat ik de helft van de kinderen van Utrecht inmiddels wel onder handen heb gehad², zegt ze. Zelf is ze niet bang voor besmetting, dat heeft ze namelijk al vaak genoeg meegemaakt. ³Het is voor mij gewoon. Ik werkte vroeger bij het blijf-van-mijn-lijfhuis en daar krijg je er al snel mee te maken.²
Nu controleert ze een keer in de twee weken bij haar dochter in de klas van de jenaplanschool Wittevrouwen in Utrecht. ³Gewoon in de les, maar wel discreet. Ik schrijf de namen van de kinderen met luizen op en dat geef ik dan later door. Soms is er ook tijd om tijdens de controle een verhaal te vertellen, dat doe ik graag. Na afloop van de controle zeg ik dat ze saai zijn, omdat ik helemaal geen luizen heb gevonden. Maar als ik luizen vind, roep ik heel hard Œjippie¹, alsof het juist heel leuk is. Soms willen kinderen niet naast een kind met luizen zitten. Dan leg ik uit dat het helemaal niet smerig is, dat je er niets aan kunt doen en dat zij het waarschijnlijk ook hebben. Dat is dan meestal ook zo.²
Ze merkt dat het nog steeds een groot taboe is, vooral onder ouders. ³Als ouders horen dat hun kind luizen heeft, roepen ze: Gedverderrie, hoe kan dat nou?¹ Ik zeg dan dat het geen schande is, dat iedereen het kan krijgen, dat hun kinderen het misschien wel van de mijne hebben. Ik zie dat mijn aanpak helpt, dat ouders ook sneller zelf melden dat hun kind luizen heeft.²
³Hoe ouder kinderen worden hoe meer ze hun ouders gaan napraten. Dan vinden ze luizen opeens ook vies², weet Haylock. ³In de eerste twee groepen zijn de kinderen jong en dan speelt schaamte nog niet zo. Ze komen vaak uit zichzelf al naar je toe, omdat ze de controle heel fijn vinden. Maar het mooiste is als een kind naar je toe komt en vraagt: Wil je daar even kijken, want het jeukt zo.²
Op de Jenaplanschool in het Groningse Midwolde wordt er ook zo open mogelijk over gepraat. ³We hadden tot vorig jaar nog nooit eerder last van luizen², zegt leerkracht Karla Mooy. ³Toen we luizen constateerden, hebben we met man en macht gewerkt om het onder controle te krijgen. Daarin is openheid heel belangrijk. Ik vertelde dan ook gewoon dat ik er zelf ook last van had. Je hoeft je er niet voor te schamen en het verlaagt de drempel als ouders en leerlingen zien dat ze er niet alleen in staan.²
Na een half jaar waren de leerlingen luizenvrij. Om het te vieren zijn ze met de hele school en de hulpouders naar de Walt Disney film ŒLuizenleven¹ geweest. Een tekenfilm waarin een mier zijn volk wil redden van een kolonie sprinkhanen en daarbij de hulp inroept van tweederangs artiesten uit een vlooiencircus. ³Het was een erg geslaagd uitje², weet Mooy nog. ³We hadden er ook zo hard aan gewerkt en waren zo blij dat het voorbij was, dat dit wel een goede beloning was.²

Prettig in schoon haar
De GGD adviseert scholen hoe ze het beste kunnen handelen als er luizen zijn geconstateerd. Zelf de scholen bezoeken, doet de GGD niet meer. ³Vroeger hadden we nog de Œpietenzusters¹ die alle scholen langsgingen voor controle², zegt Wim Gorissen, adjunct-hoofd jeugdgezondheidszorg GG&GD Utrecht. ³Maar die controles waren te weinig en om elke week iemand naar de school te sturen, is financieel absoluut niet haalbaar. We raden scholen nu aan om een team van luizenouders op te zetten, die regelmatig controleren. De werkgroep kan dan wel door ons worden begeleid.²
Volgens Gorissen is hoofdluis minder een taboe dan vroeger. ³Toch zijn er nog steeds ouders die niet doorgeven dat hun kind luizen heeft. Blijkbaar leeft het idee nog dat het met slechte hygiėne te maken heeft. Maar dat is totaal ten onrechte. Luizen vinden het zelfs prettiger in schoon haar.²
Dat vooral kinderen last hebben van luis, komt omdat ze vaak letterlijk met de koppen bij elkaar zitten. Hierdoor vindt makkelijk besmetting plaats², zegt Gorissen. ³Omdat kinderen altijd en overal in contact komen met andere kinderen, worden vooral na de vakanties op scholen weer luizen geconstateerd.²
Waarom luizen nog steeds bestaan? Tja, waarom zijn er nog steeds mieren of muggen?², zegt Wim Gorissen. Hij heeft dan ook niet het idee dat de luis snel uitgeroeid wordt. ³De luis is zelfs aangetroffen op Egyptische mummies. Als de parasiet dus al zo lang bestaat, zou ik niet weten waarom hij over vierduizend jaar niet nog steeds zal leven.²
Het belangrijkste om de luizen op school de baas te worden, is volgens Gorissen dat iedereen tegelijk er iets aan doet. ³Daarbij is het belangrijk dat niets wordt vergeten. Een luis kan nog zo¹n 48 uur leven. Als in het gezin iedereen behandeld is, het beddengoed gewassen, de knuffels in tassen geknoopt, maar je vergeet net die brommerhelm, dan kom je er niet vanaf.²
Luizen en de neten (de eieren) gaan niet zomaar dood. De behandeling geeft volgens de GGD het beste resultaat wanneer er zowel een bestrijdingsmiddel als een speciale kam wordt gebruikt. ³Sommige mensen vinden het vervelend om chemische middelen te gebruiken², vertelt Gorissen. ³Maar tot nu toe is van geen enkel alternatief middel, bijvoorbeeld op oliebasis, bewezen dat het luizen doodt.²
Gorissen vindt het jammer dat de bestrijdingsmiddelen een paar jaar geleden uit het ziekenfonds zijn gehaald. ³Het is wel te begrijpen, want er is geen echt medische reden voor vergoeding. Je wordt er namelijk niet ziek van, het is alleen vervelend. De overheid gaat ervan uit dat mensen de bestrijdingsmiddelen zelf kunnen betalen. Maar misschien is het een idee om te proberen per gemeente geld voor luizenbestrijding op scholen los te krijgen.²
Voor mensen die geen chemische middelen willen gebruiken of betalen, raadt Gorissen het kammen met een speciale kam (stofkam tegen luizen en een nisskakam tegen neten) aan. ³Kammen is een heel goed alternatief, zolang het intensief gebeurt. Twee keer per dag en lok voor lok, net zo lang tot er geen luizen meer worden gevonden. Het kost wat doorzettingsvermogen, maar het is wel gratis.²

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.