• blad nr 15
  • 3-10-2015
  • auteur G. van der Mee 
  • Redactioneel

 

Idols voor het onderwijs

Amsterdam barst uit zijn voegen. En bedacht een wedstrijd – compleet met publieksstemming en jury - om aan nieuwe scholen voor duizenden extra leerlingen te komen. Onder de ambitieuze deelnemers zijn veel ontevreden docenten.

Het was even wennen, een onderwijswethouder die het publiek vraagt ideeën aan te dragen voor een nieuwe school. Waren haar eigen plannen op? Volgens de maatschappelijke denktank Kennisland, die de opdracht Onze Nieuwe School uitvoert, is het voor het eerst dat er middels crowdsourcen gevraagd wordt om ideeën voor nieuwe scholen. Een challenge, oftewel wedstrijd, waarbij het publiek op de website kon stemmen op de 124 plannen. “Het had wel wat van Idols”, zegt deelnemer Elize Jong lachend. En zij kan het weten, want vijftien jaar geleden stond ze ook voor een jury, maar dan van Idols, met destijds Jerney Kaagman en Henkjan Smits. Inmiddels ligt haar passie bij het onderwijs en vindt ze deze vorm wel ‘verfrissend’.

Passie
Amsterdam barst uit zijn voegen. Volgens de laatste prognoses zijn er in tien jaar tijd vierduizend extra plaatsen nodig in het voortgezet onderwijs en zo’n vijfduizend op de basisscholen. Onderwijswethouder Simone Kukenheim (D66) vond kennelijk dat ouders in Amsterdam momenteel te weinig keuze hebben en vroeg Kennisland de challenge te organiseren. Van de 124 plannen zijn er nu, na een publieksstemming en een presentatiedag voor een jury, nog vijftien over. In december worden vier plannen gekozen die in de ‘kraamkamer’ uitgewerkt worden tot nieuwe scholen.
Wat opvalt in de gesprekken met deelnemers - veelal docenten - is hun onvrede met de huidige situatie. Ze hebben er allemaal uren werk voor over om daar verandering in te brengen. Er is dus passie. Het plan dat Sacha van Looveren, wiskundedocent op het Ichthus Lyceum in Driehuis, met haar team maakte, hoort niet meer bij de laatste vijftien. Ze vindt dat erg jammer. “We zitten klem in het systeem”, zegt ze. De challenge zag ze als een uitgelezen kans. “Ik heb gedreven mensen uit mijn netwerk bij elkaar gehaald en we zijn aan het werk gegaan. We vinden allemaal dat er veel meer bereikt kan worden met de leerlingen. In de regio Haarlem zijn niet zoveel vernieuwingsscholen. In Amsterdam hebben ze meer lef en ze hebben de luxe dat ze een groeikern zijn.”
Haar pitch deed ze samen met Annelien Jonkman, ook wiskundedocent en columnist van het Onderwijsblad. Er is de hele zomervakantie gewerkt. Jonkman: “Omdat ons initiatief lijkt op dat van Agora, een vernieuwingsschool in Roermond, besloten we ons plan geschikt te maken voor alle scholen. Het opzetten van één nieuwe school vind ik ook geen oplossing voor het hele systeem. Er werken 300 duizend docenten, die doen hun stinkende best, maar je moet heel veel talent hebben om de vaak ongemotiveerde groepen vooruit te helpen.”
Jonkman spreekt van een ‘failliet systeem’ en voorspelt dat het over tien jaar niet meer bestaat. In hun horizontale organisatie staat de leerroute van de leerling centraal en de docenten worden ingezet naar hun talent: docerend, coachend of beide. Het plan is heel praktisch uitgewerkt, inclusief indeling van de dag van negen tot vijf uur. Gastdocenten, die de buitenwereld binnen moeten brengen, vormen een essentieel onderdeel van het plan.
Van het groepje docenten rond Van Looveren was er maar één school not amused over de deelname aan de challenge. De meeste scholen vinden het goed dat hun docenten nadenken over het opzetten van een vernieuwingsschool. Jonkman en Van Looveren vinden het erg jammer dat ze niet door zijn, maar troosten zich met de gedachte dat er andere ‘heel mooie plannen’ verder ontwikkeld worden.

