• blad nr 20
  • 12-12-2015
  • auteur J. van Aken 
  • Aan de telefoon

 

Verwoestende brand brengt scholen samen

De kans is groot dat deze oudjaarsnacht opnieuw brand uitbreekt op scholen. De vuurwerkbrand in Uden bracht scholen dichterbij elkaar. ‘Vanaf dag een zijn we gezamenlijk opgetrokken.’

Tekst Mandy Pij

Zoals elk jaar vierde Harold van der Venne, directeur van openbare basisschool De Brinck in Uden, oud en nieuw bij vrienden toen zijn vrouw rond half tien een telefoontje kreeg. Aan haar gezicht zag hij dat het ernst was en Van der Venne haalde zijn eigen telefoon uit zijn broekzak. In het feestgedruis bleek hij aardig wat oproepen te hebben gemist. Aan de andere kant van de lijn klonk een geëmotioneerde collega.
“In een paar seconden ging er van alles door mijn hoofd,” vertelt Van der Venne. “Ik ging uit van het ergste: het overlijden van een leerling, een collega. Toen bleek dat de school in brand stond, overviel me een gevoel van opluchting. Hoe vervelend ook, het betrof het gebouw en geen persoonlijk leed.”
Eenmaal ter plaatse zag Van der Venne hoe de vlammen uit het dak van de school sloegen. De aanpalende rooms-katholieke basisschool Jan Bluyssen was nog intact en het leek erop dat die gespaard bleef. Er kwam assistentie van brandweerkorpsen uit de regio, er was pers op de been, fotografen. Ook Klaske van den Berg, directeur van de Jan Bluyssen nam poolshoogte. “Voor De Brinck zag het er niet goed uit, en tegen Harold zei ik: ‘Joh, ik heb nog wat lokalen vrij waar je na de vakantie kunt beginnen.’”
Eenmaal weer thuis realiseerde Van den Berg zich de ernst van de situatie, ook voor haar school. “Onze scholen waren door een muur gescheiden. ‘Zo’n brandwerende muur houdt het ongeveer een uur,’ wist mijn zwager. Ik begon te rekenen. Dat uur was allang voorbij. Toen drong tot me door dat het ook voor de Jan Bluyssen na vannacht over zou zijn.”

Drama
Na middernacht toog Van den Berg opnieuw naar haar school en daar zag ze hoe het drama zich voltrok. De brand liet van beide scholen weinig over. Behalve collega’s, waren ook ouders met kinderen, maar ook oud-leerlingen getuige van de verwoestende brand. “Wat ik bij kinderen, ouders en oud-leerlingen aan verdriet en ontreddering zag, is met geen pen te beschrijven,” zegt Van der Venne.
“Onder leerlingen heerste het gevoel dat ze op straat stonden, geen school meer hadden,” vertelt Van den Berg. “Ze hadden veel vragen. Zijn de juffen en meesters er nog? Was er nog iemand in de school tijdens de brand? Ze waren datgene kwijt wat je als school wilt bieden, namelijk het gevoel van veiligheid en geborgenheid, precies dat waar ik als directeur voor sta. Dat was voor mij de grootste vraag: hoe ga ik dat verdorie weer goedmaken?”
De volgende ochtend landde bij Van der Venne, al twintig jaar bij de school betrokken, de emotie. Na evenals Van den Berg tot in de vroege uurtjes bij de brand te zijn gebleven, nam hij ‘s ochtends opnieuw een kijkje. “Het was licht geworden en ik trof een regelrechte rampplek, zoals ik die alleen van televisiebeelden kende. De school was verwoest, er kwamen nog wat rookpluimen uit de restanten en het stonk naar rook. Het was er doodstil. Ik had het er echt even moeilijk mee.”
Van den Berg: “Het is heel vreemd wat er in een paar uur kan gebeuren. De oorzaak is nooit achterhaald. We gaan uit van een uit de hand gelopen kwajongensstreek. En als dat inderdaad het geval is, hebben die kinderen genoeg straf gehad.”
Ondanks de ravage, ontstond vanuit de puinhopen veel moois. “Brand verbindt,” zegt Van den Berg. “Tot dan toe kenden we elkaar oppervlakkig, maar vanaf dag een trokken we gezamenlijk op en dat voelde heel goed. Continu stemden we af. Zo ging naar alle ouders een gezamenlijke brief over hoe we verdergingen. De teams deden zoveel mogelijk samen, van het inrichten van de noodunits, tot het uitwisselen van ervaringen over nieuw aan te schaffen methodes.”
Van der Venne: “In slechts vijf dagen maakten we met elkaar mogelijk dat kinderen weer onderwijs konden krijgen. Samen regelden we busvervoer naar de andere delen van Uden, waar groepen op andere scholen een plek kregen, regelden tussenschoolse opvang. Als men voor de brand gezegd zou hebben dat het tijd was om de samenwerking te zoeken, dan had dat bij de teams wellicht op weerstand gestuit. De brand heeft gezorgd voor wederzijds begrip, iedereen zit in hetzelfde schuitje.”

