- blad nr 20
- 12-12-2015
- auteur M. van Nieuwstadt
- Redactioneel
Scholier lacht op foto steeds uitbundiger
Om de intensiteit van de lach te bepalen lieten de onderzoekers de computer lijntjes trekken tussen de mondhoeken en langs boven- en onderlip. In de begintijd van de fotografie zijn die lijnen vaak recht of zelfs omgekeerd, in de loop der decennia krullen de mondhoeken steeds meer omhoog.
Volgens Shiry Ginosar van de universiteit van Berkeley hielden mensen zich in de begintijd van de fotografie nog aan de etiquette van geschilderde portretten; een lach urenlang volhouden is niet te doen. In plaats van ‘zeg eens cheese’ zei de fotograaf in die tijd ‘zeg eens prunes’. Het zuinige mondje dat dan ontstaat heeft gek genoeg wel iets van het duckface dat kinderen en filmsterren soms trekken op de selfies van nu.
Dat foto’s, en dus ook portretfoto’s, door de jaren heen almaar vrolijker zijn geworden is volgens Ginosar mede te danken aan een succesvolle reclamecampagne van het fotocamerabedrijf Kodak. Kodak bracht foto’s daarin in verband met vakanties, reizen en vrolijkheid. Ginosar schrijft: ‘In de Tweede Wereldoorlog was de lach op de portretfoto al zo ingeburgerd dat niemand het gek vond dat militairen die de oorlog in werden gestuurd met een lach op de foto gingen.’
Volgens Ginosar zet de trend van het steeds breder lachen zich nog altijd door. De studie is vorige maand gepubliceerd op arxiv.org, een website voor wetenschappelijk onderzoek.