Hell of a job
Ook een doorgewinterde bestuurder als Saskia Grotenhuis, directeur/bestuurder van de Open Schoolgemeenschap Bijlmer (OSB) wierp zich in de strijd. Ze is in Amsterdam al veertig jaar werkzaam in het onderwijs. De OSB, begonnen als middenschool, heeft nog steeds een tweejarige heterogene brugperiode. “Het gaat mij niet om het mooiste idee, of om de nieuwste manier van lesgeven. Ik wil een nieuw stelsel dat de huidige onderwijsongelijkheid vermindert, er vallen nu te veel leerlingen buiten de boot.”
Over de vorm van de challenge had Grotenhuis wel haar bedenkingen. “Je wekt misschien de indruk alsof je met een leuk idee zomaar een school kan beginnen. Daarom aarzelde ik om mee te doen. Tegelijkertijd vind ik het interessant dat betrokken mensen uit het onderwijs aangeven wat zij belangrijk vinden. Schoolbesturen denken vaak te veel vanuit hun eigen mogelijkheden.”
Grotenhuis wil een school met een doorlopende leerlijn van nul tot achttien jaar. De leerlingen worden ondergebracht in verschillende gebouwen dicht bij elkaar in de buurt en vallen onder één bestuur. Ze weet dat er andere initiatieven zijn voor nul tot achttien jaar. “Het verschil zit hem vooral in de fasering. In mijn plan gaat het om nieuwe overgangen die meer recht doen aan de leeftijdsfasen en de ontwikkelingsmogelijkheden van kinderen en jongeren, zonder de huidige selectiedrempels.”
In de meeste vernieuwingsplannen wordt talentontwikkeling gepersonaliseerd, iedere leerling zijn eigen route en/of tablet. Zij legt juist de nadruk op het samenwerken van leerlingen en van docenten gericht op sociale cohesie en burgerschapsvorming. Hoe ga je met elkaar om, wat heb je aan elkaar? “Daarin zit de kern van mijn idee over pedagogiek.”
Grotenhuis verheugt zich erop om gewoon met een groepje door te rekenen wat er allemaal komt kijken bij haar onderwijsgemeenschap. “Misschien is er een bestaande basisschool die dit wil omarmen. Ik vind het heel hoopgevend dat zoveel jonge docenten hieraan meedoen.” Ze benadrukt nog eens dat ze beslist niet vindt dat alles anders moet. “Het is namelijk een hell of a job, om van onderop het schoolsysteem te verbeteren. Maar we gaan het gewoon proberen.”

Belemmering
Bij Elize Jong, Nikita van Geemen en Charissa Koek begon het allemaal in een noodgebouwtje. Daar gaven ze zes jaar geleden samen les. “Omdat het zo kleinschalig was konden we onderwijs geven volgens onze eigen ideeën”, vertelt Jong. Nu werkt ze als coach bij een pedagogisch centrum, Van Geemen werkt nog op dezelfde basisschool en Koek is kunstdocent op het mbo. Ze eten nog iedere week met elkaar. Toen Jong via Twitter van de challenge hoorde, dacht ze direct: Dit is onze kans. “We hebben voor Onze Amsterdamse School een plan gemaakt. De essentie ervan is dat school een oefenplek moet zijn voor de echte wereld. Naast al het andere moeten leerlingen ook opgeleid worden voor de maatschappij, daar maken ze nauwelijks kennis mee.”
Is ze niet bang dat ze opnieuw het wiel aan het uitvinden zijn? Er zijn toch al behoorlijk wat vernieuwingsscholen? “Nee, we willen voortbouwen op dat wat er al is. Dat er al vernieuwingsscholen bestaan is voor ons geen belemmering om opnieuw over het onderwijs na te denken. We hebben nog een online enquête gehouden over ons plan onder 158 mensen. Het bleek dat veel ouders, naast taal en rekenen, de persoonlijke en sociale ontwikkeling van hun kind heel belangrijk vinden.”

