• blad nr 15
  • 3-10-2015
  • auteur A. Jonkman 
  • Column

 

Snavelfiguren

Mijn 3-havo mentorklas komt opgewonden binnen. Bij les X waren ze ‘massaal in slaap gevallen’, mevrouw Y had de boosdoeners niet gesnapt en dus twee verkeerde leerlingen gestraft, docent Z had vluchtelingen ‘gelukszoekers’ genoemd en Yasmin was bang geworden voor meneer Q toen hij haar na het stellen van een vraag publiekelijk ‘te kakken’ had gezet. Wat ik van dit alles vind. Nee toch. Ik wil gewoon beginnen met de uitleg over het herkennen van gelijkvormige driehoeken in snavel- en zandloperfiguren. Ik zeg dat zij eerst maar even rustig moeten gaan zitten en hun spullen moeten pakken. Er schiet van alles door mijn hoofd. Ik vind er veel van, maar hoe verwoord ik dat een beetje constructief? Ik kijk naar mijn agenda voor die les. Biedt die ergens mogelijkheden om deze aangedragen thema’s te verwerken in mijn uitleg? Gelukszoekers zijn wij toch allemaal? Waarom heeft die term een negatieve klank voor deze kinderen? Iets voor gelijkvormigheid? Je zult maar je land uit gebombardeerd worden, door mensensmokkelaars in rubberbootjes worden gedwongen, tegen een hek in Hongarije oplopen en door ME-eenheden weer uit elkaar worden gedreven. Zandloperfiguur? Waarom laten leerlingen uit mijn klas anderen voor hun wandaden opdraaien? F-hoek van fuck you? Hoezo in slaap gevallen? Daar ben je toch zelf bij? Kan ik daar wat mee met de verhoudingstabel? Nee, gaat niet lukken, dat wordt veel te ver gezocht. Als iedereen zit, zeg ik dus dat ik er aan het einde van de les op terug zal komen, maar dat wij eerst gewoon wiskunde gaan doen.
Vijf minuten voor de bel gaat vraag ik: Wie van jullie wil er niet gelukkig zijn? Geen vingers. Iemand in slaap gevallen? Een paar giechels van herkenning. Wie vindt Yasmin zo dom als zij eruitziet? Harder gelach. Yasmin, kun je dit hebben? Ze knikt. In de laatste mentorles had ik met de klas gesproken over de sandwichmethode om feedback te geven. Ik had toen gezegd dat ik zelf niet zo van het softe gedoe ben en dat ik aan het eind van het jaar graag leerlingen aflever voor wie kritiek niet verpakt hoeft te worden in twee positieve opmerkingen. Wij waren het eens geworden dat deze klas een beetje botheid best kan hebben. Tegen Machiel en Ted zeg ik dat zij in de volgende les maar even aan docent Y moeten vertellen dat zij het waren die de irritante geluiden hadden gemaakt. Mevrouw, hoe weet u dat? Ik zeg: Ik ken mijn snavelfiguren.

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.