Schouders eronder
Het verantwoordelijkheidsgevoel bij de teams was groot, aldus Van den Berg. “Het idee was: je mag verdriet hebben, maar schouders eronder. Want maandag staan de kinderen weer op de stoep. Er ging een dikke streep door de normjaartaak, iedereen maakte zijn uren dubbel en dwars. Als je ziet wat een energie vrijkomt als leerkrachten, ouders, ambtenaren en medewerkers van de schoolbesturen, de handen ineen slaan.” Ook de collega-scholen in Uden stonden klaar. Van der Venne: “Leerkrachten en directies stelden alles in het werk om onze kinderen, teamleden en ouders direct na de brand een veilige plek te bieden.”
Rouwverwerking stond de eerste periode na de kerstvakantie centraal in de groepen. Voor veel leerkrachten voelden die weken als overleven. “De emotie zat nog hoog,” vertelt Van den Berg. “Wat de kinderen nodig hadden, het terugkrijgen van het gevoel van vertrouwen en veiligheid, liep parallel aan het proces van het team. Bovendien stak bij collega’s soms het gevoel de kop dat ze geen goed onderwijs konden geven, omdat ze alles kwijt waren. De kunst was ze te laten vertrouwen op hun eigen kracht als leerkracht.”
Ook hadden sommigen het gevoel een rots in de branding te moeten zijn voor kinderen, terwijl ze zelf nog wankel waren. “We hebben veel ruimte gegeven voor verdriet en boosheid. We annuleerden alle vergaderingen en zorgden voor gezamenlijke eet- en drinkmomenten, praatmomenten buiten de school, waarbij het heus niet altijd over de brand hoefde te gaan.”

Energie
Met het einde van het jaar in zicht kijken Van der Venne en Van den Berg terug op een bewogen, maar ook mooi jaar. “Hoe raar het ook klinkt, een brand geeft kansen,” zegt Van den Berg. “Er komt een nieuw, gezamenlijk schoolgebouw, en dat geeft de kans kritisch naar ons onderwijs te kijken en na te gaan wat nou echt het beste voor kinderen is. Het geeft enthousiasme en energie om daarmee bezig te zijn. Leerkrachten durven weer te dromen.” Van der Venne: “Over één ding is iedereen het inmiddels eens, ook in het nieuwe schoolgebouw moet die muur eruit.”
Met de kerstvakantie voor de deur, komt de brand af en toe ter weer sprake. “Gekscherend zeggen we tegen elkaar dat ze ons niet meer hebben, we weten nu hoe het moet, vanuit niets een school optrekken,” zegt Van den Berg. “En hoewel de kans klein is dat het ons weer overkomt, ben ik blij als de telefoon dit jaar stil blijft om half tien.”

Hoe om te gaan met een ramp op school

- Zorg voor voldoende hulptroepen. Van den Berg: “Een brand te boven komen, vergt veel werk en dat kun je niet alleen. Wij trommelden alle directeuren van onze besturen op. De een zorgde voor nieuw meubilair, een ander voor leermiddelen. Op die manier kon ik ouders en kinderen opvangen, zijn waar ik wilde zijn.”
- Geef één persoon de verantwoordelijkheid voor de totale communicatie. Van der Venne: “Vooral de eerste dagen na de brand is er veel belangstelling van de pers. Het is prettig als je die naar iemand kunt verwijzen die de woordvoering doet, voor eenduidigheid van het nieuws zorgt en werk wegneemt bij de directie.”
- Neem genoeg tijd voor rouwverwerking door zowel de leerlingen als je team. Durf tijdelijk de rem op je onderwijs te zetten en ruimte te maken voor wat echt telt. Kinderen en teamleden hebben er het meeste aan als ze goed in hun vel zitten.
- Durf ouders om hulp te vragen. Van den Berg: “Ouders lopen met hun ziel onder de arm. Ze hebben vragen en vinden het prettig om betrokken te worden. Onze ouders vonden het om die reden prettig dat ze ons konden helpen, bijvoorbeeld bij het inruimen van lokalen.”

Minder schoolbranden
Volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek ontstond in 2013 duizend keer brand in een schoolgebouw. Brandstichting was de grootste oorzaak (32 procent), gevolgd door defecte of een verkeerd gebruik van apparaten (29 procent). In tien procent van de gevallen ontstond de brand door vuurwerk.
RTL Nieuws zocht uit dat het aantal schoolbranden rond oud en nieuw sinds een aantal jaren is afgenomen. Het dieptepunt was in 2007. Toen brandden 22 scholen af tijdens de jaarwisseling.

2006 7
2007 22
2008 5
2009 2
2010 5
2011 1
2012 1
2013 x
2014 3
Bron: RTL Nieuws

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.