Weinig dynamiek
Wie van plan is een nieuwe school op te richten, doet er goed aan eerst het onderzoeksrapport Nieuwe toetreders in het onderwijsstelsel: een verkenning naar de effecten van richtingvrije planning van de professoren Sietske Waslander en Edith Hooge te lezen. “Uit ons onderzoek blijkt dat er nu, door wet- en regelgeving, weinig nieuwe scholen ontstaan in Nederland. Alleen in nieuwe buurten gebeurt het nog. Dat geeft dus weinig dynamiek aan de scholengemeenschap. Vandaar dat staatssecretaris Sander Dekker het voorstel deed om meer ruimte te geven aan nieuwe scholen”, vertelt Waslander, hoogleraar sociologie en lid van de Onderwijsraad. Uit het onderzoek wat zij samen met Edith Hooge deed blijkt dat gevestigde besturen altijd in het voordeel zijn. Vandaar dat ze het initiatief van Amsterdam wel ziet zitten.
Uit haar onderzoek blijkt ook dat de kans dat nieuwe scholen zwakke scholen worden, groter is, omdat er vaak met onervaren leraren gestart wordt. Toch vindt Waslander het publiek debat erover, zoals in Amsterdam, belangrijk.
Herbergt de Bruijn, voorzitter van het Breed Bestuurlijk Overleg Amsterdam, hoopt dat er geen valse verwachtingen worden gewekt met de challenge. “Ik betwijfel of er straks echt vier brin-nummers klaarliggen, want die heb je wel nodig als je een nieuwe school wilt beginnen. Ik ben beslist geen grommende bestuurder aan de zijlijn, ik vind nieuwe ideeën prima. Alleen weet ik inmiddels uit ervaring dat er heel wat bij komt kijken voor er een nieuwe school staat.”
De besturen werden van tevoren niet ingelicht, maar mochten wel meedoen. “Wij lazen voor het eerst over de ‘kraamkamer’ in de krant. Er liggen bij de besturen ook allerlei ideeën voor nieuwe scholen. Ik had het beter gevonden als die eerst eens bekeken waren. Ik heb bijvoorbeeld onlangs met veel moeite, tijd en geld, een integraal kindcentrum opgezet aan de Zuidas, krijg ik daar ook startsubsidie voor? Er bestaat nog steeds zoiets als materiële gelijkstelling in de wet.”
Groot probleem met nieuwe scholen is volgens hem, dat je niet weet hoeveel ouders eropaf komen. Ook vraagt hij zich af of een nieuwe school dan ook een nieuw bestuur betekent. “Er zijn er nu al 45. De andere optie, een nevenvestiging worden van een bestaand bestuur, is heel duur, dat wordt betaald uit de herverdeling van middelen van een hele scholengroep.

Startsubsidie
Lou Brouwers, schoolleider van de vernieuwingsschool het IJburg College, weet als geen ander wat er allemaal komt kijken bij het opzetten van een nieuwe school. “Ik schrok er wel van dat veel in die plannen op dit moment allang wordt toegepast. Wat voegt dat dan toe? Grootste valkuil is dat je echt ‘markt georiënteerd’ moet zijn. Ouders zijn een heel complexe materie, wat dat betreft is het een hectische tijd.” Ook Brouwers is heel benieuwd hoe dit financieel opgelost gaat worden. “De gemeente kan misschien een startsubsidie geven, maar kan geen nieuwe school bekostigen. Er zijn nu bestaande scholen met te weinig leerlingen. Dus ik ben benieuwd.”
Volgens de woordvoerder van wethouder Kukenheim zijn de zorgen over de financiering niet nodig. “Omdat er nieuwe leerlingen gehuisvest moeten worden, is die financiële ruimte voor nieuwe scholen er.” In de gemeentelijke begroting voor 2015 is er voor het project Onze Nieuwe School voor Kennisland 185 duizend euro uitgetrokken.

Alle plannen van Onze Nieuwe School zijn te vinden op onzenieuweschool.nl

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.